Home

Opinie: Burger krijgt geen inzicht in besteding miljarden aan klimaatsubsidies

Al jaren woedt er een felle strijd over de vraag of biomassa verstoken voor energie duurzaam is. Maar dat gevecht gaat nu ook over de fundamenten van het klimaatbeleid, stelt Fenna Swart. Want inzicht in subsidiemiljarden is alleen nog maar via de rechter te krijgen.

Vandaag, 28 mei, behandelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een spoedzaak van Stichting Comité Schone Lucht (CSL) tegen de staat over circa 2,5 miljard euro aan biomassasubsidies voor energiebedrijf RWE. Formeel draait de zaak om een handhavingsbesluit onder de Kaderwet EZ-subsidies. Maar materieel gaat het over iets fundamenteels, namelijk: kan democratische controle op klimaatbeleid nog functioneren wanneer openbare informatie structureel buiten zicht blijft?

Die vraag raakt inmiddels de kern van het Nederlandse klimaatbeleid. Terwijl de overheid miljarden publieke euro’s inzet voor de energietransitie, wordt inzicht in de onderliggende controlemechanismen steeds afhankelijker van langdurige juridische procedures. Wat ooit begon als een technisch debat over biomassa en houtpellets, is uitgegroeid tot een internationale crisis rond transparantie, toezicht en politieke verantwoordelijkheid.

Over de auteur

Fenna Swart is gepromoveerd onderwijskundige en directeur van Stichting Comité Schone Lucht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Muur van vertraging

Ergens in Den Haag moet een map bestaan waarin de Nederlandse biomassapolitiek nog te reconstrueren is. Memo’s die elkaar tegenspreken. Auditrapporten met ontbrekende bijlagen. Waarschuwingen in correspondenties tussen ministeries, juristen, toezichthouders, certificeringsinstanties en energiebedrijven waarin ‘duurzaam’ en ‘reststroom’ schuiven als begrippen op water. En massabalansen uit Maleisië die precies kloppen zolang je niet vraagt naar de herkomst of wat er plaatsvond in het bos.

Maar wie als burger of maatschappelijke organisatie probeert die documenten boven tafel te krijgen, stuit op een muur van vertraging, uitzonderingsgronden en juridisch afschuiven.

Comité Schone Lucht (CSL) kent die muur inmiddels goed. Sinds 2018 voert het campagne voor behoud van bos, biodiversiteit en schone lucht en dus tegen onder meer grootschalige verbranding van hout voor energie. Wat begon als een tamelijk eenzame strijd tegen een beleid dat toen nog door kabinet, industrie en een groot deel van de milieubeweging als ‘duurzaam’ werd gepresenteerd, groeide uit tot een dossier dat inmiddels de fundamenten raakt van klimaatbeleid, toezicht en de rechtsstaat.

Intimidatie

Die lange adem had ook een prijs. Binnen bestuurlijke en politieke kringen wordt het Comité inmiddels ervaren als ‘lastig’, mede doordat de organisatie via Woo-verzoeken, handhavingsprocedures en juridische druk blijft terugkomen op dossiers die ministers liever afsluiten. Volgens CSL leidt dat niet alleen tot structurele tegenwerking en vertraging, maar ook indirect tot intimidatie: van eindeloze procedurele hindernissen en juridische uitputting tot het voortdurend traineren van informatieverzoeken en het afschermen van cruciale milieudocumenten.

Een recent voorbeeld illustreert dit mechanisme. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) voerde toezichtsonderzoek uit op de importketen van Maleisische houtpellets voor RWE om als biomassa te verstoken in Nederlandse centrales. Dat onderzoek volgde op een handhavingsverzoek en dossieranalyse van Comité Schone Lucht (CSL), samen met de Britse ngo Biofuelwatch, waarin bewijs werd aangedragen van mogelijk fraude met certificering en overheidssubsidies, illegale houtstromen en een niet transparant en onafhankelijk controlesysteem.

Het NEa-onderzoek werd begin dit jaar formeel afgerond en als ‘in orde’ bestempeld, maar bevatte tegelijkertijd de constatering dat de controle op duurzaamheid kwetsbaar is en dat de centrale vraag – waar de grootschalige importstromen daadwerkelijk vandaan komen – niet kon worden beantwoord. Desondanks nam minister Sophie Hermans de conclusies diezelfde dag over en werd het dossier bestuurlijk gesloten.

Geen willekeurige markt

Sindsdien probeert CSL via bezwaren tegen ministeriële besluiten, Woo-verzoeken en aanvullende procedures alsnog toegang te krijgen tot de onderliggende informatie, naast het doen van een strafrechtelijke aangifte tegen RWE.

Dat is op zichzelf al opmerkelijk. Maar nog opmerkelijker is hoeveel energie nodig blijkt om überhaupt toegang te krijgen tot informatie. In Woo-procedures beroepen overheden zich op ‘bedrijfsvertrouwelijkheid’, ‘onevenredige benadeling’, of vermeende veiligheidsrisico’s. Productiecijfers van biomassacentrales zouden concurrentiegevoelig zijn. Subsidiegegevens zouden inzicht geven in bedrijfsvoering. Auditrapporten blijven geheim.

Tegelijkertijd gaat het hier niet om een willekeurige markt. Het gaat om miljarden euro’s publiek geld. Om klimaatbeleid. Om emissies. Om bossen en biodiversiteit. En om een systeem dat alleen kan functioneren wanneer ngo’s kunnen controleren of duurzaamheidsclaims daadwerkelijk kloppen. Daar wringt het.

De Nederlandse biomassasector draait grotendeels op private certificering. Bedrijven controleren elkaar via certificeringsschema’s, auditors en ketendocumentatie. Toezicht vindt op afstand plaats. In het geval van de Maleisische houtpellets erkende de NEa zelf dat het systeem kwetsbaar is en sterk afhankelijk van zelfverklaringen van marktpartijen.

Maar zodra maatschappelijke organisaties proberen de onderliggende informatie te controleren, blijken cruciale documenten niet openbaar. Massabalansen ontbreken. Auditrapporten zijn geheim. Correspondentie wordt zwartgelakt. Besluitvorming sleept maanden voort.

Niemand heeft overzicht

Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie: de overheid verklaart het systeem controleerbaar, terwijl de informatie waarop die conclusie rust grotendeels ontoegankelijk blijft voor publieke controle.

Omdat bestuursrecht en Woo-procedures geen volledige inzage opleveren, verschuift het conflict inmiddels ook richting het strafrecht. CSL deed begin dit jaar aangifte wegens mogelijke subsidiefraude en valsheid in geschrifte rond certificering en classificatie van houtstromen.

Dit is een opmerkelijke en niet eerder vertoonde route voor maatschappelijke controle op klimaatbeleid. Maar precies daarin zit het ongemakkelijke punt van deze zaak: wanneer toegang tot basisinformatie structureel wordt beperkt, verandert juridische escalatie van uitzondering in systeemonderdeel.

Wat zichtbaar wordt, is geen incident rond biomassa alleen. Het gaat om een bestuursmodel waarin verantwoordelijkheid systematisch is gefragmenteerd. Subsidies lopen via uitvoeringsorganisaties, toezicht via meerdere instanties, certificering via private schema’s en controle deels via Europese kaders. Niemand bezit het volledige overzicht, en daardoor voelt uiteindelijk niemand zich volledig verantwoordelijk voor integrale publieke verantwoording.

Blind vertrouwen

De ironie is dat maatschappelijke organisaties daardoor steeds vaker functioneren als permanente procespartijen. Niet omdat zij het systeem willen blokkeren, maar omdat juridische procedures nog een van de weinige manieren zijn geworden om openbare informatie boven tafel te krijgen.

Dit krijgt extra gewicht omdat het hier niet om een detail gaat, maar om miljarden aan publieke subsidies. RWE ontvangt tot 2026 circa 2,5 miljard euro aan biomassasubsidies. Als niemand precies kan zien waar dat geld naartoe gaat, wat er is gecontroleerd en wat niet, dan schuift ‘beleid’ richting blind vertrouwen. Het probleem zit dus niet in één dossier, maar in het systeem erachter: een lappendeken van publieke en private controles, waar verantwoordelijkheid gemakkelijk verdwijnt en informatie nog makkelijker.

Daarom is de zitting van vandaag meer dan een juridisch geschil. Het gaat om een simpele maar ongemakkelijke vraag: werkt democratische controle op klimaat-en energiebeleid nog wel als je voor openbare informatie steeds naar de rechter moet? En als dat zo is, wie controleert dan eigenlijk nog wie?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next