Home

Feministen: 'Stop met termen als papadag'

Vaderdag zet Nederlandse vaders in het zonnetje, maar legt ook een hardnekkig probleem bloot: thuis nemen mannen nog steeds zelden echt de leiding, terwijl ze op hun werk wel teams en grote projecten aansturen. Dat constateren cabaretière en schrijver Lisa Loeb en journalist Esther Goedegebuure, die beiden recent boeken publiceerden over vaderschap en ongelijkheid. Hun boodschap: het beeld van Nederland als geëmancipeerd gidsland klopt niet met de werkelijkheid in huiskamers en huishoudens.

Volgens Goedegebuure, auteur van het boek "Vaders", is er veel veranderd ten opzichte van de generatie die opgroeide met vaders achter de krant. De moderne vader ligt op het kleed tussen de lego, praat over emoties en volgt cursussen als "How to talk to kids". In onderzoeken zegt een meerderheid van de Nederlanders dat zorg en werk gelijk verdeeld zouden moeten zijn, en bijna iedereen vindt financiële onafhankelijkheid voor vrouwen én mannen belangrijk. Toch bleven vaders de afgelopen twintig jaar gemiddeld steken op slechts 24 minuten extra zorgtaken per week, terwijl moeders in diezelfde periode 15 uur meer betaald werk gingen doen.

Die kloof tussen ideaal en praktijk noemt Lisa Loeb "fopfeminisme". In haar boek met die titel beschrijft ze hoe Nederland zichzelf voorhoudt dat mannen en vrouwen allang gelijk zijn, terwijl de cijfers en dagelijks leven iets anders laten zien. Nederland staat op plek 43 in de Global Gender Gap Index, ver achter landen als IJsland en de Scandinavische landen, waar niet over emancipatie maar over gelijke behandeling wordt gesproken. Volgens Loeb sust het zelfbeeld van een progressief land het geweten, "zoals een fopspeen een baby niet voedt maar wel stilhoudt".

Loeb fileert een reeks hardnekkige mythes, zoals het idee dat vrouwen van nature beter zouden zijn in zorgen. Zorg is een vaardigheid, geen eigenschap, stelt ze: niemand wordt geboren met kennis over koken, schoonmaken of luiers verschonen, vrouwen hebben daar geen speciaal gen voor. In haar eigen gezin nam haar man na een keizersnede de zorg voor hun pasgeboren zoon over, waarna zij hem moest vragen hoe dingen moesten. Dat vaders prima kunnen zorgen blijkt ook uit onderzoek: hun hersenen passen zich net als die van moeders aan als ze de primaire zorg op zich nemen, maar in de praktijk worden mannen vaak na twee dagen weer "onmisbaar" verklaard op het werk.

De ongelijkheid is volgens Loeb en Goedegebuure niet alleen cultureel, maar heeft diepe historische wortels. Nederlandse vrouwen hadden in het verleden periodes met veel economische vrijheid, bijvoorbeeld als koopvrouwen in de Gouden Eeuw, maar raakten die later weer kwijt door wetgeving als de Code Napoleon, die getrouwde vrouwen in 1811 handelingsonbekwaam maakte. Pas in 1957 werd dat teruggedraaid en tot ver in de twintigste eeuw verloren vrouwen hun baan bij trouwen. Tegelijk moedigde de slogan "Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid" meisjes aan om te werken, zonder dat er ooit een spiegelcampagne voor jongens kwam om te leren zorgen.

In het huidige gezinsleven komt die geschiedenis samen in de mentale last van het huishouden, die vaak bij vrouwen ligt. Zij zijn het die school belt, doktersafspraken plannen, verjaardagen onthouden en cadeaus regelen, terwijl vaders zich graag "handen uit de mouwen"-vader noemen, maar zelden de regie nemen. Goedegebuure herkent hoe ze zelf haar man corrigeerde en zaken overnam "omdat het dan sneller gaat", waardoor hij haar uiteindelijk vroeg de kinderkleren klaar te leggen als zij op reis ging. Haar oproep aan mannen: accepteer die bemoeienis niet en zeg desnoods "ga even uit mijn wijk, ik doe het op mijn manier", zodat de aangeleerde klunzigheid kan verdwijnen.

Oplossingen zitten volgens Loeb zowel in beleid als in gedrag. Ze pleit voor andere verlofregelingen, taalgebruik zonder termen als "papadag" en een open gesprek over aannames, bijvoorbeeld over kinderopvang die nu vaak alleen aan het salaris van de moeder wordt gekoppeld. In IJsland proberen gezinnen de verdeling concreet zichtbaar te maken met de app Heima, waarin alle gezinsleden hun taken en routines bijhouden en punten verdienen voor wat ze doen. Ook in Nederland gebruiken inmiddels duizenden gezinnen die app, zodat niet de moeder maar een gedeelde lijst bepaalt wat er moet gebeuren – en vaders niet langer hoeven te vragen: "Maar zeg me dan wat ik moet doen."

Ter vermaak een role reversal plaatje (Grok AI / FOK.nl)

Source: Fok frontpage

Previous

Next