Home

Eerst excuses van de CPNB, dan pas paraderen op de Pride

Canal Pride De CPNB vaart tijdens de Canal Pride mee met de Boekenboot. Maar dan moeten haar zedenmeesters eerst door het stof voor het weren van Gerard Reves De Vierde Man als Boekenweekgeschenk, vindt Mathijs Mul.

Gerard Reve en zijn partner Joop Schafthuizen op een persconferentie in 1981 ter gelegenheid van de verschijning van ‘De Vierde Man’.

Vorige week maakte de CPNB bekend 1 augustus mee te varen met de Canal Parade. Zo wil deze stichting achter de Boekenweek verhalen vieren „die mensen helpen zichzelf te zijn” en aandacht vragen voor „de groeiende druk op queerboeken”. Ik ken wel een queerboek dat mij als homo heeft geholpen mezelf te zijn: De Vierde Man van Gerard Reve, in 1981 door diezelfde CPNB geweerd als Boekenweekgeschenk wegens de homoseksuele inhoud.

Mathijs Mul is hoofdredacteur van muldozer.nl, homoactivist en oud-redacteur van Propria Cures.

Reve, na de afwijzing door CPNB in 1981 nog 25 jaar in leven, noch de homogemeenschap heeft van de organisatie ooit excuses ontvangen. Ook heeft de CPNB het literair boegbeeld van de Nederlandse lhbti-gemeenschap niet officieel gerehabiliteerd, of hem opnieuw benaderd toen zijn geaardheid meer salonfähig was geworden. Zolang de stichting niet door het stof gaat voor deze onomwonden homofobie uit haar verleden, verdient zij geen plek op de Canal Parade – hoe kleurrijk de speciale ‘Boekenboot’ ook wordt versierd.

Je vraagt je af wat de zedenmeesters van CPNB bezielde, toen zij van Gerard Reve een novelle verlangden waarin homoseksualiteit geen rol speelde. Reves uitgever Wim Hazeu formuleerde het treffend in een uitzending van Andere Tijden, het geschiedenisprogramma van de NTR en VPRO: „Je kunt van een koe niet vragen of hij eieren wil leggen”. Dat is dan ook niet gebeurd, hoewel Reve zich voor zijn doen heeft ingehouden: „Ik doe het drie keer met een vrouw, en slechts één keer met een jongen”, beschreef hij het boek in Andere Tijden. „En dan nog wel met één van het meisjesachtige type.”

Riskante herenliefde

Het mocht niet baten. De CPNB wilde niets met De Vierde Man te maken hebben. Aanvankelijk spraken betrokkenen eufemistisch over de „controversiële passages” in het werk, maar in latere interviews zei de verantwoordelijke werkgroepvoorzitter Ivo Gay (je verzint het niet) het recht voor z’n raap: Gerard Reve mocht de homoseksualiteit er helemaal niet in verwerken. De werkgroepleden vonden die hele herenliefde maar riskant. Vooral de „christelijk angehauchte leden” wilden hun handen er niet aan branden, aldus Gay.

Dit speelde zich af in de jaren 80. Oude koeien uit de sloot? Zeker niet, wie twijfelt moet het persbericht van de CPNB over haar Boekenboot eens lezen. Dat is één grote aanklacht tegen homofobe censuur zoals zij zelf tegen Reve heeft toegepast. De organisatie verzucht: „[queer] boeken verdwijnen uit scholen en bibliotheken, of worden door overheden of instanties bij voorbaat geweerd.” Instanties zoals de CPNB dus.

In een periode dat de strijd om lhbti-rechten in Nederland nog een echte strijd was, en geen vehikel voor ‘pinkwashing’ door commerciële organisaties, koos de CPNB ervoor om een queerboek te weren dat een miljoenenpubliek had kunnen bereiken. Zij had de macht om, juist in ‘christelijk angehauchte’ gemeenschappen aan de vooravond van de aidsepidemie, homo’s te helpen om via representatie tot zelfbegrip en emancipatie te komen. In plaats daarvan koos ze voor censuur, en blijkt ze tot de dag van vandaag niet in staat om progressief inzicht te tonen in deze historische misser.

Argusogen

In de Nederlandse homogemeenschap wordt de CPNB sinds ‘het Reve-incident’ met argusogen bekeken. Hedendaagse acties rondom ‘Regenboogboeken’, of de Week van het Verboden Boek lijken wel perverse knipogen naar het duistere verleden van de organisatie zelf. De CPNB heeft het recht niet om te moraliseren en zoete broodjes te bakken, voor ze de hand in eigen boezem steekt en verantwoordelijkheid neemt voor de anti-emancipatoire invloed die ze zelf heeft uitgeoefend.

De CPNB beweert te strijden voor de literatuur. Dat moet niet alleen draaien om boekverkoop in het hier en nu, maar ook om de rijke geschiedenis van de letteren in ons land. Je hoeft geen lhbti-adept te zijn om de rol van Reve daarin te erkennen. Het is nooit te laat voor excuses, maar zolang de CPNB haar schoffering van Reve onder het tapijt blijft vegen, hebben wij homo’s met de organisatie unfinished business.

Het is verbazingwekkend hoeveel queerschrijvers zich desondanks hebben laten ronselen voor de Boekenboot. Geen historici, zo te zien. Pim Lammers, Hanna Bervoets, Pete Wu en andere opvarenden, hierbij richt ik me tot jullie: waarom laten jullie je gebruiken voor deze PR-actie van een organisatie met een verleden van zulke aperte homofobie? In plaats van pornstar martini’s te proosten aan boord van die bonte Boekenboot zijn jullie het aan onze gemeenschap als ‘boegbeelden’ verschuldigd om bij de CPNB de rehabilitatie van Reve af te dwingen, op straffe van een boycot.

CPNB, laat zien dat je echt tegen discriminatie in de literatuur bent, en rehabiliteer ons eigen icoon Gerard Reve en diens door jullie gecensureerde meesterwerk De Vierde Man. Of, om jullie eigen Pride-strijdkreet te gebruiken: „Free the Word, Every Story Counts!”

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next