Home

Premier Jetten in eerste grote internationale speech: ‘Europa moet leren de taal van de macht te spreken’

Het Nederlandse buitenlandbeleid rust op de fundamentele plicht de internationale rechtsorde te bevorderen, maar dan wel met een realistische blik, zegt premier Rob Jetten. De Navo blijft de hoeksteen van het veiligheidsbeleid, maar de ‘Europese dimensie’ ervan moet worden versterkt.

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Met deze uitgangspunten in zijn eerste grote internationale speech bevestigde premier Rob Jetten woensdag vooral de continuïteit in het Nederlandse buitenlandbeleid, ongeacht de politieke schommelingen die de Haagse politiek typeren. Jetten sprak op de NextGen-conferentie, een tweedaags discussieforum in Den Haag van Instituut Clingendael, de Atlantische Commissie en de Universiteit Leiden.

In een betoog doorspekt met citaten van de Canadese premier Mark Carney over de noodzaak tot samenwerking van ‘middenmachten’ en van de Finse president Alexander Stubb over ‘op waarden gebaseerd realisme’, stelde Jetten drie zaken centraal in het Nederlandse buitenlandbeleid: de internationale rechtsorde, de trans-Atlantische veiligheidsstructuren, en de noodzaak ‘nieuwe partnerschappen’ te zoeken en bestaande te versterken.

Wat ontbrak in de toespraak, was een gevoel van urgentie over de veiligheidssituatie in Europa, terwijl die juist aanleiding is voor de grootste defensie-investeringen sinds tijden. Het kabinet-Jetten heeft deze investeringen centraal gesteld in zijn plannen voor de komende jaren en heeft een omvangrijk programma van sociale hervormingen gepresenteerd (vooral bezuinigingen), die inmiddels bijna geheel moesten worden ingeslikt.

Op de achtergrond

De reden waarom deze pijnlijke maatregelen nodig zijn, bleef enigszins op de achtergrond in Jettens rede – al refereerde hij in het begin ervan wel kort aan de oorlog op het continent die in Oekraïne al in 2014 begon. Jetten herhaalde de standaardvisie van opeenvolgende regeringen dat ook Oekraïne, voordat het kan toetreden, moet voldoen aan alle zogeheten ‘Copenhagen criteria’ die voor kandidaat-lidstaten gelden.

De invasie van het land door meer dan honderdduizend Russische militairen – en de succesvolle verdediging van de Oekraïners daartegen in de afgelopen vier jaar – hebben het denken daarover niet veranderd. Wel ligt Oekraïnes toekomst uiteindelijk in de Europese Unie. Gelukkig maar, zei Jetten. ‘Terwijl de oorlog in Oekraïne doorgaat en de Russische dreiging naar het Westen groeit, zouden we de voordelen moeten erkennen van het hebben van een capabele partner op de oostflank van de Unie die gehard is in de strijd.’

Jetten leek enigszins afstand te nemen van de regering-Schoof door het internationaal recht als eerste pijler van het Nederlandse buitenlandbeleid te presenteren. De verantwoordelijkheid de internationale rechtsorde te bevorderen wordt ‘diep gevoeld’, maar is ‘ook een zaak van welbegrepen eigenbelang’. Wanneer het recht wordt gehandhaafd, floreren maatschappijen. Daarom moeten landen die het internationaal recht schenden ter verantwoording worden geroepen, ‘zowel tegenstanders als bondgenoten’.

Oproep tot realisme

Jetten riep tegelijk op tot realisme over wat haalbaar is in een wereld waarin ‘een klein aantal landen geweld gebruikt – of ermee dreigt – om zijn zin te krijgen’. Als voorbeeld noemde hij de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. ‘De Nederlandse regering heeft heel duidelijk gezegd dat dit een schending van het internationaal recht was.

‘Tegelijkertijd is het Iraanse regime een nucleair gevaar voor de wereld, dat een grote bedreiging vormt voor vrede en stabiliteit in de regio, en extreem wreed en onderdrukkend is tegen zijn eigen bevolking. Dat moeten we erkennen. Is dat een ongemakkelijke positie? Misschien, maar dit is de realiteit waar we mee te maken hebben.’

Jetten bevestigde in Den Haag ook het langjarige Nederlandse standpunt dat de trans-Atlantische relatie met de VS de kern blijft van het veiligheidsbeleid – en dat Nederland moet investeren om deze relatie ook in de toekomst stand te laten houden. Daarvoor moet Europa ‘leren de taal van de macht te spreken’. Alle huidige inspanningen daartoe – inclusief de besteding van 3,5 procent van het bruto nationaal inkomen aan defensie – zullen Europa uiteindelijk een ‘sterkere en meer gelijkwaardige positie in de Navo’ geven.

Source: Volkskrant

Previous

Next