Home

Verbod op Amerikaanse overname DigiD past in hardere koers tegen big tech

Het verbod op de overname van het bedrijf achter DigiD vestigt de aandacht op de Nederlandse digitale afhankelijkheid. Experts zijn blij dat de infrastructuur achter cruciale infrastructuur niet in Amerikaanse handen komt. "Maar de afhankelijkheid van big tech is zeker niet aan het afnemen."

Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie) verbood dinsdag de overname van Solvinity. Dat bedrijf levert de infrastructuur waarop bijvoorbeeld DigiD en de Berichtenbox draaien. Aerdts schreef dan ook dat de mogelijke overname van Solvinity "een risico vormt voor het publieke belang".

Sinds bekend werd dat het Amerikaanse bedrijf Kyndryl Solvinity wilde overnemen, waarschuwen deskundigen voor de risico's en de steeds groter wordende afhankelijkheid van de grote Amerikaanse techbedrijven. Zo ook Reijer Passchier, die waarschuwde voor een "digitale noodsituatie", omdat de Amerikaanse regering zulke technologie kan en wil inzetten als machtsinstrument.

"Ik ben heel blij met de beslissing van de staatssecretaris", zegt Passchier, hoogleraar Digitalisering aan de Open Universiteit en universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Leiden. "De discussie rondom Solvinity heeft ook het bewustzijn van onze extreme afhankelijkheid van big tech vergroot."

"Maar die afhankelijkheid is zeker niet aan het afnemen", benadrukt hij. "Allerlei diensten zijn naar Microsoft aan het migreren. Een groot deel van de overheid, zeker gemeenten, is afhankelijk." Gebruikers kunnen bijvoorbeeld niet op een andere manier inloggen bij overheidsdiensten:

"Ik maak me al langer zorgen over onze digitale soevereiniteit", zegt Haroon Sheikh, politicoloog, filosoof en wetenschapper bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Ook hij denkt dat de ingreep bij de overname heel verstandig was, zeker gezien het huidige beleid van de Amerikaanse regering van Donald Trump.

"Bij zulke vraagstukken spelen twee belangrijke risico's: surveillance en verstoring", legt Sheikh uit. Beide risico's zijn relevant bij de beoogde overname door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl. "De Amerikaanse regering zou toegang hebben tot gevoelige gegevens."

"Nederland zou daarnaast chantabel zijn met de dreiging om de infrastructuur plat te leggen." Trump zou zo'n drukmiddel bijvoorbeeld kunnen inzetten om grip te krijgen op Groenland. Amerikaanse (tech)bedrijven mogen bijvoorbeeld al geen zaken meer doen met het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, omdat het ICC een arrestatiebevel uitvaardigde tegen onder anderen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu.

Kyndryl, voorheen onderdeel van computergigant IBM, laat overigens in een reactie weten dat het altijd "te goeder trouw" heeft gehandeld. Het bedrijf is "uiterst teleurgesteld" door het verbod. En Solvinity zegt met de overheid in contact te blijven over de bescherming van de kritische Nederlandse infrastructuur.

Of de Verenigde Staten het verbod zomaar accepteren, is volgens Sheikh moeilijk te voorspellen. Er zijn volgens Sheikh signalen geweest dat de Amerikaanse regering niet blij was met de tegenwerking. "Mogelijk heeft de staatssecretaris daarom gewacht op onderzoeksresultaten, om duidelijk te maken dat het niet zomaar een beslissing was van de Nederlandse overheid."

Aerdts baseerde zich voor het verbod op onderzoek van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). "Door BTI is geconcludeerd dat deze beoogde overname van Solvinity mogelijk een risico vormt voor het publieke belang", schreef de staatssecretaris.

De zorgen over het publieke belang waren ook een belangrijke reden dat de Nederlandse overheid ingreep bij Nexperia. Ook hier werd verwezen naar een autoriteit - de Ondernemingskamer - om duidelijk te maken dat het geen willekeurige actie van de Nederlandse overheid was. Deze voorzichtigheid kon niet voorkomen dat China Nederland de schuld gaf van de ontstane chaos op de chipmarkt, of dat het Chinese moederbedrijf 8 miljard dollar aan schadevergoeding eist van Nederland. Sheikh vertelde destijds aan NU.nl dat er al zorgen waren over de economische veiligheid van Nexperia toen het bedrijf in 2017 werd verkocht.

Het denken over economische veiligheid begon volgens Sheikh eigenlijk met KPN in 2013 en 2014, toen América Móvil van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim op de Nederlandse netbeheerder aasde. Uiteindelijk trok América Móvil het bod in. Toezichthouders keken tot die tijd vooral naar de marktoverwegingen. Sheikh: "De markt besliste vooral op basis van wie de beste dienst levert tegen de beste prijs."

"Ik hoop dat we er in de toekomst strenger op zijn", zegt hij. "De Nederlandse regering kijkt naar mogelijkheden om beter in wetgeving te verankeren hoe een bedrijf kan worden uitgesloten bij het bieden. De Europese Commissie komt later dit jaar ook met een voorstel. Er wordt steeds strategischer gekeken naar onze digitale infrastructuur."

"We zijn in het verleden heel gemakzuchtig geweest in het accepteren van de digitale lobby", zegt Passchier. "Heel Europa ging mee in het optimistische verhaal van big tech, maar Nederland spande de kroon."

Hij verwijst naar het boek Kolonisten van de Cloud, waarin voormalig Microsoft-lobbyist Jochem de Groot de groeiende invloed van Microsoft op onze overheid, economie en maatschappij beschrijft. "Zelfs bij Microsoft zelf keken ze ervan op hoe bereidwillig Nederland was."

"We moeten heel snel afrekenen met die meegaandheid", zegt Passchier. "Onze fundamentele waarden zoals de democratie en de rechtsstaat staan op het spel. We moeten ons realiseren dat technologie ook afhankelijk is van machtsspelen. Hopelijk is Solvinity het begin van een ommezwaai."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next