Home

Het bleef onwennig, die Nederlandse vlag aan de muur

is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.

Eenmaal aan de muur, had het toch iets extreemrechts.

De eerste WK-wedstrijd van Nederland moest die avond tegen Japan worden gespeeld, en ik hing alvast een grote Nederlandse vlag boven de tv. Met de handen op mijn heupen, als een gepensioneerde krantenlezer die een plataan uitvoerig bekijkt, leunde ik van het ene op het andere been om de vlag nader te bestuderen.

‘Serieus, dit heeft echt iets extreemrechts’, riep ik naar mijn partner die me niet hoorde. Misschien was het de nationalistische vibe die er soms van uit kan gaan, afhankelijk van de dragers ervan (xenofoben) en locatie van het vlagvertoon (anti-azc-demonstraties). Ik wist het even niet meer.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De dag ervoor nam ik mijn pakket met voetbalslingers en grote vlaggen van Nederland en Marokko nog vrolijk in ontvangst. De bestelling deed ik op verzoek van mijn 7-jarige zoon, die zowel voor Nederland als Marokko is. Misschien zou hij, net als ik in 1988, dit jaar zelf getuige kunnen zijn van een onvergetelijke Nederlandse bekerwinst.

Naast de wensen van mijn zoon, speelde er nog een persoonlijke reden om de Nederlandse vlag op te hangen: als tweedegeneratieallochtoon stond de vlag decennialang symbool voor buitenstaanderschap. Ik leefde met de hardnekkige overtuiging dat de Nederlandse driekleur mij niet toekomt, omdat de racisten dat hebben besloten. Inmiddels zit ik in een ‘rot op, die vlag is niet van je vader’-fase.

Maar daarmee was de onwennigheid met de Nederlandse vlag aan mijn muur niet verdwenen.

De verlossing kwam uiteindelijk na de goedkeuring van mijn zoon, die verrukt naar de vlag kwam kijken en weer naar buiten vloog. Alle extreemrechtse poepgeurtjes, helemaal weg. De Nederlandse vlag stond subiet symbool voor schoonheid, waardigheid, moed en homeopathische versterking. Het kreeg ineens, zoals mijn tienerdochter zou zeggen, aura.

Dan de Marokkaanse vlag: net zo gigantisch als de Nederlandse. En ook net zo ongemakkelijk na het uithangen boven de bank. Ik was immers opgegroeid met ‘we zullen het nooit vergeten!’-verhalen over de moorden en misdaden van de Marokkaanse overheid in het Rifgebied. Daarnaast zou de vlag op die plek pal tegenover de Nederlandse vlag komen te hangen. Moeten we symbolisch gezien ook niet hebben.

Deze keer kwam de verlossing van mijn kleuterdochter, die de vlag in beslag nam om als picknickkleed te gebruiken.

De volgende drempel: vlaggenlijnen voor het raam hangen. De oranje vlaggetjes hing ik zonder interne gedoetjes op. Maar bij de slingers van Marokkaanse mini-vlaggen sloeg de twijfel weer toe.

‘Wat als de ramen worden ingegooid als Nederland tegen Marokko moet spelen en verliest?’, vroeg ik mijn autochtone partner. ‘Doe niet zo laf’, riep hij terug. Een preek volgde, waarin hij wees op onze zoon die sinds een tijd zijn Marokkaanse voetbalshirt niet meer wil dragen omdat hij merkt dat volwassenen er ‘anders’ op reageren.

Hij overtuigde me. Je moet jezelf inderdaad niet verhangen met (zelf)twijfel op wat een feestje moet zijn. Aan het raam met die slingers.

Niet veel later fietste mijn zoon voorbij met een vriendje, net als hij een dubbelbloedje. ‘Oh, check onze ramen!’, riep mijn zoon trots naar zijn vriendje. ‘Ja bro!’, riep hij terug. ‘We vonden het echt jammer dat Marokko gelijkspeelde tegen Brazilië. Ze konden winnen!’

Source: Volkskrant

Previous

Next