Gerda Tolk kende een bewogen leven, waarin ze lang haar liefde voor vrouwen verborgen hield, uit angst voor reacties. Pas op haar 50ste kwam ze uit de kast.
Gerda Tolk kende een bewogen leven, waarin ze lang haar liefde voor vrouwen verborgen hield, uit angst voor reacties. Pas op haar 50ste kwam ze uit de kast.
‘Nou en’ heette de bungalow waar Gerda Tolk samenwoonde met haar vriendin Hilda, voor wie ze haar man, een dominee uit het Friese Stiens, had verlaten. De naam van hun huis in Leeuwarden mocht gerust als een statement worden opgevat: hier leefden twee vrouwen samen, ja. En wie daar een probleem mee had, kon hun reactie op de gevel lezen.
Al op jonge leeftijd wist Gerda dat ze op vrouwen viel. Op haar 14de kroop de leidster van de padvinderij bij haar in bed. ‘Ik vond het zálig’, vertelde ze daarover in 2018 in een interview met NRC. Maar in de jaren veertig rustte er een groot taboe op liefde tussen vrouwen. Het woord ‘lesbisch’ was nauwelijks ingeburgerd, in plaats daarvan werd er schamper gesproken over ‘klets-klets’.
Haar bezorgde moeder koppelde haar aan een dominee in Friesland. Met hem trouwde Gerda in 1959, samen kregen ze een zoon: IJde Jan. Die vroeg zich lang af of zijn vader eigenlijk wel wist dat zijn moeder niet op mannen viel. ‘Na haar dood, bij het opruimen van haar spullen, ontdekte ik dat dat wel het geval was geweest. Maar de heersende opvatting in die tijd was: het gaat wel over als je eenmaal getrouwd bent. Zo stond mijn vader er ook in.’
Hun huwelijk was niet slecht, al noemde Gerda het later ‘seksueel een ramp’. Ze stortte zich vol overgave op het werk in de pastorie en wilde bovendien graag een kind. De liefde voor vrouwen verdween daardoor naar de achtergrond. Tot ze in de kerk Hilda ontmoette, een weduwe met drie kinderen.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Volgens Gerda, toen 50 jaar, was het alsof er ‘een bom ontplofte in kerkelijk Stiens’. Mensen keerden haar de rug toe, ze moest de pastorie verlaten en Hilda werd uit de kerkenraad gezet. Toch verloor ze haar geloof nooit. Vriendin Anne Veenendaal: ‘Ze wist: God is liefde. Hij maakt geen onderscheid.’
Samen met Hilda verhuisde ze naar het nabijgelegen Hijum, waar de storm luwde, maar echt vrij voelde ze zich in Leeuwarden. In de stad ging ze vrijwilligerswerk doen voor het COC en richtte voor oudere lhbti’ers ‘Rozee’ op, dat ze gekscherend ‘de roze rimpelclub’ noemde.
Daarnaast gaf ze voorlichting aan zorgmedewerkers in opleiding, omdat ze zag dat veel homoseksuele ouderen in verzorgingshuizen opnieuw ‘de kast ingingen’ uit angst voor discriminatie van medebewoners. ‘Die mensen zitten vaak de hele dag op elkaar te letten en hebben nog ouderwetse ideeën’, vertelt Veenendaal. ‘Die eenzaamheid wilde Gerda bestrijden. Hoe vaak stond er bij een man niet een foto van een andere man op het nachtkastje, die dan zogenaamd een neef was?’
Voor haar vrijwilligerswerk kreeg Gerda verschillende onderscheidingen, zoals het Roze Pompeblêd. En toen het COC in 2016 zijn 70-jarig bestaan vierde, werd ze uitgekozen om koning Willem-Alexander over haar werk te vertellen. Een van de belangrijkste lessen die ze had geleerd was: ‘Alles wat je in je leven meemaakt, daar moet je doorheen. En niet omheen.’
Met haar ex-man kwam het uiteindelijk goed, nadat hij 23 jaar lang het contact had vermeden. Nadat hij een hartaanval had gekregen, vroeg hij via hun zoon of Gerda hem wilde bezoeken in het ziekenhuis. ‘Hij was niet van het uitpraten’, zegt IJde Jan. ‘Maar er ontstond wel weer een normale verstandhouding. Later kwamen ze zelfs met hun nieuwe partners bij elkaar op visite. Daarmee is wel iets gladgestreken.’
Gerda Tolk, die in 2002 haar partner Hilda verloor, overleed op 24 april op 94-jarige leeftijd. Bij haar afscheid in Huizum was heel ‘roze Leeuwarden’ aanwezig. Ze werd begraven achter de kerk, onder uitbundig bloeiende roze prunussen.
Source: Volkskrant