We noemen het ‘tegengaan van aanzuigende werking’, we zeggen dat we de ‘instroom omlaag brengen’ en dat we de grenzen beter moeten ‘beheren’. Het geweld dat wordt gebruikt om ons migratiebeleid uit te voeren, is al jaren structureel en wijdverspreid.
Nadat Gidi Markuszower opriep tot geweld tegen Palestijnse asielzoekers, volgde de voorspelbare morele verontwaardiging vanuit het politieke midden. Markuszower moest zijn woorden terugnemen, aan de Nederlandse talkshowtafels discussieerde men gretig over de vraag of Rob Jetten nog met hem kon samenwerken en dinsdagavond volgde een Kamerdebat over het normaliseren van geweld in politiek en samenleving.
Tijdens dat debat hoorde ik Kamerleden spreken over strepen die in het zand moesten worden getrokken, over morele ondergrenzen en over het belang van glasheldere veroordelingen. Ik luisterde naar politici die spraken over het gevaar van normalisering van geweld en benadrukten dat alles wat ook maar riekte naar geweld sowieso fout was. Zeker, woorden doen ertoe, en dat geldt al helemaal in het huidige maatschappelijke klimaat rond asiel. Maar de morele verontwaardiging vanuit het politieke midden is gratuit. Het echte morele probleem is dat Markuszower hardop uitsprak wat ons Europese migratiebeleid in de praktijk al jaren veronderstelt: geweld.
Over de auteur
Galina Cornelisse is hoogleraar courts and transnational justice aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Geweld op de Middellandse Zee, waar twee Afghaanse jongetjes van 12 en 14 jaar vorige zomer door de Griekse kustwacht werden uitgekleed, om vervolgens op een reddingsvlot midden op zee te worden achtergelaten. Maximaal geweld in de bossen tussen Polen en Belarus, waar rond diezelfde tijd een 22-jarige Syrische man naakt en zonder schoenen in de vrieskou werd achtergelaten, en waar een zwangere vrouw bloedend terug naar de grens werd gesleept. Geweld in Nederlandse vreemdelingenbewaring, waar mensen met psychische klachten in eenzame opsluiting terechtkomen. Geweld gepleegd door gemaskerde mannen aan de Grieks-Turkse grens, waar mensen worden mishandeld, bedreigd, bestolen en seksueel misbruikt. Onmenselijk geweld in Libische detentiecentra, die met Europese steun in stand worden gehouden.
Niemand die de laatste jaren ook maar een beetje heeft opgelet, kan nog zeggen dat dit incidenten zijn: het geweld dat wordt gebruikt om ons migratiebeleid uit te voeren, is structureel, wijdverspreid en vaak maximaal. Het is al lang genormaliseerd.
Het cruciale verschil met het geweld waar Markuszower zo openlijk over sprak, is dat dit geweld uit het zicht verdwijnt – niet omdat het moreel minder relevant is, maar omdat het een andere naam krijgt. We noemen het ‘tegengaan van aanzuigende werking’, we zeggen dat we de ‘instroom omlaagbrengen’ en dat we de grenzen beter moeten ‘beheren’. We spreken over beheersing, terugdringen en effectiviteit, en we vestigen al onze hoop op het Europese migratiepact dat asielzoekers nu echt aan de buitengrenzen van Europa zal tegenhouden.
We verpakken het als samenwerking met derde landen en opvang in de regio, hoognodig voor effectiever beleid. En we vinden het allemaal hartstikke redelijk, want er zijn nu eenmaal die terechte zorgen van de mensen. Ook in het Kamerdebat van dinsdag was weer volop aandacht voor de noodzaak om de instroom naar beneden te brengen en grip te krijgen op asiel en migratie. Maar het politieke midden verkoopt met deze taal een gevaarlijke fantasie: dat je migratie fors kunt terugdringen zonder de morele prijs daarvan te betalen.
Als coalitiepartijen stevig worden ondervraagd over de vraag of zij nog wel met Gidi Markuszower kunnen samenwerken, dan moet de Kamer het ook hebben over Europese samenwerking met Libische milities die migranten laten verdwijnen in detentiecentra waar volgens de Verenigde Naties systematische marteling, verkrachting en misdaden tegen de menselijkheid plaatsvinden. Waarom lieten de middenpartijen de morele verontwaardiging die ze in reactie op de woorden van Markuszower tentoonspreidden, niet ook zien in het debat van vorige week over de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring?
Die wet werd door de minister-president dinsdagavond zelfs aangehaald als voorbeeld van de hoognodige ‘aanscherping van het beleid’, maar maakt het ondertussen wel mogelijk om onschuldige mensen collectief gedurende vier weken, 23 uur per dag, in eenzame opsluiting te houden. En hoe kan het dat het gebruik van geweld bij de uitzetting van minderjarigen, zoals bijvoorbeeld in het geval van de 16-jarige Isaac naar Nigeria, tot zo weinig ophef leidt, zowel in het maatschappelijke als in het politieke debat?
Kortom, de echte vraag waar we het over moeten hebben, is hoeveel geweld wij als samenleving moreel aanvaardbaar vinden. Markuszower was in ieder geval eerlijk. Al gaf hij dinsdagavond toe dat hij zich ongelukkig had uitgedrukt, van de kern van zijn boodschap nam hij geen afstand. Van hem weten we dus precies waar hij staat. Het wordt tijd dat het politieke midden daar een net zo duidelijk verhaal tegenover stelt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant