Gemeenten hebben in 2025 ruim drieduizend vergunningen afgegeven voor tijdelijke woningen, blijkt uit onderzoek van statistiekbureau CBS. Dat is de helft minder dan een jaar eerder. Tijdelijke woningen zijn bedoeld om de druk op de woningmarkt te verlichten.
Tijdelijke woningen mogen vaak voor maximaal tien jaar worden gebouwd. Dat kan bijvoorbeeld op plekken waar tijdelijk geen andere bestemming voor is.
De vergunningen laten zien hoeveel tijdelijke woningen er in de komende tijd ongeveer bij kunnen komen. Het gaat niet om al opgeleverde woningen.
De ruim drieduizend in 2025 vergunde tijdelijke woningen leveren samen bijna zesduizend woonruimten op. Dat komt doordat één tijdelijke woning soms ruimte biedt aan meerdere huishoudens. Dat kan bijvoorbeeld in het geval van studentenhuizen en zorgcomplexen, waar bewoners voorzieningen delen.
Sinds 2021 gaven gemeenten vergunningen af voor negentienduizend tijdelijke woningen. Het grootste deel daarvan was nieuwbouw. 87 procent van de vergunningen was bestemd voor nieuwe tijdelijke woningen. De rest ontstond door verbouw, bijvoorbeeld van kantoren naar tijdelijke appartementen.
De tijdelijke woningen zijn niet altijd bedoeld voor één vaste doelgroep. In 2025 waren meer dan duizend woningen bestemd voor een zogenoemde gemengde doelgroep. Dat waren er bijna vier keer zoveel als in 2021.
Van de groepen die wel apart worden genoemd, vormen statushouders en vluchtelingen de grootste groep. In 2025 waren 707 vergunde tijdelijke woningen voor hen bedoeld. Dat waren er drie keer zoveel als in 2021.
Voor studenten, spoedzoekers en mensen die uit een opvang komen, werden juist minder tijdelijke woningen apart vergund. In 2025 ging het om 165 woningen voor deze groepen. In 2021 waren dat er nog 855. Volgens het CBS vallen deze groepen mogelijk vaker onder de gemengde doelgroep.
Tilburg gaf tussen 2021 en 2025 de meeste vergunningen af voor tijdelijke woningen. Het ging daar om ruim duizend woningen. Ook de gemeenten Ouder-Amstel, Hengelo en Utrecht gaven relatief veel vergunningen af.
Niet alle grote gemeenten deden dat. Haarlem, Emmen en Helmond waren in deze periode de grootste gemeenten zonder vergunde tijdelijke woningen.
Zuid-Holland was in 2025 de provincie met de meeste vergunde tijdelijke woningen: 784. In Flevoland en Zeeland lag het aantal het laagst, met minder dan 40.
Als je kijkt naar de afgelopen vijf jaar, werden in Noord-Brabant de meeste tijdelijke woningen vergund. Het CBS wijst erop dat zulke cijfers kunnen schommelen, doordat soms in één keer een groot project wordt vergund en daarna een tijd minder vergunningen volgen.
Source: Nu.nl algemeen