Home

Raar proza in de jeugdzorg

Sommige dingen zijn zo evident dat je schroom voelt erover te beginnen. Neem jeugdzorg. Is daar niet alles al over gezegd?

Zomaar wat koppen boven nieuwsberichten van deze maand. „Nationaal monument voor slachtoffers geweld jeugdzorg onthuld in Apeldoorn”. „Lelystad ontslaat directeur jeugdzorg om ‘schrikbewind’”. „Vanwege misstanden in de jeugdzorg biedt Pactum excuses aan”. Berichten over kinderen die onder onze gezamenlijke hoede ernstig beschadigd zijn geraakt. Rapportages van het front.

De Tweede Kamer kwam bij elkaar om erover te debatteren. „Kamer eensgezind in onvrede over falende jeugdzorg”, kopte nieuwssite nieuws.nl. Mooi zo, eensgezind in onvrede, dat klonk beloftevol. De Kamer sprak naar behoren zijn afschuw uit over incidenten, maar dit zijn geen incidenten, en dus was het fijn te horen dat er zoiets deftigs als een heus plan van aanpak klaarlag.

In dit „geactualiseerde plan van aanpak standaardisatie jeugdzorg” bouwen Rijk, gemeenten, aanbieders, professionals en cliëntenorganisaties volgens eigen zeggen aan een stelsel met meer landelijke eenduidigheid in processen en definities. „Die gezamenlijke verantwoordelijkheid past bij de manier waarop de vijfhoek werkt aan de Hervormingsagenda Jeugd.” Hoera. Zo kennen we de bureaucratie weer.

Nou was dit hele circus niet nieuw. In 2019 publiceerde de commissie-De Winter, die eigenlijk de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg heette, al een kritisch rapport, waarop erkenning volgde. Een tijdelijke regeling slachtoffers jeugdzorg. Een evaluatie erkenningsmaatregelen voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. En een beslisnota bij een Kamerbrief met beleidsreactie op het rapport evaluatie erkenningsmaatregelen voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg.

Het hielp niet. Nu, in juni 2026, komt Jason Bhugwandass met het rapport Eenzaam gestorven. Hij laat weten dat van de eenenvijftig jongeren die hij in 2024 interviewde over de afdeling Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie (ZIKOS) vijf jongeren niet meer in leven zijn. Weer ophef. Debat. Natuurlijk weer alom excuses en erkenning. Plus dat er nu echt plannen liggen voor ‘structurele borging’ en dat is fantastisch.

Drijf ik hier niet te gemakkelijk de spot met de bureaucratie? Ja, dat doe ik. Het is allemaal al moeilijk genoeg en ik heb zelf de oplossing bepaald niet paraat. Op afstand kun je best boeken en rapporten lezen, maar dan weet je vooral wat er mis is, niet hoe het weer goedkomt. En je kunt de oorzaken begrijpen van het vastlopen van jeugdhulp – decentralisatie, grote instroom, personeelstekort – maar dan snap je nog niet waarom er zo hardhandig wordt omgegaan met jonge mensen.

Dat gezegd zijnde, als ik inzoom op raar proza, dan is het omdat me toch wel iets opvalt aan het taalgebruik rondom het onderwerp. Om preciezer te zijn, ik blijf kauwen op de reactie van Jeugdzorg Nederland op het rapport Eenzaam gestorven. Na het lezen van een rapport vol misbruik, geweld, vernedering, isolatie en verwaarlozing komt Jeugdzorg met een verrassende conclusie. „We moeten blijven luisteren naar de ervaringen van jongeren en daarvan leren.”

Dit hulpverlenersproza lijkt me ten eerste nogal misplaatst als sluitstuk van de problemen. Want is luisteren naar jongeren niet juist de kerntaak van jeugdzorg? De essentie? Het allereerste en dus vooral niet het allerlaatste waaraan de hulpverlening moet denken? Ten tweede steekt de zin wel erg niksig af tegen de taal die elders in het veld wordt gebruikt. Tegen de marketingtaal van de aanbesteding en de straattaal van de uitvoering.

In de jeugdzorg wordt, net als op veel andere beleidsterreinen, moeiteloos geschakeld tussen zulke diverse taalregisters. Goedkoop gebral bij commerciële aanbieders („een van de meest succesvolle jeugdklinieken”), ruwheid in de dagelijkse praktijk („de groepsleider riep door de intercom: ‘Ja kankerhoer, stoppen! Klaar nou, anders ga je naar de isoleercel’”) en na afloop berouwvolle reflectie in professionele kwezeltaal die helemaal niets betekent („jouw ervaringen en de onderzoeken gaven ons belangrijke lessen”).

De samenleving zou ernstiger moeten zijn. Natuurlijk is er meer geld nodig, er is altijd meer geld nodig, maar gelukkig is er geld genoeg. Het golft over de wereld: in Nederland zet de Amerikaanse industrie voor 2,6 miljard euro een dieetpillenfabriek neer die ons net zo dun gaat maken als al die biljarden voor AI ons slim gaan maken. Alleen slaat de Verelendung toe in concrete levens. Er is dus allereerst een taal nodig, een cultuur, die mensen voorrang verleent en sociale waardigheid.

Zeggen: „we moeten verantwoordelijkheid nemen” is niet genoeg. We moeten verantwoordelijkheid nemen.

 

Zorg

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next