Home

Seks, romantiek, geld en avontuur: Las Vegas is een stad die vooral bestaat in de verbeelding

Bij de re-release van Leaving Las Vegas duikt V in de filmgeschiedenis van Las Vegas, de stad gebouwd op het verkopen van illusies. Een stad waar mensen niet wonen, maar naartoe gaan om aan hun realiteit te ontsnappen.

In het vorig jaar vanwege zijn dertigjarig jubileum gerestaureerde Leaving Las Vegas (1995), dat nu opnieuw in de Nederlandse bioscopen te zien is, reist scenarioschrijver Ben naar Sin City om zich daar dood te drinken. In Los Angeles moet hij bedelen om werk, kennen alle barmannen hem en zijn drankzucht. In Las Vegas hoopt hij aan die realiteit te ontsnappen. Voordat hij vertrekt, neemt hij al zijn geld op, verbrandt zijn bezittingen en stapt (al drinkend) in zijn auto.

Slechts zelden zien we Vegas in films door de ogen van zijn inwoners. Een uitzondering is Nina Menkes’ Queen of Diamonds (1991), een onopgesmukt drama over een blackjackdealer die in de stoffige marges van de stad in een trailer woont. Of, een stuk recenter, The Last Showgirl (2024), met Pamela Anderson als uitgerangeerde revuedanseres. Het zijn de spaarzame films die de achterkant tonen van de kitscherige glamour die zo bepalend is in het (film)beeld van Vegas.

De meeste films tonen Vegas als een plek die enigszins los van de realiteit lijkt te bestaan. Met zijn protserige casino’s en hotels aan de Strip, die met hun knipperende neonverlichting vechten om aandacht. Een stad waar mensen niet wonen, maar naartoe komen om aan hun leven te ontsnappen. Om even buiten de (morele) kaders van de samenleving te bestaan. What happens in Vegas, stays in Vegas.

De autorit als overgangsritueel

Misschien is dat ook de reden dat veel films die zich in Vegas afspelen de autorit ernaartoe tonen. Paul Verhoevens Showgirls, vrijgezellenfeestkomedie The Hangover. Die rit is een soort overgangsritueel. Het afschudden van de dagelijkse realiteit, van de ketenen van de maatschappij: een ingedut huwelijk, financiële verplichtingen, een veeleisende baan. Dat idee wordt nog versterkt doordat Vegas midden in de woestijn ligt; de weg ernaartoe doorkruis je een onbestemd niemandsland. In een van de eerste beelden in Casino (1995) toont Martin Scorsese de stad van bovenaf, als een eilandje van neonlichten in een zee van duisternis.

In Bugsy (1991) maakt de gangster Ben ‘Bugsy’ Siegel die lange rit ergens in de jaren dertig. Zonder die verblindend schitterende belofte aan het einde ervan, want dat Las Vegas bestaat nog niet. ‘Hebben we vijfenhalf uur gereden voor deze steenpuist?’, vraagt Siegels minnares Virginia verontwaardigd wanneer ze arriveren. Maar in die ‘steenpuist’ ziet Bugsy mogelijkheden. Hier wil hij een ‘monument’ stichten voor waar de Amerikaan van droomt: ‘Seks, romantiek, geld, avontuur.’

Keiharde misdaad

De film is een flink geromantiseerde vertelling van het leven van de echte Siegel, die met maffiageld een hotel-casino bouwde aan wat zou uitgroeien tot de Las Vegas Strip. Bugsy toont de geboorte van Las Vegas. Vier jaar later liet Scorsese in Casino zien welke stad op die fundamenten gebouwd werd: eentje waar de onderwereld de bovenwereld is. Waar geld vrijelijk rolt, maar wel op een tapijt van keiharde misdaad.

In hetzelfde jaar verscheen Paul Verhoevens Showgirls. Een venijnige satire op een Amerika waarin alles koopwaar is, inclusief het vrouwelijk lichaam. Danseres Nomi reist af naar Vegas met de droom om daar door te breken, maar wordt opgeslokt in een wereld waar cynisme en moordende concurrentie regeren.

‘Van alle recente Amerikaanse films die zich afspelen in Las Vegas, is Showgirls de enige die realistisch is’, zei de Franse regisseur en criticus Jacques Rivette in een interview met muziekblad Les Inrockuptibles in 1998, om eraan toe te voegen: ‘Ik, die nooit een stap heeft gezet in dat oord!’

Die toevoeging is niet betekenisloos: Las Vegas is een stad die misschien wel vooral bestaat in de verbeelding, die meer fantasie is dan realiteit. Precies dat wist Verhoeven zo goed te vangen in Showgirls. Een film die Vegas belichaamt in het over de top acteren, de groteske plotontwikkelingen en uitzinnige vormgeving.

Hallucineren in de woestijn

Ook Showgirls begint met de autorit naar Vegas toe (en eindigt met een autorit ervandaan). Maar de misschien wel meest memorabele rit naar Vegas is die in Fear and Loathing in Las Vegas (1998), Terry Gilliams verfilming van het gelijknamige boek van gonzo-journalist Hunter S. Thompson. Hoofdpersoon Raoul Duke is een nauwelijks verhuld alter ego van Thompson: een gonzo-journalist die naar Vegas wordt gestuurd om verslag te doen van een motorrace.

Samen met zijn advocaat en een cabriolet vol drugs scheurt hij al trippend en hallucinerend door de woestijn. Hun toch al excessieve drugsgebruik neemt idiote vormen aan, waarbij het toch al hallucinante Vegas transformeert tot een krankzinnig spiegelpaleis waarin mensen de vorm aannemen van reptielen en de oorlog in Vietnam dwars door het televisiescherm de hotelkamer binnenkomt. (‘Dit is geen goede stad voor psychedelische drugs’, luidt de eufemistische conclusie van Duke.)

Duke noemt Vegas ‘de draaikolk van de Amerikaanse droom’. Hier kun je alles zijn, kun je alles winnen, maar de realiteit is dat mensen er voornamelijk veel verliezen. Zoals het echtpaar David en Linda in Albert Brooks’ heerlijke satire Lost in America (1985), die hun succesvolle banen opgeven om de rest van hun leven in een Winnebago door de VS te reizen. Hun eerste stop: Las Vegas, waar zij op de eerste avond al hun spaargeld vergokt.

Het is een terugkerend patroon in films die zich in Vegas afspelen. Steeds weer trekken mensen erheen met het idee dat consequenties in deze stad niet bestaan. Dat als je daar trouwt, het niet bindend is. Dat als je er geld laat vloeien, het niet echt wegstroomt. Maar keer op keer blijkt de illusie van vrijheid zonder consequenties vooral dat: een illusie.

Vegas confronteert mensen met de grenzen van hoeveel vrijheid ze aankunnen. Met het verbrassen van al hun spaargeld zijn David en Linda na hun bezoek aan Vegas eigenlijk pas echt ‘vrij’, maar die vrijheid ontaardt in eindeloos geruzie en uiteindelijk keren de twee met hangende poten terug naar een vaste baan met prettig salaris. Ook in The Hangover keren de vier mannen die in Vegas een compleet uit de hand gelopen vrijgezellenfeest vieren (tijger in de badkamer, geheugenverlies, bruidegom kwijt) aan het eind weer netjes terug naar hun gezin, huwelijk, baan.

Speeltuin voor de superrijken

In 2009 schreef journalist Paul MacInnes naar aanleiding van The Hangover in The Guardian een stuk over de veranderingen die Las Vegas in de decennia daarvoor onderging. ‘Sin City is getransformeerd tot Amerika’s Speeltuin’, betoogde hij. De verdorvenheid en misdaad die het DNA vormden van Vegas, waren verworden tot een verkoopbaar imago. De illusie die eerder nog uiteenspatte in het gezicht van de gelukszoekers, was nu handelswaar.

Het is een lijn die je kunt doortrekken naar Sean Bakers Oscarwinnende Anora, over stripper Ani die een relatie krijgt met een rijke jonge Rus. Deze Vanya staat sowieso al met één been buiten de realiteit, maar tijdens een tripje naar Vegas wordt dat nog eens uitvergroot. Met een totale veronachtzaming van de hotelbediendes en ander personeel, stoomwalsen hij en zijn vrienden luidruchtig door de stad. Dit is het hedendaagse Vegas: een speeltuin voor de superrijken.

Maar het is ook in Vegas dat Vanya hoopt te ontsnappen aan de (voor hem) bittere realiteit die wacht: hij moet terug naar Rusland, tenzij hij met een Amerikaanse trouwt. Dus trouwen hij en Ani in Vegas. Maar, zoals zo vaak in Vegas-films: bij terugkomst schiet de realiteit als een elastiek terug. Vanya’s ouders dwingen hem het huwelijk te ontbinden en Ani beseft wat ze misschien altijd al wel ergens voelde: dat de Amerikaanse droom die ze daar in Vegas even dacht aan te kunnen raken een illusie is.

Nog 7 iconische films over Vegas

The Lady Gambles (1949)

Een vrouw verhuist voor het werk van haar echtgenoot naar Las Vegas, om daar vervolgens gokverslaafd te raken. Deze soms wat melodramatische film wordt gedragen door de altijd fantastische Barbara Stanwyck, die de steeds diepere wanhoop van haar personage mooi invoelbaar maakt.

Viva Las Vegas (1964)

De naam Elvis Presley is innig verbonden met Vegas. Van 1969 tot 1976 trad hij exclusief in die stad op, ruim zeshonderd uitverkochte concerten lang. Enkele jaren eerder speelde hij in het rond hem opgetrokken vehikel Viva Las Vegas, een film die vooral wordt herinnerd om randzaken: zijn affaire met tegenspeelster Ann-Margret en het bij de film uitgebrachte album.

One From the Heart (1982)

Hank en Frannie zijn in Vegas om hun vijfjarige jubileum te vieren, maar gaan al bij aankomst uit elkaar. Vervolgens zwerven ze een neonverlichte nacht lang afzonderlijk door de stad om hun nieuwe ‘vrijheid’ te verkennen en uiteindelijk weer samen te eindigen. Francis Ford Coppola ging nagenoeg failliet aan deze onconventionele musical, die genadeloos flopte maar daarna voorzichtig herwaardering oogstte.

Hard Eight (1996)

Paul Thomas Anderson maakte zijn speelfilmdebuut met dit in Vegas’ gokwereld spelende misdaaddrama waarin al veel kenmerken zitten van zijn latere werk: flamboyant camerawerk, een fantastisch acteurs-ensemble en een scènestelende Philip Seymour Hoffman als het soort zijn wanhoop overschreeuwende gokker die in elk casino tot het meubilair behoort.

Ocean’s Eleven (2001)

Steven Soderbergh blies de nooit helemaal gestorven heistfilm nieuw leven in met het razend succesvolle Ocean’s Eleven, waarin een bij elkaar gezette groep criminelen onder leiding van George Clooney tien casino’s in Las Vegas berooft. De film werd, met zijn gelikte actie, vlotte humor en sterrencast, een blauwdruk voor een hele reeks vervolgen en kopieën.

The Cooler (2003)

De altijd wat schlemielige William H. Macy speelt een op zijn lijf geschreven rol als een man die overal waar hij komt ongeluk brengt en door een casinobaas wordt ingezet om de lucky streak van bezoekers te doen keren, simpelweg door naast ze te gaan staan. Maar dan begint het leven deze sukkelaar voorzichtig toe te lachen.

Army of the Dead (2021)

Na een zombie-uitbraak is Las Vegas tot quarantainezone gemaakt. Een groepje criminelen onder leiding van spierbonk Dave Bautista trekt de stad in voor een ambitieuze geldroof. Zack Snyder heeft zichtbaar plezier in het spelen met Vegas-clichés, met onder meer een uit de stal van Siegfried & Roy ontsnapte zombietijger.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next