De driedelige documentaire Kylie toont een bijzonder eerlijk portret van de Australische popprinses Kylie Minogue. Als ze spreekt over haar kankerdiagnose, hoe ze belaagd werd door de pers en haar onvervulde kinderwens, kruipt de serie onder de huid.
Saai. Niet memorabel. Een muurbloem. Betekenisloos. Middelmatig. ‘Zingende parkiet’ (‘The Singing Budgie’). Kylie Minogue is pas 19 als de pers haar met volle kracht probeert klein te krijgen. En dat terwijl ze met haar debuutalbum Kylie (1988) prestigieuze muziekprijzen wint en in recordtempo transformeert van soap- tot superster.
In ongeveer drie uur probeert de Netflix-serie Kylie vooral Minogues veerkracht te vangen: geen parade van glitter, hits en gouden hotpants, maar het verhaal van een artiest die telkens werd onderschat en in bijna vier decennia uitgroeide tot een van ’s werelds bekendste popsterren – met meer dan tachtig miljoen verkochte platen en pophits als Can’t Get You Out of My Head en Padam Padam.
Archiefbeelden worden afgewisseld met gesprekken tussen Minogue en regisseur Michael Harte, die eerder meewerkte aan de serie Beckham, over voetbalicoon David Beckham.
Samen tonen ze de vrouw achter het poppantser. Zoals zanger en goede vriend Nick Cave haar in aflevering twee treffend beschrijft: ‘Een soort lichtstraal, met een ongelooflijke positiviteit.’
Na hun duet Where the Wild Roses Grow uit 1995 blijft Cave een verrassende bondgenoot. Hij is degene die haar carrière eind jaren negentig een beslissende zet geeft. Uitgerekend de koning van de zwartgallige rock vraagt waarom ze in hemelsnaam indie maakt, en raadt haar aan terug te keren naar pop. Kort daarna verschijnt haar album Light Years, met hits Spinning Around en Kids, haar duet met Robbie Williams.
De serie volgt haar eerste successen, met I Should Be So Lucky als springplank – al blijft haar Australische nummer 1-hit Locomotion opvallend onbesproken – en staat terecht stil bij haar relatie met INXS-zanger Michael Hutchence, met wie ze van 1989 tot 1991 samen was en die in 1997 door zelfdoding om het leven kwam.
Regisseur Harte toont hem als haar grote liefde (‘Ik zoek waarschijnlijk sindsdien nog steeds tevergeefs naar zoiets’), maar staat vooral stil bij zijn invloed op haar carrière.
Opvallend is hoe nadrukkelijk de documentaire Hutchence en Cave neerzet als belangrijk voor haar loopbaan, zonder Minogue daarmee de regie te ontnemen. Zo zien we hoe Hutchence haar vooral inspireert zichzelf en haar wensen serieuzer te nemen.
Wanneer Minogue zich daarna – tot ongenoegen van producers Stock, Aitken en Waterman – sexyer kleedt en haar mening steviger uit, staat de kritiek alweer klaar. Dezelfde pers die haar eerder te braaf vond, vindt haar nu te ordinair.
De huidige Kylie Minogue kijkt met plezier en lichte gêne terug: ‘Ik ga niet liegen. Ik ging te ver.’ Op zulke momenten is de serie op haar best: met Minogues ontwapenende zelfreflectie, ook wanneer ze door oude, afgekeurde songteksten bladert.
Als Minogue spreekt over haar kankerdiagnose in 2005, hoe ze belaagd werd door de pers en het verdriet rond haar onvervulde kinderwens, kruipt de serie onder de huid. De onthulling van een tweede kankerdiagnose in 2021 versterkt dat nog eens. Precies daar stijgt Kylie boven de glitter en nostalgie uit: achter de zonnige pophits wordt een vrouw zichtbaar met wie je niet alleen meezingt, maar ook meeleeft.
Documentaire
★★★★☆
Regie: Michael Harte
3 afleveringen van circa 50 min.
Te zien op Netflix
Source: Volkskrant