Home

Het bespioneren van buitenlanders is in de VS nooit een probleem geweest, en dat wordt ook Nederland zich nu gelukkig bewust

Het is verheugend dat staatssecretaris Willemijn Aerdts de overname heeft verboden van Solvinity, het bedrijf achter DigiD. Ook al blijft het gissen naar de exacte overwegingen.

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Dat Europa en de Verenigde Staten onverenigbare digitale belangen hebben, is al bijna twintig jaar duidelijk. Met de Foreign Intelligence Surveillance Act uit 2008, om precies te zijn de beruchte Sectie 702, eigenden de Amerikanen zich het recht toe om zonder tussenkomst van een rechtbank gegevens van niet-Amerikanen te kunnen doorzoeken.

Toen uit de onthullingen van ex-NSA-medewerker Edward Snowden in 2013 bleek dat ze daar ook echt gebruik van maken, leidde dat in de VS tot weinig ophef. Het schandaal daar was dat de Amerikaanse inlichtingendiensten Amerikanen bespioneerden. Dat ze dat ook met buitenlanders deden, was geen probleem. Ook toen al niet, onder president Barack Obama.

De mogelijkheden daartoe zijn sindsdien alleen maar vergroot, onder meer met de Cloud Act. Daarbovenop komt de verstrengeling van de Amerikaanse techindustrie met het Amerikaanse regime. Silicon Valley, dat in de jaren tien nog wat tegenstribbelde, is een handlanger geworden van het Amerikaanse autoritaire bewind van Donald Trump. Europa wordt door beide machten als zwakke broeder gezien, die zonder restricties digitaal mag worden geëxploiteerd.

Socialemediabazen als Mark Zuckerberg en Elon Musk zijn de bekendste boemannen, die nul respect hebben voor Europese regels noch op hun gedrag aanspreekbaar zijn. De rol van X in de verrechtsing van het politieke discours en de ondermijning van de democratie zijn genoegzaam bekend.

Maar ook een relatief neutraal bedrijf als Microsoft maakt zich schuldig aan vooruitsnellende gehoorzaamheid. Het overhandigde braaf de namen van Nederlandse ambtenaren die namens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) betrokken zijn bij de handhaving van de Europese regulering van techmolochen aan een senaatscommissie die daar onderzoek naar doet.

De vrees is dat zij individuele sancties opgelegd krijgen, zoals in december gebeurde met onder anderen oud-Eurocommissaris Thierry Breton. Hij mag de VS niet meer in.

Daarom is het verheugend dat Willemijn Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, de overname heeft verboden van Solvinity, het bedrijf achter DigiD, de digitale toegangspoort tot onder meer de Belastingdienst. In handen van een Amerikaans bedrijf zou dat Nederland en Nederlandse burgers bijzonder kwetsbaar hebben gemaakt voor gegevensmisbruik of sabotage.

Ook is het verheugend dat het bewustzijn van die kwetsbaarheid breed is aangezwengeld. Niet alleen in het parlement, maar ook daarbuiten, mede dankzij een groep digitale experts, juristen en publicisten, plus een ambtenaar die met zijn zorgen naar buiten trad.

Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), in 2020 opgericht om vooral Chinese en Russische overnames onder de loep te nemen, heeft op grond van de Wet Ongewenste Zeggenschap Telecommunicatie geconcludeerd dat de overname van Solvinity ‘mogelijk een risico vormt voor het publieke belang’. Dat is nogal wat. Na jaren van liberalisering, terugtrekkende overheid en de vrije teugel voor de vrije markt, realiseert de overheid zich dat het ook op economisch vlak nationale belangen kan en moet verdedigen.

Wat de overwegingen precies zijn geweest, is helaas gissen. De Kamer krijgt slechts een vertrouwelijke technische briefing. Volgens de brief van de staatssecretaris is het oordeel van het BTI ‘landenneutraal’. Wil dat zeggen dat ook een Zweedse overname zou worden verboden? Tegelijkertijd, schrijft Aerdts, hecht Nederland ‘grote waarde aan de aanwezigheid van buitenlandse, waaronder nadrukkelijk ook Amerikaanse technologiebedrijven’. Dat zal diplomatiek bedoeld zijn, maar daarmee lijken de specifieke risico’s van de Verenigde Staten nog steeds te worden onderschat.

De vertrouwelijkheid van het advies maakt het voor Nederlandse bedrijven en Nederlandse burgers lastig in te schatten wat nu onder digitale soevereiniteit wordt verstaan. Het is te hopen dat de Kamer meer zicht en grip op dit dossier krijgt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next