Joods leven in Europa betekende altijd al verbondenheid met Israël, zelfs al voor de stichting van de moderne staat in 1948, betoogt studentenrabbijn Yanki Jacobs. Het dilemma dat Danielle Braun schetst voor Europese Joden, een Europese identiteit of volledig één met Israël, is er daarom niet.
Danielle Braun pleit voor een Europees-Joodse identiteit die losser staat van Israël. Dat klinkt vernieuwend. Maar de tegenstelling die zij schetst – Europees óf verbonden met Israël – heeft nooit bestaan. Niet in de geschiedenis, en voor de meeste Joden ook nu niet. Nederlandse Joden waren altijd tegelijk geworteld in hun woonland én verbonden met het land Israël. In de synagoge werd gebeden voor Zion. Tijdens het feest Pesach klonk: ‘Volgend jaar in Jeruzalem.’ Bij huwelijken werd de verwoesting van de Tempel herdacht. Drie keer per dag richtten gelovige Joden zich in gebed naar de Tempelberg in Jeruzalem. Dat was geen politieke keuze. Dat was Joods leven.
En het bleef niet bij gebed. In 1809 richtte de Amsterdamse familie Lehren de Pekidim ve’Amarkalim op, de grootste Joodse fondsenwervingsorganisatie van West-Europa, die steun verleende aan de religieuze Joodse settlements van Jeruzalem, Hebron, Safed en Tiberias. Anderhalve eeuw vóór de stichting van de moderne staat Israël.
Over de auteur
Yanki Jacobs is studentenrabbijn en landelijk betrokken bij het wel en wee van de Joodse academische gemeenschap. Hij is tevens lid van het rabbinaat van het Interprovinciaal Opperrabbinaat (IPOR).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hetzelfde gold voor Samuel Franzie Berenstein: advocaat, gemeenteraadslid in Den Haag, bestuurder binnen de Joodse gemeenschap en voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond. Hij stond in nauw contact met Theodor Herzl en werkte samen met de Nederlands-Joodse bankier Jacob Kann om grondaankopen ten behoeve van Joodse vestiging in het toenmalige Ottomaanse Palestina mogelijk te maken. Het was ook een Nederlandse notaris die in 1905 de basis legde voor de stichting van de stad Tel Aviv. Nederlandse Joden wachtten niet op 1948. Zij bouwden al veel eerder mee aan het Joodse leven in het land Israël.
De verbondenheid met Israël was dus geen moderne politieke laag die later aan de Joodse identiteit werd toegevoegd. Zij maakte al eeuwen deel uit van het religieuze, culturele en maatschappelijke leven van Nederlandse Joden. De geschiedenis ondersteunt niet de tegenstelling die Braun schetst, maar juist het tegendeel.
Opvallend is bovendien dat Braun het belang van pluralisme benadrukt, maar niet wilde spreken bij Maccabi omdat de organisatie zichzelf zionistisch noemt. Dat roept een vraag op. Als diversiteit van opvattingen werkelijk zo belangrijk is, waarom zou een organisatie met een andere politieke of culturele oriëntatie geen geschikte plek zijn voor een lezing over een heel ander onderwerp? Pluralisme betekent immers niet dat iedereen hetzelfde denkt. Het betekent dat mensen elkaar ondanks verschillen blijven ontmoeten.
Braun beroept zich daarnaast op de oorlogservaringen van haar vader en op de les van ‘Nie wieder’. Dat respecteer ik. Maar vrijwel iedere Joodse familie in Nederland draagt de herinnering aan de Shoah met zich mee. Vrijwel ieder van ons groeide op met dezelfde opdracht: zorg ervoor dat het nooit meer gebeurt. Dat uit deze familiegeschiedenis noodzakelijk één politieke conclusie zou volgen, is een redenering die ik niet kan volgen. Het morele erfgoed van de Holocaust behoort niet toe aan één politieke stroming of één visie op Israël.
Kritiek op Israël mag. Die is er al zolang de staat bestaat alsook daarvoor, ook binnen de Joodse gemeenschap. Maar kritiek wint aan overtuigingskracht wanneer zij dezelfde maatstaven hanteert die men ook elders toepast. Dat geldt voor Israël, maar voor ieder ander land evenzeer. Wie woorden gebruikt als ‘genocidaal beleid’ of schrijft dat hij op een land ‘spuugt’, heeft vanzelfsprekend het recht dat te doen. Maar zulke termen dragen niet bij aan het genuanceerde gesprek waar Braun zelf voor pleit. Woorden doen ertoe. Juist daarom verdienen zij zorgvuldigheid.
Een Europese Joodse identiteit hoeft niet te worden uitgevonden. Zij bestaat al eeuwen. Zij werd gevormd in Amsterdam en Den Haag, maar ook in Jeruzalem en Safed. In de synagoge en de studiezaal, in de Nederlandse rechtsstaat en ook in de eeuwenoude verbondenheid met het land Israël. Die identiteit is ruim genoeg voor debat, voor twijfel en voor stevige kritiek. Maar niet voor de valse keuze waarvoor Braun ons stelt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant