Home

Clarence B. Jones (1931-2026), de man die meeschreef aan Martin Luther Kings historische ‘I Have a Dream’-speech

Clarence B. Jones was als vertrouweling van Martin Luther King jarenlang de man achter de schermen van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging in de VS. Ook legde hij als advocaat een van de fundamenten van de vrijheid van de Amerikaanse pers.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Clarence B. Jones was jarenlang vertrouweling van dominee Martin Luther King, de belangrijkste voorman van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten in de jaren zestig. Jones, die afgelopen vrijdag op 95-jarige leeftijd overleed, wordt in alle necrologieën geroemd om zijn bijdrage aan de legendarische toespraak die King hield op 28 augustus 1963.

Maar Kings historische woorden ‘I Have a Dream’ stonden die dag, tijdens de betoging van een kwart miljoen betogers in Washington, niet op papier.

Toen King het einde van zijn voorbereide toespraak naderde, riep gospelzangeres Mahalia Jackson, die vlak achter hem op het podium zat, plots: ‘Vertel ze over de droom, Martin!’ Ze doelde daarmee op de afstand tussen het ideaal van de Amerikaanse droom en de alledaagse realiteit van Afro-Amerikanen, waarover de dominee al een paar keer eerder had gesproken.

Ter plekke begon King te improviseren en kwam hij tot zijn emotionele ‘I Have a Dream’. Vier woorden waarmee hij ‘toetrad tot de gelederen van mannen zoals Thomas Jefferson en Abraham Lincoln, die het moderne Amerika hebben gevormd’, zoals een biograaf later schreef.

Kings vertrouweling

Van dat historische besef was geen sprake geweest toen King de redevoering opstelde samen met Jones en politiek strateeg Stanley Levison. Er waren een boel kladjes die op het laatste moment bij elkaar werden geveegd. ‘De logistieke voorbereidingen van de mars waren zo vermoeiend dat de speech voor ons geen prioriteit had’, zegt Jones in Behind the Dream, een boek waarin hij terugkijkt op de hectiek voorafgaand aan en na dat grote moment in 1963.

Jones behoorde destijds pas drie jaar tot Kings kring van vertrouwelingen. De dominee benaderde hem in 1960 met de vraag of hij wilde helpen een aanklacht van de staat Alabama aan te vechten. Die beschuldigde de dominee van belastingfraude en meineed. Een rechter zou in mei van dat jaar de kant van King kiezen.

Na de rechtszaak besloot Jones met zijn gezin naar New York te verhuizen om fulltime voor King te werken als juridisch en politiek adviseur én tekstschrijver. Hij had naast de ‘Washington-toespraak’ ook de hand in Kings redevoering tegen de oorlog in Vietnam in 1967. Dat was een gewaagd standpunt in een land waarin de meerderheid uit patriottisch oogpunt geen kritiek duldde op het militaire debacle in het Aziatische land, en al helemaal niet van ‘een gekleurde oproerkraaier’, zoals de FBI King zag. Een jaar later zou King worden vermoord.

Segregatie

Jones werd op 8 januari 1931 geboren als de zoon van een chauffeur en een huishoudelijke hulp in dienst van een welgestelde witte familie. In die tijd heerste er nog volop segregatie in de VS. Afro-Amerikanen gingen naar aparte scholen en restaurants mochten hen weigeren. Alleen al de verdenking van aanstootgevend gedrag kon leiden tot een lynchpartij door een wit volksgericht.

Jones’ schrijftalent én politieke vechtlust waren al op jonge leeftijd zichtbaar. In 1949 hield Jones een toespraak voor afzwaaiende studenten waarin hij de noodzaak bepleitte om de raciale scheidslijnen in de VS af te breken. Hij ging rechten studeren in New York. Die studie kwam hem van pas toen hij in 1955 ‘oneervol’ werd ontslagen door het leger na zijn dienstplicht te hebben voldaan. Jones had namelijk geweigerd de gelofte van trouw af te leggen. De jonge jurist vocht de beslissing aan en won.

Jones maakte ook naam met een geruchtmakende rechtszaak die tot op de dag van vandaag een fundament is van de persvrijheid in de Verenigde Staten. In 1960 werd The New York Times aangeklaagd wegens smaad vanwege een advertentie waarmee fondsen werden geworven voor de burgerrechtenbeweging. In de oproep werd de rassenscheiding in Alabama gehekeld.

Het dagblad verloor, maar het Hooggerechtshof vernietigde het vonnis in 1964. Een krant kon volgens het hof alleen worden veroordeeld als die wist dat de verklaringen in een advertentie in strijd waren met de waarheid.

Hoogste Amerikaanse onderscheiding

Na de dood van King in 1968 legde Jones zich toe op de aandelenhandel en was hij drie jaar uitgever van een Afro-Amerikaanse krant in New York, die hij eerder had helpen opkopen. Hij bezat een radiostation, en schreef boeken over burgerrechten. Jones zou ook jaren lesgeven. In 2024 kreeg hij uit handen van de toenmalige president Joe Biden de hoogste Amerikaanse onderscheiding voor een burger, de Presidential Medal of Freedom.

Bij die gelegenheid vertelde Jones tegen de website The Free Press hoe hij aan Martin Luther King had uitgelegd waarom hij zo’n goede tekstschrijver was voor de dominee. ‘Ik hoor jouw stem in mijn hoofd. Ik hoor je stem in een perfecte toon.’

Jones deed meer dan alleen helpen met toespraken schrijven. Hij bedacht campagnes tegen de rassenscheiding, wierf financiële steun voor Kings beweging, bedacht juridische strategieën tegen discriminerende wetten en verdedigde betogers die bij demonstraties waren opgepakt.

In 1971 kwam Jones in het nieuws, toen hij door de autoriteiten werd aangesteld als bemiddelaar bij de opstand in de Attica-gevangenis in de staat New York. Hij pleitte tevergeefs voor een vreedzame oplossing. De gouverneur van New York stuurde veiligheidstroepen af op de opstandige gedetineerden. Er vielen 39 doden.

In 1963 bracht Martin Luther King een pamflet uit met de titel Brief uit de gevangenis van Birmingham, waarin hij stelde dat mensen de morele verplichting hebben zich te verzetten tegen onrechtvaardige wetten. King zat op dat moment in Birmingham (Alabama) gevangen. Jones smokkelde passages van de tekst op papieren snippers langs de bewakers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next