Home

Het raadsel­achtige van pijn: ‘Iedereen kent het, niemand begrijpt het’

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Een paar dagen geleden stootte ik keihard mijn hoofd tegen een openstaand keukenkastje, dat ik vergeten was te sluiten. Automatisch riep ik ‘au!’ Even zag ik sterretjes, maar out ging ik niet. Wel gromde ik iets dat niet voor herhaling vatbaar is, het begint met een g.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nadat ik een paar springerige danspasjes door de keuken had gemaakt, kwam ik tot rust. Ik greep naar mijn hoofd en voelde een bult opkomen. Ik wachtte af of ik misschien tekenen van misselijkheid vertoonde, want die zouden kunnen wijzen op een hersenschudding. Er gebeurde niets, het vreemde was dat ik zelfs geen hoofdpijn voelde, wat je na zo’n klap zou verwachten. Voor het geval de hoofdpijn toch zou opkomen, zette ik een glas water klaar en een paracetamol, maar er leek weinig aan de hand. Ik prees mijzelf gelukkig dat ik ook deze klap had overleefd.

Sommige mensen hebben een schedel zo dun als een eierschaal, die bij de geringste aanraking breekt. Ik herinner me ooit eens een college te hebben gevolgd over de vraag of iemand die een ongeluk veroorzaakt ook aansprakelijk is wanneer het slachtoffer toevallig extra kwetsbaar blijkt te zijn, bijvoorbeeld wanneer hij een licht breekbare schedel bezit. Het antwoord was ja en ik hoop dat ik mij dat – ondanks die klap van het keukenkastje – goed herinner.

Intussen voelde ik mij wat beter, mijn schedel moest behoorlijk dik zijn. ’s Middags was ik al zo hersteld dat ik naar de boekhandel kon fietsen. Onderweg viel het mij op dat veel fietsers een helm dragen. Fietsen is een gevaarlijke bezigheid geworden, niet in de laatste plaats omdat de gemiddelde fietser van nu met gemak een snelheid bereikt waarmee je vroeger de Tour de France won. In de boekhandel kocht ik Het Pijn Boek, zojuist verschenen, van de pijnonderzoekers Esmeralda Blaney Davidson en Hans Timmerman.

Het Pijn Boek is geen leesboek, maar meer een encyclopedie-achtig naslagwerk. Het begint met een definitie van pijn, die mij deed denken aan een definitie van sociologie waardoor ik destijds mijn interesse in sociologie verloor: ‘Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die geassocieerd is met daadwerkelijke of potentiële weefselschade, of beschreven wordt in termen van dergelijke schade.’

Zo’n definitie doet meteen pijn aan je ogen, maar het boek is een kwestie van doorlezen en dan valt er veel te leren. Zo leerde ik dat je van pijn gaat zweten en dat je in je slaap geen pijn hebt. Tevens bestaat er een kleine groep mensen die nooit hoofdpijn heeft. Kennelijk behoor ik tot die gezegende groep. Of de oorzaak ligt in een slecht functionerende pijndrempel, daarover zijn de pijnologen het niet eens. Pijn is nu eenmaal een raadselachtig fenomeen, waarover vaak wordt gezegd: ‘Iedereen kent het, niemand begrijpt het.’

Toen ik mijn kop stootte tegen dat keukenkastje, riep ik zonder erbij na te denken: ‘Au!’ Volgens Het Pijn Boek komt een ‘a’ praktisch in alle talen voor als pijn plotseling tot ontbranding komt. Er zijn wel afwijkingen. Zo roepen de Duitsers ‘auwtsch’, de Engelsen ‘aoch’ en de Chinezen ‘ai-yo’. Uiteraard moeten de Joden het toch weer anders doen, want die roepen in het Jiddisch: ‘oy-oy-oyh!’ Gelukkig zijn zij op dit gebied niet helemaal de enigen, want de Thai roepen zoiets als ‘oej’ en krijgt iemand uit Swahili-land een hamer op zijn duim, dan ontglipt hem of haar het totaal afwijkende: ‘Pole!’

De filosoof Ludwig Wittgenstein heeft erop gewezen dat jouw pijn niet door een ander gevoeld kan worden en dat je ook de pijn van een ander niet kan voelen, wat door de ontoereikendheid van de taal leidt tot misverstanden die dagelijks door artsen en patiënten worden ervaren. Over onze pijn kunnen wij niet spreken, terwijl niets zo hard wordt uitgeschreeuwd.

Naar het schijnt zijn er meer dan drie miljoen Nederlanders voor wie geen dag zonder pijn voorbijgaat. Dat aantal neemt snel toe, zodat je je kunt afvragen of wij door een verlaging van de pijndrempel steeds minder kunnen verdragen. Chronische pijn die maar niet verdwijnt is heel vervelend. Zelf heb ik, zoals zoveel ouderen, een chronische pijn in de onderrug. Daarom rijd ik een keer in het jaar naar een pijnkliniek ergens in het land en laat mij prikken. Als ik op de terugweg bij Bommel de brug passeer, voel ik mij al beter. Ik kan iedere pijnlijder aanraden er niet mee door te blijven lopen, want van pijn die blijft zeuren, word je alleen maar cha­grijnig en dan begint je omgeving je te mijden.

Filosoof Bertrand Russell noemde eeuwige pijn barbaars en het grootste kwaad voor de mensheid. Toch gaat het zonder pijn ook niet, want er moet iets zijn dat ons waarschuwt wanneer ons lichaam een knauw heeft gekregen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next