Oorlog in Soedan De vrees groeit dat de Soedanese Rapid Support Forces (RSF) een grootschalige aanval voorbereiden op de westelijke stad El Obeid, na wekenlange drone-aanvallen en de inzet van militaire versterkingen in omliggende gebieden.
Een genist van het Soedanese regeringsleger met de onderdelen van een drone in El Obeid, eind maart.
„Stop deze waanzin”, waarschuwde Volker Türk, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, afgelopen donderdag. Hij riep op tot onmiddellijke internationale actie om de belegering van de Soedanese stad El Obeid door de paramilitaire RSF te voorkomen. Die vecht sinds april 2023 een oorlog uit met het Soedanese regeringsleger om de controle van het land. Türk vreest voor een herhaling van de gruwelijkheden die de RSF vorig najaar pleegden in de stad Al Fashar, de hoofdstad van Noord-Darfur.
„We hebben dit scenario [het omsingelen van de stad] al eerder gezien,” zei Türk. „We weten waar het toen toe leidde en kunnen niet toestaan dat de vermijdbare wreedheden die we afgelopen jaar in Al Fashar en het vluchtelingenkamp Zamzam zagen, zich herhalen.”
Eerst omsingelde de RSF Al Fashar en liet het niets meer binnen in de stad om de bevolking uit te hongeren. Toen het vervolgens de stad op het regeringsleger veroverde, trokken de paramilitairen volgens getuigenissen van huis tot huis. Amnesty International documenteerde hoe ongewapende mannen werden geëxecuteerd, gegijzeld of mishandeld. Volgens VN-onderzoekers richtte de RSF zich openlijk tegen de niet-Arabische bevolking, waaronder Zaghawa en Fur. Vrouwen en meisjes werden volgens Amnesty op grote schaal slachtoffer van seksueel geweld.
Niet alleen Türk uitte zijn zorgen om het lot van de inwoners van El Obeid. Ook de VN-Veiligheidsraad sprak zaterdag zijn zorg uit over een „onmiddellijk risico op massale gruweldaden” rond El Obeid en riep de RSF op haar aanval op de stad te staken. Ook in 2024 eiste de Veilgheidsraad dat de RSF het beleg van Al Fashar zou beëindigen, maar kon de gruweldaden daar toen niet voorkomen.
De aanval op Al Fashar in oktober vorig jaar had volgens VN-onderzoekers de „kenmerken van een genocide”, waarbij naar schatting van het Bureau voor de Mensenrechten OHCHR tenminste zesduizend mensen werden gedood. Tienduizenden mensen worden nog vermist. Precieze aantallen zijn door de oorlog moeilijk vast te stellen. Satellietanalyses van het Yale Humanitarian Research Lab brachten een netwerk van recent gegraven verbrandings- en begraafplaatsen aan het licht, vermoedelijk voor massagraven.
El Obeid, een stad met zo’n 500.000 inwoners, staat vooralsnog onder controle van het regeringsleger, die in februari 2025 de langdurige RSF-omsingeling doorbrak. Het is een van de belangrijkste bolwerken van het leger in het westen van Soedan en dient als toegangspoort tot Darfur, Kordofan en centrale delen van Soedan. Bovendien is het een belangrijk commercieel knooppunt.
Drones hebben in de afgelopen tien dagen in El Obeid tankstations opgeblazen, zodat er een brandstoftekort is in de stad. Daarnaast is een elektriciteitscentrale geraakt, maar ook ziekenhuizen, voedselmarkten en woonwijken. In El Obeid en Noord-Kordofan zouden in dezelfde periode vijftig mensen zijn gedood. En net als bij Al Fashar het geval was, is de RSF opnieuw begonnen om de belangrijke toevoerwegen te blokkeren. Internationale waarnemers vrezen dat de paramilitaire groep voedsel en hulp tegenhoudt om de bevolking uit te hongeren, alvorens te proberen de stad met grondtroepen te veroveren.
Mensenrechtenorganisaties in El Obeid luiden, volgens de Sudan Tribune, een online nieuwsplatform van Soedanese en internationale journalisten, de noodklok en dringen er bij de internationale gemeenschap op aan om er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat wegen open blijven voor voedsel en hulpgoederen.
Als El Obeid valt, is het niet alleen een militair keerpunt, maar mogelijk een herhaling van het Al Fashar-horrorscenario. Daarom drong de secretaris-generaal van de VN António Guterres aan op directe druk op de strijdende partijen en hun internationale bondgenoten om verder bloedvergieten te voorkomen: „Veel te vaak hebben duidelijke waarschuwingen in dit conflict niet geleid tot gezamenlijke actie van de internationale gemeenschap. We mogen niet toestaan dat de gruwelen van Al Fashar zich herhalen in El Obeid.”
De commandant van de Soedanese strijdkrachten (SAF), Abdel Fattah Al-Burhan (vooraan, tweede van rechts), begroet burgers in El Obeid, in de Soedanese provincie Noord-Kordofan, 27 september 2025.
Naast de VN-Veiligheidsraad heeft ook een groep van 29 landen, waaronder Nederland, alarm geslagen. Zowel de RSF als het regeringsleger ontvangt grote militaire, financiële en logistieke steun van buitenlandse bondgenoten: de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) worden door VN-experts, onderzoekers en mensenrechtenorganisaties beschuldigd van steun aan de RSF, terwijl Egypte en Saoedi-Arabië het regeringsleger steunen. Vooral de VAE hebben grote invloed en grote financiële belangen bij voortzetting van de oorlog. Zo smokkelt de RSF onder meer grote hoeveelheden goud naar de Emiraten.
Zonder steun uit de Emiraten zou de RSF volgens internationale waarnemers niet over dezelfde militaire slagkracht beschikken. En terwijl de VS, de EU en het VK sinds het begin van de oorlog sancties hebben ingesteld tegen personen en bedrijven rond de RSF en het regeringsleger, blijft vergelijkbare druk op buitenlandse sponsors van de oorlog grotendeels uit.
De Emiraten zijn bondgenoot en een economische partner van landen als de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland, en een belangrijke diplomatieke speler in het Midden-Oosten.
In Nederland nam de Tweede Kamer deze maand een motie aan die het kabinet oproept zich binnen de EU actiever in te zetten voor sancties tegen betrokkenen bij oorlogsmisdaden in Soedan. Of die druk ook de buitenlandse sponsors van de oorlog raakt, blijft onduidelijk.
In El Obeid zelf inmiddels ligt het vervoer in en rond de stad bijna stil, zo meldt Emergency Lawyers, een Soedanees netwerk van mensenrechtenadvocaten dat sinds het begin van de oorlog geweld tegen burgers documenteert. Basisgoederen worden duurder, ziekenhuizen kampen met tekorten. Ook hulporganisaties hebben hun werk rond de stad opgeschort omdat de wegen te onveilig zijn geworden. Hoe snel de stad zal vallen, is moeilijk te voorspellen. Bij Al Jazeera waarschuwde Mohamed Refaat, hoofd van de IOM-missie in Soedan: „Als de belegering niet wordt opgeheven en hulp niet ongehinderd wordt toegelaten, bereiken we binnen weken of hoogstens twee maanden hetzelfde tragische niveau als Al Fashar.”