Home

Nederlandse economie groeit harder, maar werk vinden wordt lastiger

De Nederlandse economie is vorig jaar harder gegroeid dan in 2024. De groei kwam uit op 1,8 procent, tegenover 1,1 procent een jaar eerder. In alle provincies ging de economie vooruit: Friesland groeide het sterkst, Limburg het minst.

De economie van Friesland groeide met 2,4 procent het hardst, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS over de regionale economie. Dat is opvallend, omdat de Friese economie in 2024 nog kromp. Ook Groningen groeide weer, na enkele jaren van krimp. Volgens het CBS kwam de groei daar vooral door handel, overheid en zorg.

Limburg had met 0,8 procent de laagste economische groei. Toch was het jaar daar volgens het CBS op meerdere punten gunstiger dan eerder: de werkloosheid bleef gelijk, het aantal faillissementen daalde en het ondernemersvertrouwen nam toe.

De werkloosheid steeg in tien van de twaalf provincies. Alleen in Utrecht en Limburg bleef die gelijk. Zuid-Holland had met 4,5 procent de hoogste werkloosheid van alle provincies. In Zeeland was de werkloosheid het laagst (3,2 procent).

Ook in de vier grootste steden liep de werkloosheid op. De stijging was het grootst in Rotterdam: van 5,4 naar 6,4 procent.

De arbeidsmarkt werd minder krap. In 2025 waren er landelijk 98 openstaande vacatures per 100 werklozen. Een jaar eerder waren dat er nog 108.

In alle provincies nam de spanning op de arbeidsmarkt af. Met 122 vacatures per 100 werklozen hadden Zeeland en Utrecht nog de krapste arbeidsmarkt.

Voor Flevoland en Zeeland was het beeld minder gunstig. In beide provincies steeg de werkloosheid, nam het aantal faillissementen toe en daalde het ondernemersvertrouwen. In Flevoland groeide de economie bovendien minder hard.

Het CBS keek dit jaar ook naar brede welvaart in de regio. Daarbij gaat het niet alleen om economische groei of inkomen, maar ook om zaken als gezondheid, veiligheid, wonen, werk, vrije tijd, sociale contacten en milieu. Zo ontstaat een breder beeld van hoe goed het nu gaat in een regio en wat dat betekent voor later.

Die brede welvaart krijgt geen rapportcijfer. Het CBS vergelijkt provincies en regio's op losse onderdelen. Een provincie doet het goed als die vaak in de bovenste groep staat, en minder goed als die vaak onderaan bungelt. Voor brede welvaart 'hier en nu' kijkt het CBS naar 29 indicatoren. Voor brede welvaart 'later' zijn dat er 14.

Utrecht en Friesland scoren op beide onderdelen relatief goed. Die komen dus vaak gunstig uit de vergelijking met andere provincies, zowel voor het leven nu als voor de kansen van volgende generaties. Utrecht scoort goed op onder meer inkomen, werk en gezondheid. Friesland doet het goed op onder meer veiligheid, milieu, sociale samenhang en natuur.

Flevoland laat een ander beeld zien. De brede welvaart 'hier en nu' is daar relatief laag. Inwoners wonen bijvoorbeeld verder van openbaar vervoer, sportterreinen, basisscholen en cafés dan mensen in veel andere regio's. Ook scoort Flevoland lager op sociale samenhang en tevredenheid met het leven. Richting de toekomst ziet het er minder ongunstig uit, doordat de provincie relatief veel natuur en ruimte heeft.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next