De opluchting is groot nu DigiD-bedrijf Solvenity niet wordt overgenomen, maar voor andere overheidsdiensten is het te laat om uit Amerikaanse handen te blijven. Nederland vergroot almaar zijn afhankelijkheid van tech uit de VS, en op kwetsbare terreinen bovendien.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De Tweede Kamer is in zijn nopjes met het besluit van staatssecretaris Willemijn Aerdts (D66, Digitale Zaken), die de overname van DigiD-bedrijf Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl een halt toeriep. Een grote meerderheid van het parlement drong er al maanden op aan dat het kabinet de transactie zou torpederen. ICT-experts waarschuwden dat de voorgestelde overname grote risico’s met zich mee zou brengen voor de nationale veiligheid en de bescherming van persoonsgegevens van Nederlanders.
Toezichthouder BTI, die overnames door buitenlandse partijen moet goedkeuren als daarbij vitale Nederlandse infrastructuur in het geding is, kwam blijkbaar tot dezelfde conclusie. Het BTI heeft maar één keer eerder in zijn zesjarig bestaan een fusie of overname verboden. Om welk bedrijf dat ging, is niet bekend. De casussen die het BTI behandelt blijven vanwege de bedrijfsgevoeligheid van deze informatie strikt geheim. Voor Solvinity is een uitzondering gemaakt.
DigiD mag dan ‘gered’ zijn; dat doet weinig af aan de Nederlandse afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven. De Belastingdienst, Douane en Dienst Toeslagen stappen binnenkort over naar kantoorautomatisering van Microsoft. Daar zijn verontruste Kamervragen over gesteld, maar volgens staatssecretaris Eelco Eerenberg (Fiscale Zaken) is het te laat om op dit besluit terug te komen. Het overstapproces is al te ver gevorderd.
Hetzelfde geldt voor het nieuwe ICT-systeem voor de inning van de btw, de op een na belangrijkste inkomstenbron van de Nederlandse rijksoverheid. Het ministerie van Financiën heeft daarvoor een contract voor twintig jaar getekend met het Amerikaanse Fast Enterprises. Ook dat besluit kan niet meer worden teruggedraaid. Het werd enkele jaren geleden genomen, toen de trans-Atlantische vriendschap met de VS nog niet ter discussie stond.
Vorig jaar werd het Nederlandse Zivver, dat zwaar beveiligde e-maildiensten levert aan instellingen die gevoelige persoonsgegevens verwerken (onder andere ziekenhuizen, het UWV, gevangenissen, het Openbaar Ministerie, rechtbanken en tientallen gemeenten), nog geruisloos overgenomen door het Amerikaanse Kiteworks.
Of het BTI die overname heeft beoordeeld en goedgekeurd, is niet bekend. De Immigratie- en Naturalisatiedienst, ook Zivver-klant, heeft het contract opgezegd naar aanleiding van de overname.
Het blokkeren van de verkoop van Solvinity markeert een omslag in het politieke denken. Het besef dat de VS Nederland niet per definitie goed gezind zijn, is pas recentelijk tot kabinet en Tweede Kamer doorgedrongen.
De vorig jaar gepubliceerde Nationale Veiligheidsstrategie van de regering-Trump heeft aan die omslag bijgedragen. De VS verklaren daarin hun technologische ‘overwicht’ als internationaal machtsmiddel te willen gebruiken. Amerikaanse techbedrijven ‘versterken onze wereldwijde invloed’, staat er. Landen die het Witte Huis tegen de haren instrijken kunnen dankzij die afhankelijkheid onder druk gezet worden, aldus de nieuwe beleidslijn.
De meeste Europese politici zien de noodzaak die afhankelijkheid te verminderen nu wel in, maar veiligere alternatieven zijn niet altijd voorhanden. In vrijemarkteconomieën blijft bovendien altijd het risico bestaan dat een Europese aanbieder op enig moment aan een Amerikaans bedrijf wordt verkocht. Aandeelhouders kijken niet naar veiligheidsrisico’s; die gaan meestal voor de hoogste prijs. Toezichthouders als het BTI moeten dus waakzaam blijven.
Ironisch genoeg zijn Nederland en andere Europese landen hun afhankelijkheid van Amerikaanse tech juist aan het vergroten op de kwetsbaarste terreinen: defensie en politie. De Europese denktank Foti concludeerde onlangs dat 23 Europese landen cruciale digitale technologie van defensie en nationale veiligheidsdiensten hebben toevertrouwd aan grote Amerikaanse techbedrijven.
Nederland is daar een van, hoewel het ministerie van Defensie vorige maand aankondigde een eigen, Nederlandse cloud te gaan bouwen voor staatsgeheime gegevens. Op dit moment worden die staatsgeheimen nog opgeslagen bij Google en Amazon.
Tegelijkertijd onthulden Follow the Money en de Volkskrant vorig jaar dat de Nederlandse politie en het leger al circa vijftien jaar klant zijn van het controversiële techbedrijf Palantir. Dit bedrijf, door The New York Times bestempeld als ‘bijzonder kwaardaardig’, produceert kunstmatige intelligentie die gebruikt wordt voor massasurveillance van bevolkingen.
Israël gebruikte technologie van Palantir om Gazaanse militanten op te sporen en te elimineren, waarbij naar verluidt een ‘foutmarge’ van 10 procent onschuldige burgerdoden acceptabel werd gevonden. De Amerikaanse immigratiepolitie ICE gebruikt Palantir bij zijn jacht op illegale immigranten.
Palantir wordt geleid door de twee miljardairs (Alex Karp en Peter Thiel) met autoritaire en fascistische neigingen, die nauwe banden onderhouden met de regering-Trump en de Amerikaanse defensietop. Ze verklaren openlijk dat de VS moeten streven naar militaire dominantie van de rest van de wereld, teneinde de westerse ‘superieure’ (lees: witte) beschaving te beschermen tegen ‘niet-westerse’ inmenging. Ze denken dat hun AI-technologie dat doel dichterbij kan brengen.
Uitgerekend met dit bedrijf wil defensie juist méér gaan samenwerken, daartoe aangespoord door de Navo. Het onder druk staande bondgenootschap wil de VS plezieren en promoot Palantir daarom bij de Europese lidstaten.
Palantir is bijzonder goed in het analyseren van gigantische, diverse databestanden en daar patronen in te ontdekken. De Nederlandse politie gebruikt Palantir-tech naar eigen zeggen alleen voor het bestrijden van zware georganiseerde criminaliteit en terrorisme, maar daarbij worden ontelbare persoonsgegevens van onschuldige burgers doorgespit. De marechaussee gebruikt het om de passagierslijsten van vliegtuigen die op Schiphol landen te screenen.
Hoe de ‘risicoselectie’ van die Palantir-AI in elkaar zit, en of etniciteit of nationaliteit daarbij een factor is, is een mysterie. Toen het kinderopvangtoeslagenschandaal aan het licht bracht dat de Belastingdienst risicoanalyses maakte op basis van nationaliteit, was de publieke en politieke verontwaardiging groot. Dit werd daarna verboden. Of de Palantir-algoritmes van politie, marechaussee en leger zich iets van dat verbod aantrekken: niemand die het weet.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant