is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Nederland telt 3,7 miljoen mensen die een AOW-uitkering krijgen. Van hen woont liefst 9 procent – 340 duizend – in het buitenland. Dat is inclusief arbeidsmigranten uit landen als Turkije en Marokko die naar hun vaderland zijn teruggekeerd. Niettemin is dat veel in vergelijking met omliggende landen. Van de Belgen wonen 65 duizend mensen met een ouderdomsuitkering in een ander land, van de Duitsers 49 duizend.
Dat heeft niet alleen te maken met het aantal zonne-uren of de kwaliteit van de buitenlandse voetbalcompetitie; het is ook om uiteenlopende fiscale redenen aantrekkelijk.
Een pikante reden is dat hoge inkomens een flink belastingvoordeel hebben als het lukt om aan de eis van kwalificerend buitenlands belastingplichtige (KBB) te voldoen. Daarvoor moet worden aangetoond dat over 90 procent van het inkomen in Nederland belasting wordt betaald. Lukt dat, dan komt de belastingplichtige in aanmerking voor aftrek van persoonlijke verplichtingen, zoals alimentatie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een welgestelde 67-plusser in Surhuisterveen heeft bijvoorbeeld een pensioen van 100 duizend euro, plus 20 duizend euro aan neveninkomsten (box 3). Daarboven krijgt hij ook nog eens 13 duizend euro aan AOW, waardoor het totale inkomen uitkomt op 133 duizend euro.
Stel dat hij of zij 15 duizend euro alimentatie moet afdragen aan zijn of haar ex-partner, dan komt het belastbaar inkomen in Nederland uit op 118 duizend euro. Daarover is hij of zij dan 48.341 euro belasting verschuldigd: 35,75 procent in de eerste schijf over 38.883 euro; 37,5 procent in de tweede schijf over 39.543 euro; en 49,5 procent in de derde schijf over 39.574 euro.
Er blijft een besteedbaar inkomen over van 69.659 euro, waarmee als pensionado in het Friese land een rijkeluisleven mogelijk is, zoals ritjes met de Range Rover V8 SV naar de golfclub De Groene Ster in Leeuwarden.
Maar als Surhuisterveen wordt verruild voor Eymet in de Dordogne, is hij financieel nog beter af. Het AOW-deel valt onder de Franse fiscus, die daar echter geen belasting over rekent als er geen andere inkomsten in Frankrijk zijn. Als in Nederland belasting wordt afgedragen, daalt het belastbaar inkomen na betaling van alimentatie tot 105 duizend euro. Na afrekening over drie schijven komt het besteedbaar inkomen uit op 76.095 euro – bijna 7.000 euro meer.
Duidelijk is dat alleen gepensioneerden met hogere inkomens KBB’ers kunnen worden. Mensen met kleinere inkomens halen nooit de eis dat over 90 procent van het inkomen in Nederland belasting is betaald, omdat het AOW-deel bij hen relatief groot is.
Maar zo werken de belastingen: ze zijn denivellerend. Voor wie in Nederland blijft wonen en helemaal voor zijn oude dag slijt in een ander land waarmee een belastingverdrag bestaat.
Vorige week werd bekend dat iedere AOW’er 20 procent extra vakantiegeld krijgt. Voor de helft van de Nederlanders is het een welkom douceurtje; voor de andere helft, die zijn geld verpatst op buitenlandse golfbanen, belandt het op de grote hoop. Mogelijk schenken zij het aan een goed doel, maar in de meeste gevallen eindigt het in de erfenis van de kinderen. Voor de KBB’ers onder de 340 duizend is het goed toeven in de Franse zon.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant