Potvissen in verschillende gebieden van de Middellandse Zee hebben hun eigen dialecten. Die zijn ontstaan doordat groepen potvissen uit elkaar zijn gegaan en zo hun eigen dialect hebben ontwikkeld, blijkt uit een groot Europees onderzoek.
Zoals het Zeeuws een dialect is van het Nederlands, zo bestaan er ook dialecten van 'potvissentaal'. Potvissen leven in sociale groepen en communiceren door middel van klikgeluiden, die coda's worden genoemd.
Tussen 2003 en 2021 analyseerden onderzoekers de klikgeluiden van potvisgroepen in verschillende gebieden van de Middellandse Zee. Ze publiceerden hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.
De wetenschappers volgden potvissen in het oosten van de binnenzee bij Griekenland en in het westen bij Spanje. Uit de analyse blijkt dat het ritme van de coda's per groep verschilt. In zowel de westelijke als de oostelijke groep gebruiken potvissen voornamelijk coda's die bestaan uit vier klikgeluiden.
De potvissen in het westen van de Middellandse Zee gebruikten daarbij een zogenoemde '3+1 coda'. Daarbij maken ze drie opeenvolgende klikgeluiden, waarna na een langere pauze het vierde klikgeluid volgt. De coda van de oostelijke potvissen bestaat uit klikgeluiden die elkaar sneller opvolgen.
Deze verschillende ritmische patronen kunnen worden geïnterpreteerd als dialecten. "Potvissen gebruiken hun dialect om sociale structuren te vormen", vertelt een van de onderzoekers aan The Guardian. Een groep potvissen werkt alleen samen met een andere groep als ze hetzelfde dialect spreken. De wetenschapper vergelijkt dit met mensen, die zich mogelijk meer op hun gemak voelen in een gesprek met iemand die hetzelfde klinkt als zijzelf.
Ongeveer twintigduizend jaar geleden vestigden potvissen zich in het westen van de Middellandse Zee. In de loop der tijd verspreidden deze potvissen zich naar het oosten van de zee. Een groep potvissen scheidde zich af van de 'hoofdgroep' en veranderde ook het dialect waarmee ze communiceerden.
Het dialect van de oosterse potvissen heeft dezelfde oorsprong als dat van de westelijke potvissen. De potvissen in het oosten hebben een net iets andere versie van wat duidelijk hetzelfde type coda is, legt de wetenschapper uit.
Hoewel het bestaan van verschillende dialecten al bekend was, was nog onbekend hoe die verschillen precies ontstaan. Het onderzoek laat zien dat de ontwikkeling van dialecten een langzaam proces is. Bovendien moet een groep tot op zekere hoogte geïsoleerd zijn om een eigen dialect te kunnen ontwikkelen. Dat geldt ook voor hoe mensen en vogels hun dialecten ontwikkelen.
Source: Nu.nl algemeen