Home

Opinie: Houd jongeren uit de Amerikaanse cloud

‘Smartphonevrij Opgroeien’ wint aan terrein als beweging. Maar als jongeren eindelijk die telefoon krijgen, waar laten ze dan hun foto’s en filmpjes? Tijd voor een digitale strategie voor ouders én hun kinderen.

Smartphones zijn nu al een tijdje verboden op scholen. Veel ouders en iets minder dan de helft van de jongeren vindt dat een positieve ontwikkeling, zo bleek uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut. De beweging Smartphonevrij Opgroeien, die ouders wil aanzetten om hun kind pas vanaf 14 jaar een smartphone te geven, groeit. De campagne ‘Mei Social Vrij’ werd dit jaar groots gelanceerd.

Voor de mentale gezondheid van jongeren zijn dit goede stappen, maar dit maakt de alomtegenwoordigheid van big tech in ons leven nog niet minder. Want wat doen jongeren als eerste als ze dan eindelijk die telefoon in handen krijgen? Foto’s en filmpjes maken natuurlijk. En die staan niet alleen in Snapchat en TikTok, maar worden vaak ook geüpload naar een Amerikaanse cloud, lekker makkelijk betaald vanuit het gezinsabonnement.

Over de auteur

Amanda Verdonk is wetenschapsjournalist.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Cybercriminaliteit

Dat is om meerdere redenen zorgwekkend. Accounts zijn steeds vaker het doelwit van hackers, waardoor je slachtoffer kunt worden van identiteitsfraude of afpersing. Die cybercriminaliteit groeit al jaren, getuige de recente Odido-hack. En probeer maar eens al je foto’s over te zetten van de ene naar de andere clouddienst. Dat is een frustrerende en tijdrovende operatie, waarbij je een grote kans loopt dat je data kwijtraakt, of in ieder geval metadata (zoals tijdsaanduidingen en bewerkingen).

De diensten werken niet met open standaarden, waardoor je niet een-op-een al je gegevens kunt overzetten. Dan lijkt het makkelijker om dan maar gewoon je huidige abonnement te verhogen met nog wat meer gigabytes erbij.

Daarnaast speelt geopolitiek de laatste jaren een grotere rol. Persoonlijke foto’s die je in een Amerikaanse cloud zet, komen terecht in datacentra die misschien wel op Europees grondgebied staan, maar onder Amerikaanse wetgeving vallen. In het kader van de Cloud Act heeft de Amerikaanse regering het recht om persoonlijke data in te zien als je die bij een Amerikaans bedrijf hebt opgeslagen. Ook zijn er al incidenten geweest waarbij individuen werden afgesloten van Microsoft-software (naast dataopslag dus ook e-mail). Het bekendste voorbeeld is de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, die vorig jaar door Microsoft werd afgesloten.

Terroristisch doelwit

Data-infrastructuur, zoals datacentra en (zee)kabels, is in principe robuust gebouwd, maar kan toch een terroristisch doelwit vormen. Ook kon niet worden voorkomen dat er recent brand uitbrak in een datacentrum in Almere, waardoor onder andere de Universiteit Utrecht de deuren moest sluiten en het inchecksysteem van de veerboten naar Vlieland en Terschelling niet werkte (al was hier mogelijk geen opzet in het spel).

Kortom, de cloud heeft veel beperkingen. Gegevens kunnen mogelijk worden afgeluisterd, misbruikt of simpelweg in rook opgaan, soms letterlijk. Op politiek niveau komt het onderwerp digitale autonomie nu langzaam op de agenda, want organisaties zitten natuurlijk ook massaal in de cloud en beseffen hoe kwetsbaar ze daarmee zijn. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit vertelde onlangs nog aan het Algemeen Dagblad dat ze werkt aan een digitaal noodpakket voor als bijvoorbeeld Trump ‘de stekker eruit trekt’.

Veel organisaties hebben digitale strategieën en denken na over bijvoorbeeld beveiliging en back-ups. Maar digitale bewustwording is bij consumenten nog minimaal. We zijn allemaal in slaap gesust met de gedachte dat onze data altijd veilig zijn in de cloud, maar we doen er verstandig aan een digitale strategie te ontwikkelen.

Kopieën

Waar laat ik dan mijn data? Een beproefde methode is de 3-2-1-opslagmethode: minimaal drie kopieën van je gegevens, opgeslagen op twee verschillende media (zoals cloud en harde schijf) en met één back-up op een andere locatie. Ook kun je kiezen voor een Europese cloudaanbieder, die zich aan Europese privacywetgeving moet houden. Kom je er zelf niet uit, zoek dan een digitale coach; het is een groeiende beroepsgroep. Vind je het voor jezelf te moeilijk omdat je te diep vastzit aan big tech, doe het dan alleen voor je kinderen.

De volgende stap is dat natuurlijk ook het onderwijs serieus werk gaat maken van digitale autonomie, en niet automatisch zijn leerlingen het Google- en Microsoft-ecosysteem intrekt. Maar zowel overheid als onderwijs zit nog metersdiep in het bigtech-moeras, dus daar hoeven we voorlopig geen grote stappen van te verwachten.

Zoals we ook ‘smartphonevrij’ en ‘social vrij’ op de kaart hebben weten te zetten, kunnen we dat ook met ‘digi-bewust’ voor elkaar krijgen. Zo’n beweging van onderop kan er uiteindelijk voor zorgen dat grote instellingen zoals overheden en scholen ook afscheid gaan nemen van big tech.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next