Strafrecht Meerdere collega’s van het gerechtshof Den Haag en het OM zouden op de hoogte zijn geweest van het vals ondertekenen van de arresten.
Het OM betoogt dat de rechter vervolgd wordt vanwege de ernst van de verdenkingen en „het algemeen belang van de integriteit van de rechtspraak”.
De raadsheer van het gerechtshof Den Haag, die wordt vervolgd voor valsheid in geschrift vanwege het valselijk ondertekenen van tientallen arresten, ging daartoe over vanwege begrotingsproblemen bij het gerechtshof en te grote werkvoorraden.
Dat stelde zijn advocaat Michiel Kuyp woensdag tijdens een pro-formazitting bij de rechtbank Limburg. Volgens de advocaat waren verschillende leidinggevenden, raadsheren, griffiers en advocaten-generaal van het Openbaar Ministerie op de hoogte van de werkwijze van zijn cliënt.
Dankzij een raadsheer die aan de bel trok, ontdekte het gerechtshof Den Haag eind 2023 dat de teamvoorzitter in de strafsectie in 43 kleine strafzaken opzettelijk foutief arresten tekende. Deze Frank G. (55) deed voorkomen alsof de uitspraken door een meervoudige strafkamer van drie raadsheren waren gewezen. In werkelijkheid waren het enkelvoudige uitspraken van de raadsheer zelf.
Uitspraken van drie rechters leveren een hogere financiële vergoeding op voor het gerecht dan ‘unus’-zaken van één rechter. Als gevolg daarvan declareerde het gerechtshof Den Haag ten onrechte zo’n 110.000 euro te veel bij de Raad voor de rechtspraak, meldde NRC eerder.
Advocaat Kuyp benadrukte woensdag in Roermond dat zijn cliënt in het belang van het gerechtshof foutief handelde en dat niemand nadeel van de werkwijze had ondervonden. Dat het hof te veel declareerde omschrijft hij als „vestzak-broekzak.” De advocaat benadrukte dat zijn cliënt „geen cent rijker is worden en op geen enige andere wijze bevoordeeld” is door zijn werkwijze.
Kuyp schetste in de zittingszaal hoe zijn – vandaag overigens afwezige – cliënt tot zijn modus operandi kwam. Vanwege de coronacrisis was er sprake van een te grote voorraad strafzaken. Om die voorraad in te lopen hield het gerechtshof een pilot waarbij bepaalde zaken door één in plaats van drie rechters behandeld werden. De vergoeding voor deze zaken was echter lager. Dit leidde tot de volgens Kuyp „clowneske aangelegenheid” dat een raadsheer zich over het arrest ontfermde en op het eind twee andere raadsheren een handtekening zetten. „Zij kwamen dan voor een rituele dans uit de toren met het kennelijke doel de begroting te redden.”
Klaarblijkelijk koos G. ervoor die hele stap over te slaan en naast zijn eigen naam ook de namen van twee andere rechters onder het arrest te plaatsen, zonder dat zij überhaupt bij de zaken betrokken waren.
Kuyp wees erop dat het bij het gerechtshof „zonneklaar” was hoe zijn cliënt opereerde en dat in een eerdere fase van het strafrechtelijk onderzoek verschillende andere raadsheren en griffiers als verdachte zijn aangemerkt, maar vervolgens ongemoeid zijn gelaten. Zijn cliënt zou ten onrechte en als enige de „bietenbrug” op zijn gestuurd nadat een raadsheer intern aan de bel trok.
De advocaat wees op de grote gevolgen voor zijn cliënt, die werkloos thuiszit. Volgens de advocaat schetst het reclasseringsrapport „een dieptriest” beeld van zijn cliënt.
Kuyp probeerde tevergeefs het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard te krijgen, omdat zijn cliënt immuniteit zou toekomen als rechter die in het belang van het hof handelde. Ook zou het OM geen juiste belangenafweging gemaakt hebben bij het besluit G. te vervolgen.
Officier van Justitie Anneke Rogier wees erop dat in het strafrechtelijk onderzoek bij het horen van andere raadsheren op geen enkele manier is gebleken dat collega’s bij het hof op een zelfde wijze te werk zouden zijn gegaan. Dat G. vervolgd wordt is vanwege de ernst van de verdenkingen en „het algemeen belang van de integriteit van de rechtspraak” dat in de zaak centraal staat. Ze benoemde dat G. zelfs twee keer toe een arrest dat reeds door een griffier was opgemaakt met enkel zijn naam eronder, besloot te falsificeren. Ook zou hij een collega-raadsheer hebben geprobeerd te overhalen zijn werkwijze over te nemen.
Na de ontdekking deed het gerechtshof aangifte van een ambtsmisdrijf. De raadsheer vertrok. De aangifte werd doorverwezen naar het OM Limburg om te voorkomen dat hij in Den Haag door zijn voormalige directe collega’s zou worden berecht.
NRC benaderde het gerechtshof met vragen over zowel de verdenkingen tegen de oud-raadsheer als de organisatiecultuur. „Lopende deze zaak beantwoorden we geen vragen over de betreffende zaak of aanverwante onderwerpen”, liet een woordvoerder weten. Frank G. liet in een eerder stadium desgevraagd weten geen vragen te willen beantwoorden.
Strafrechtelijke vervolging van rechters in Nederland is hoogst uitzonderlijk. Het bekendste recente voorbeeld is de Chipshol-zaak – een conflict over grond rond Schiphol – waarin twee rechters werden vervolgd wegens meineed. Zij werden in 2013 echter vrijgesproken.