Toetsen moeten veel minder bepalend worden voor cijfers, schooladviezen en diploma’s. De Onderwijsraad waarschuwt donderdag in een nieuw advies voor een doorgeschoten toetscultuur, waarin scholen te veel sturen op meetbare prestaties.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Met dit uitzonderlijk stevige advies mengt het belangrijkste adviesorgaan van kabinet en parlement op onderwijsgebied zich nadrukkelijk in een al langer slepende discussie over de rol van toetsen. Volgens de Onderwijsraad zouden toetsen vooral moeten helpen inzichtelijk te maken hoe ver leerlingen zijn in hun ontwikkeling en wat zij nodig hebben om verder te leren, in plaats van te dienen als instrument om leerlingen te selecteren of de kwaliteit van scholen te beoordelen.
In het huidige onderwijsbestel gebruiken scholen toetsen die bedoeld zijn om leerlingen en leraren inzicht te geven in het leerproces echter ook om het niveau van leerlingen te bepalen of om scholen af te rekenen op prestaties. Daardoor ontstaat volgens de raad onwenselijke ‘functievermenging’.
‘Toetsen schieten nu vaak hun doel voorbij, met onnodig hoge druk op leerlingen, leraren en scholen tot gevolg’, aldus Onderwijsraad-voorzitter Louise Elffers.
Als voorbeeld noemt de raad de leerlingvolgtoetsen in het basisonderwijs. Die toetsen zijn ooit ingevoerd om leraren inzicht te geven in hoe kinderen zich ontwikkelen op het gebied van taal en rekenen, zodat ze lessen daarop kunnen aanpassen. In de praktijk wegen veel scholen de scores echter ook mee in het schooladvies van groep 8.
Volgens de raad leidt dat weer tot ‘teaching to the test’: onderwijs dat zich steeds meer richt op toetsvragen en toetsscores, waarbij leerlingen bijvoorbeeld eindeloos oefenen op begrijpend-leesvragen. Dat gaat ten koste van bredere vaardigheden als woordenschat, algemene kennis en mondelinge taalvaardigheid.
In het 77 pagina’s tellende advies Kijk anders naar toetsing pleit de raad voor een fundamenteel andere omgang met toetsen. De raad adviseert om de verschillende functies van toetsing scherper van elkaar te scheiden. Toetsen zouden minder vaak moeten meetellen voor rapporten en overgangen en vaker gebruikt moeten worden als hulpmiddel bij het leren. Leraren moeten bovendien meer ruimte krijgen om zelf toetsen te kiezen of te ontwerpen.
In het voortgezet onderwijs experimenteren steeds meer scholen met toetsen waarbij feedback belangrijker is dan cijfers en met cijferluwe toetsweken. Andere scholen proberen leerlingen breder te beoordelen en minder af te rekenen op meetbare prestaties alleen.
In het basisonderwijs spitst de discussie zich vooral toe op de doorstroomtoets in groep 8, die sinds 2024 de oude eindtoets vervangt. Anders dan bij de oude eindtoets kan de uitslag van de doorstroomtoets het schooladvies van een leerling naar boven bijstellen, waardoor de toets zwaarder is gaan meewegen in de overstap naar de middelbare school.
Verschillende basisscholen besloten uit protest de toets zelfs niet meer af te nemen, omdat zij vonden dat één gestandaardiseerde toets te veel invloed kreeg op de toekomst van kinderen. De minister greep uiteindelijk in: deelname bleef verplicht.
De Onderwijsraad pleit niet voor afschaffing van zulke toetsen. Gestandaardiseerde toetsen moeten juist voorkomen dat leerlingen volledig afhankelijk zijn van het subjectieve oordeel van een leraar. Onderzoek laat al langer zien dat bepaalde groepen leerlingen, zoals kinderen met een migratieachtergrond of meisjes, structureel lager worden ingeschat.
Volgens de raad blijven toetsen met een selectiefunctie daarom noodzakelijk, bijvoorbeeld om leerlingen op het meest passende niveau te plaatsen. Juist daarom moeten zulke toetsen betrouwbaar en goed vergelijkbaar zijn.
In het geval van de doorstroomtoets schiet het huidige systeem daarin tekort, stelt de raad. Basisscholen kunnen nu kiezen uit zes verschillende varianten, wat volgens de raad leidt tot ongelijke uitkomsten bij schooladviezen. Daarom zou er nog maar één landelijke doorstroomtoets van één aanbieder moeten komen.
Het advies komt op verzoek van de Tweede Kamer, nu het onderwijs voor het eerst in twintig jaar nieuwe kerndoelen en eindtermen krijgt: landelijke richtlijnen die bepalen wat leerlingen moeten kennen en kunnen aan het einde van een schoolperiode. Daarin komt meer nadruk te liggen op complexe vaardigheden als samenwerken, kritisch denken en omgaan met andere perspectieven. Volgens de Onderwijsraad vragen juist die nieuwe onderwijsdoelen om een herziening van de huidige toetspraktijk, omdat zulke vaardigheden zich moeilijk laten vangen in gestandaardiseerde toetsen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant