Wim Dijkman | stadsarcheoloog Binnenkort komt de gemeente Maastricht met een tussenstand van het onderzoek naar het skelet dat in de stad werd ontdekt en mogelijkerwijs zou toebehoren aan de musketier d’Artagnan. Tegelijkertijd loopt een strafrechtelijk onderzoek naar oud-archeoloog Wim Dijkman, die eigenhandig aan de haal ging met de stoffelijke resten van de Franse luitenant van de Zonnekoning.
standbeeld van d’Artagnan in het Aldenhofpark in Maastricht. In de kerk van Wolder, een wijk van Maastricht verderop, werd een skelet opgegraven dat vermoedelijk de overblijfselen zijn van de beroemde musketier d’Artagnan.
Odole Bordaz, de biografe van de Franse musketier d’Artagnan, wees archeoloog Wim Dijkman al zo’n kwarteeuw geleden op een congres aan en verordende: „Jíj moet zijn graf gaan vinden.”
Thuis in Maastricht vertelt Dijkman die anekdote en haalt vervolgens een boek tevoorschijn. Op het titelblad wordt hij door Bordaz (weer) naar voren geschoven als degene die de „postume odyssee” van Charles Batz de Castelmore – de geboortenaam van d’Artagnan – moet ophelderen. „Maar dat hield me niet obsessief bezig, hoor.”
Wel is Dijkman al jaren luitenant van het Nederlands Escadron der Musketiers van de Koning. Getooid in sjerpen en capes, gewapend met degens, houdt dat gezelschap de herinnering levend aan de Fransman, die in 1673 tijdens het beleg van Maastricht sneuvelde.
Onder de Sint-Petrus-en-Pauluskerk van Wolder, een aan de Limburgse hoofdstad vastgegroeid dorp, moest hij begraven liggen. Daar hadden de Fransen hun belangrijkste kampement opgeslagen. En daar liet de Zonnekoning, Lodewijk XIV, dagelijks missen opdragen en zou hij vertrouweling Batz de Castelmore hebben laten begraven.
Zomaar gaan graven was onmogelijk, zei Dijkman in 2019 tegen De Limburger: „Je kunt niet gaan graven op basis van een vermoeden […] Dat is onethisch. Dan ben je gewoon aan het schatgraven.” Toch is dat wat Dijkman, inmiddels gepensioneerd als conservator archeologie en cultureel erfgoed van het Maastrichtse Centre Céramique, in 2026 deed. „Nu kon ik het eindelijk op mijn manier doen. En het vinden van Frankrijks nationale held zou mijn carrière bovendien prachtig bekronen. Al die gedachten zogen me steeds verder mee.”
Te ver, zo oordeelden de experts van Dijkmans oude werkgever, de gemeente Maastricht. Toen die op 5 maart hoorden van de opgraving, lieten ze het werk onmiddellijk stilleggen. Het skelet, waarvan professionals nu trachten te achterhalen of het daadwerkelijk aan d’Artagnan toebehoort, was al door de pensionado blootgelegd.
Dijkman studeerde archeologie in de jaren zeventig, met prehistorie als specialisatie. Zeker 25 jaar deed hij al geen veldwerk meer. Hij ‘vertaalde’ vondsten uit de lange geschiedenis van Maastricht voor het grote publiek, onder meer met tentoonstellingen.
Voor graafwerk als in Wolder ontbeerde hij de certificering. Evenmin volgde hij protocollen. Archeologisch onderzoek zonder de benodigde papieren is een misdrijf. Een illegale graver kan een boete, taak- of zelfs gevangenisstraf krijgen. Inmiddels doet de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed onderzoek naar Dijkman, die in mei werd gearresteerd.
Niet alleen vanwege de opgravingen, ook vanwege een bovenarmbot en een setje tanden. Die stoffelijke resten werden door experts in München onderzocht. De archeoloog ging ze zelf ophalen en wilde ze vervolgens niet afstaan, omdat hij vreesde voor andermans onzorgvuldigheid. De aldus ‘gegijzelde’ stoffelijke resten uit Wolder, eigendom van het Rijk, bewaarde de oud-archeoloog in een plastic opbergdoos in een schuurtje. Pas na een politieverhoor heeft hij ze alsnog overgedragen.
Ook werd Dijkman door de inspectie ondervraagd over de – volstrekt illegale – graafwerkzaamheden in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk. Hij voerde de klus uit met twee assistenten, een amateurarcheoloog en de Duitser Thomas Samek. Die laatste vertolkt – met passende baard- en haardracht, kostuum en paard – op tal van plaatsen de rol van d’Artagnan, bijvoorbeeld tijdens herdenkingen. Dijkman: „In het dagelijks leven is hij noodarts. Dus hij weet wel iets van anatomie.”
Jos Bazelmans, bijzonder hoogleraar delta-archeologie aan de Universiteit Leiden en werkzaam bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, bespeurt bij Dijkman een „negentiende-eeuwse kijk op de archeologie: één individu dat ergens iets belangrijks vermoedt en het dan ook nog weet te vinden”. Maar dat is romantiek uit vervlogen tijden. Bazelmans: „Archeologie anno 2026 is gedegen, langlopend teamwerk van specialisten. De focus ligt op de gewone man en vrouw, op leefwijzen van hele groepen. D’Artagnan was slechts één van vele officieren. Zijn historisch belang is bovendien een stuk minder groot dan zijn cultuur-historische betekenis, die ontstond door de roman De drie musketiers van Alexandre Dumas (1884).”
Graven naar de restanten van één persoon is dan ook hoogst zeldzaam in Nederland, vertelt Bazelmans. Het is wel overwogen voor de stoffelijke resten van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), tijdens de verbouwing van het Binnenhof”, vertelt hij. „Maar dat werd afgeblazen vanwege onder meer de hoge kosten.”
Intussen onderzocht de Nederlandse archivaris en kerkhistoricus Régis de la Haye het grafregister van de kerk in Wolder gedurende een ánder beleg van Maastricht, deze keer door prins Frederik Hendrik in 1632. Alleen toen al werden in en rond het godshuis 255 militairen begraven. Met koolstofdatering is het verschil tussen 1632 en 1673 niet vast te stellen. Voor de teraardebestelling van gesneuvelden bij het Franse beleg in het laatstgenoemde jaar ontbreekt een nauwkeurig register. Overigens is bronnenonderzoek zoals dat van La Haye standaard voor archeologische opgravingen – vóórdat iemand tegels begin te lichten.
Dijkmans contact met de mensen rond de kerk in Wolder begon volgens diaken Jos Valke niet in 2023, maar al „een jaar of zes, zeven geleden”. Toen Dijkman nog bij de gemeente werkte. „Hij probeerde de zaak in beweging te krijgen en kwam aanzetten met rare partijen.” Onder meer met Christian Petermann, die in Limburg bekendheid geniet doordat hij vergeefs poogde voetballegende Diego Maradona naar Brunssum te halen voor een benefietwedstrijd. Petermanns partner in de musketier-kwestie was zanger Johan Vlemmix, onder meer deelnemer én jurylid van het televisieprogramma Ter Land, ter zee en in de lucht. „Ze beloofden gouden bergen als Netflix de door hen te maken documentaire Finding d’Artagnan zou uitzenden. Tegelijkertijd stelden ze allerlei onmogelijke voorwaarden, zoals 80 procent van de opbrengsten van onze kerk.”
Geïrriteerd over de ‘weigerachtige opstelling’ van de Sint-Petrus-en-Pauluskerk schreef Dijkman een brief aan het bisdom Roermond. Valke: „Toen kwam de relatie een tijdlang op een lager pitje te staan. Vorig jaar kwamen we toch weer met elkaar in gesprek en kwamen de zaken in een stroomversnelling. Voor ons was graven vooral financieel aantrekkelijk. Het bestuur heeft twaalf kerken. Hier in Wolder zitten op zondag pakweg twaalf mensen in de banken. d’Artagnan zou ons toekomstperspectief kunnen veranderen. Als God zo’n schat in de grond legt, wie zijn wij dan om die niet op te graven?”
Dus werd een stichting opgericht; Valke werd voorzitter, Dijkman adviseur. Daarna werden tegels gelicht en begon het graven. Met tussenpozen, want missen en andere plechtigheden moesten doorgaan zonder dat kerkgangers iets vermoedden. Dat vergde alleen al door het vrijkomende stof talloze uren verwoed vegen en poetsen.
Ontwerper Christian Petermann (links) en curator Wim Dijkman met een tapasplankje en brief van de Franse president Macron. Petermann liet een tapasplankje bezorgen aan president Macron met uitleg over zijn project over de vierde musketier.
Op 7 februari kwamen botten en een kaak tevoorschijn. Daarna een schedel, meer stoffelijke resten. De euforie was groot, maar die opgetogen stemming verdween algauw door de maalstroom van gebeurtenissen volgend op 5 maart, toen de opgravingen werden stilgelegd.
Achteraf verwijt Valke zichzelf niets. „Wisten wij veel dat we in onze kerk niet mochten graven. En Dijkman had zijn diploma laten zien.” De diaken ziet niet hoe de kerk in Wolders anders had kunnen handelen „en in onwetendheid kan men niet zondigen”.
Maar volgens Dijkman speelt Valke te veel de vermoorde onschuld. „In diverse stadia drong ik aan op het inschakelen van andere specialisten. Maar dan bleek de stichting geen geld te hebben en drong Jos erop aan dat ik verderging. Ik heb me deels ook door hem laten meeslepen.”
Dijkman zelf vroeg gaandeweg 3.000 euro als vergoeding. „Ik had d’r veel uren in zitten en bevond me in acute geldnood, omdat ik slachtoffer was geworden van een fraude”, vertelt Dijkman. Valke: „De stichting had dat geld niet. We hebben uiteindelijk 500 euro overgemaakt.”
De verwijdering tussen Valke en hemzelf vindt Dijkman pijnlijk. „We hadden vriendschappelijk contact. We aten ook bij elkaar, met onze vrouwen erbij.” Tegelijkertijd vindt Dijkman dat hij door Valke en anderen wordt neergezet „als een amateur. Er gaan foto’s rond waarop ik met blote handen een bot vastheb. Maar dat was geen materiaal van het mogelijke skelet van d’Artagnan.”
De gemeente Maastricht laat weten pas inhoudelijk te „communiceren zodra het evaluatierapport van het wetenschappelijke onderzoek is afgerond.”
Alle perikelen rondom op de opgraving hebben Valke niet ontmoedigd: „We denken verder over hoe we de bezoekersstromen gaan opvangen als het inderdaad d’Artagnan blijkt. En dan komt hij terug in een loden kist, zodat z’n resten niet verder kunnen vergaan. Dan wordt hij teruggelegd op z’n originele laatste rustplaats. We willen geen glazen plaat, zodat iedereen hem kan zien liggen. Maar een grafsteen als markering zou wel passend zijn.”