Home

Mensenrechtenadvocaat Bryan Stevenson: ‘Dit is voor deze generatie het moment om te laten zien aan welke kant van de geschiedenis ze staat’

Bryan Stevenson | Amerikaanse mensenrechtenadvocaat Bryan Stevenson dwong in de rechtszaal meer rechten af voor zwarte Amerikanen, en brengt via een museum en monumenten de geschiedenis van lynching en slavernij onder de aandacht. Woensdag spreekt hij in Amsterdam. „Dit Hooggerechtshof schaart zich niet aan de kant van de armen en de achtergestelden, maar aan die van de bevoorrechten en de machtigen.”

Bryan Stevenson, mensenrechtenadvocaat en oprichter van het Equal Justice Initiative, poseert voor arrestatiefoto’s van deelnemers aan de busboycot van Montgomery in 1955, een cruciaal moment in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, in Montgomery, Alabama.

Toen mensenrechtenadvocaat Bryan Stevenson in de jaren tachtig verhuisde naar Montgomery, Alabama, stond die stad vol met tientallen monumenten ter ere van de verliezers van de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865). De strijd die zuidelijke staten, de Confederacy, hadden gestreden om slavernij in stand te houden, werd er gevierd als heldendaad. Op de plek „die leidend was in de slavernij, lynching en segregatie” ging het nergens over de slachtoffers: de tot slaaf gemaakten, de afgemaakten, de onderdrukten. Eén monument was er voor de burgerrechtenbeweging, die hier de busboycot (1955-1956) en de marsen vanuit het stadje Selma (1965) organiseerde.

Inmiddels staat de hoofdstad van Alabama vol met gedenktekens, monumenten, een museum en kunst die de gradaties van racisme, vernedering en vernietiging herdenken – én het verzet daartegen. Die kwamen er dankzij Stevenson, die nationaal bekend werd door zijn werk als advocaat van ter dood veroordeelden en opgesloten kinderen. In het museum van zijn organisatie Equal Justice Initiative (EJI) vertellen hologrammen van tot slaaf gemaakten vanuit een cel aan bezoekers hoe zij van hun kinderen zijn weggerukt om verhandeld te worden en praten hedendaagse gevangenen in video’s over hun omstandigheden.

Het meest overweldigend is het monument voor de duizenden zwarte mensen die tussen 1877 en 1950 buitenrechtelijk geëxecuteerd werden, vaak op klaarlichte dag en onder grote publieke belangstelling. Ruim achthonderd roestige metalen dozen, formaat doodskist, staan als grafzerken en hangen aan galgen om bezoekers heen. Het monument, geïnspireerd door het Holocaust-monument van betonblokken in Berlijn, benoemt de namen en locaties van de misdaden concreet.

Dat het monument hier staat lijkt een wonder: in een dieprode Republikeinse staat, geopend tijdens de eerste regeerperiode van Donald Trump, uitgebreid met een enorme beeldentuin, aan de rivier die tot slaaf gemaakten vervoerde, in het jaar dat hij opnieuw verkozen werd. „Het is alleen maar mogelijk omdat we vanaf het begin geen geld hebben aangenomen van de overheid”, zegt Stevenson op het kantoor van EJI. „Ik vertrouwde niet dat die klaar was voor het directe, eerlijke verhaal. Nu kan niemand tegen ons zeggen: verwijder dit of dat uit je museum.” Zoals publieke instituten en gesubsidieerde musea wel gecensureerd worden.

Bovendien: de lokale overheid, die vreesde dat zijn monumenten en museum voor conflicten zouden zorgen, is om. Er komen honderdduizenden mensen naar Montgomery om Stevensons versie van de geschiedenis te zien. „De btw-opbrengsten zijn met een kwart gegroeid”, zegt hij. Het commerciële succes maakt hem minder kwetsbaar voor politieke kritiek.

Het National Memorial For Peace And Justice in Montgomery, Alabama, in 2018. Het monument is gewijd aan de nalatenschap van tot slaaf gemaakte zwarte Amerikanen en slachtoffers van lynchpartijen en segregatie.

Generationele strijd

Stevenson (66) spreekt deze woensdag in Amsterdam over zijn missie voor gelijkheid en de „generationele strijd” over de geschiedschrijving van de Verenigde Staten. De erfzonde van het land, zegt hij vlak voor de 250ste verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid op 4 juli, is dat de democratie vanaf het begin gebouwd is op raciaal onderscheid. „In onze Onafhankelijkheidsverklaring en Grondwet golden vrijheid, gelijkheid en gerechtigheid niet voor de oorspronkelijke bewoners. Om het grote kwaad slavernij te rechtvaardigen als moreel, fatsoenlijk en christelijk, werd een verhaal verzonnen dat zwarte mensen minder zijn dan witte mensen. Met dat narratief leven we nog steeds.” Hij wil dat bestrijden door Amerikanen met de harde feiten van de eigen geschiedenis te confronteren.

„Wanneer je tot slaaf gemaakt bent, moet je je richten op vrijheid. Wanneer je wordt bedreigd met geweld, zoals lynchpartijen of terreur, is veiligheid het belangrijkst. Wanneer je wordt buitengesloten en van je rechten beroofd, zijn burgerrechten cruciaal”, legt hij uit. „Pas nu kunnen we ons echt gaan richten op de geschiedschrijving, want dat vereist een zekere mate van vrijheid, veiligheid en politieke zeggenschap – een plek aan tafel.”

De periode van massale Black Lives Matter-protesten tegen politiegeweld, de beeldenstorm tegen symbolen van de Confederatie en oproepen voor herstelbetalingen aan nabestaanden voelt door Trumps herverkiezing en de culturele golf waar hij op deint veel verder weg dan vijf jaar geleden. Het was, zegt de activist, „een moment dat we onterecht aanzagen voor het begin van een beweging”.

Stevenson wil optimistisch blijven. „Ik sta op de schouders van mensen die met zo veel minder zo veel meer hebben bereikt. De generatie voor mij trok haar zondagse kleren aan en ging op pad om te strijden voor stemrecht. Ze werden mishandeld, bloedend achtergelaten en in elkaar geslagen. Ze gingen naar huis, veegden het bloed weg, trokken andere kleren aan en gingen weer terug om het opnieuw te doen. Ik krijg weliswaar doodsbedreigingen, maar ik heb niet te maken gehad met het fysieke geweld en de dreiging zoals zij.”

Demonstranten van de Black Lives Matter-beweging wachten met schilden en gasmaskers op politie-acties terwijl ze het standbeeld van Robert E. Lee, generaal van de zuidelijke Confederatie tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, omsingelen op Monument Avenue in Richmond, Virginia, juni 2020.

Buitengesloten van onderwijs

Sinds de jaren tachtig vond Stevensons bijdrage aan de burgerrechtenbeweging plaats in rechtszalen, tot aan het Hooggerechtshof – het instituut „dat de kansen die ik in het leven kreeg fundamenteel heeft veranderd”. Want het besloot in 1954, met het ‘Brown versus Board of Education’-arrest, dat kinderen zoals hij niet meer konden worden buitengesloten van goed onderwijs. „De mensen die mij opvoedden hadden geen middelbare schooldiploma, omdat waar ik opgroeide, in een district in Delaware dat 80 procent wit was, geen middelbare scholen bestonden voor zwarte mensen. Als er gestemd zou zijn of kinderen zoals Bryan Stevenson naar de openbare scholen mochten, hadden we die stemming verloren, maar dankzij het Hooggerechtshof en de advocaten die het afdwongen, gebeurde het toch. Ik groeide op met het idee dat de rechtsstaat de beste weg was om meer kansen, gelijkheid en eerlijkheid te creëren.”

Dat inspireerde hem om rechten te gaan studeren en zich vervolgens in te zetten voor de groeiende groep mensen die tot de doodstraf en levenslang veroordeeld werd. „Mensen die van gruwelijke misdaden worden beschuldigd, hebben de rechtsstaat nodig om beschermd te worden tegen vooroordelen, geweld en allerlei andere vormen van vernedering. Ik heb het grootste deel van mijn carrière vertrouwen gehad in het Hof.” Hij forceerde daar een verbod op levenslange gevangenisstraffen voor kinderen en kreeg meerdere mensen die onterecht in de dodencel zaten vrij, zoals te zien is in de film Just Mercy (2019) die over hem gemaakt werd.

„Maar dertien of veertien jaar geleden begonnen wij zaken te verliezen die we eerder gewonnen zouden hebben. Het Hof leek genoeg te krijgen van alle kwesties over onschuld, over wrede straffen. Ideeën van macht en orde gingen zwaarder wegen. Op een nacht kon ik niet slapen en bekroop me de vreselijke gedachte dat we afstevenden op een tijdperk waarin we de zaak ‘Brown v. Board of Education’ niet meer zouden kunnen winnen.”

Hij denkt dat het huidige negenkoppige hof, met zes conservatieve rechters van wie er drie door Trump zijn benoemd, een dergelijke doorbraak niet meer zou forceren. „Dit Hof schaart zich niet aan de kant van de armen en de achtergestelden maar aan de zijde van de bevoorrechten en de machtigen.” Dat Hof blijft zitten nadat Trumps regeertermijn erop zit.

Een belangrijk gevolg van de draai van het Hooggerechtshof is dat het de afgelopen jaren geleidelijk de Voting Rights Act van 1965 ontmantelde, die de politieke participatie van zwarte kiezers actief bevorderde. Volgens het huidige Hof is dat proces van gelijkschakeling inmiddels wel afgerond, nu bijna evenveel zwarte als witte kiezers stemmen en het land een zwarte president heeft gehad. „Veel te voorbarig”, zegt Stevenson. „Een fundamentele miskenning van de schadelijke erfenis van het verleden.”

Alabama (ruim een kwart Afro-Amerikaans) is een van de staten die als reactie daarop meteen een van de ‘zwarte’ – en tevens Democratische – kiesdistricten heeft uitgevlakt. „Ik kan alleen maar hopen dat het een wake-up call is voor zwarte kiezers. Niemand kan zich meer afzijdig houden en doen alsof hun stem niet uitmaakt. Dit is voor deze generatie het moment om te laten zien aan welke kant van de geschiedenis ze staat.”

En dus strijdt Stevenson door. „Ik pleit voor een tijdperk van waarheid en gerechtigheid, een confrontatie met het verleden. We kunnen een strijd van vierhonderd jaar niet in één klap oplossen. Het is een gevecht met meerdere rondes. We zitten nu in een ronde die we aantoonbaar niet winnen. Maar de strijd is niet beslecht.”

Op woensdag 24 juni spreekt Bryan Stevenson bij het John Adams Institute in Amsterdam over ‘De onvoltooide belofte van Amerikaanse rechtvaardigheid‘.

Mensenrechten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next