Het regende benzinedruppels en drieletterwoorden vorige week in het oosten van Moskou. De stad was ’s nachts plots door honderden Oekraïense drones overvallen. Langs de ringweg was zelfs de olieraffinaderij van Kapotnja in de hens gegaan, een complex dat 40 procent van de benzine in de stad en 70 procent in de provincie levert. Met de minuut schoten de prijzen aan de Russische pomp omhoog naar 1,30 euro per liter, afgezet tegen de gemiddelde koopkracht in Moskou net zo veel als in Nederland. Op hun telefoon kregen burgers van de overheid het advies om 112 te bellen en trots te zijn „op de indrukwekkende klappen die Rusland in Oekraïne” uitdeelt.
De hele maand mei was de Oekraïense dronemacht ook elders in Rusland actief geweest. Op talloze plekken waren brandende olietanks bij het straatbeeld gaan horen. Kyiv slaagde er bovendien in om de Krim verder te isoleren, zozeer dat het deze week donker werd rond de marinebasis van Sevastopol.
Zolang de Chardonnay koud bleef staan, had dat welstandige Moskovieten amper geboeid. Nu lagen ze echter zelf in het schootsveld. Een collega uit Siberië, op doorreis voor een fotoproject waarvoor vermoedelijk geen enkele Nederlandse krant belangstelling zal hebben, vatte de stemming in zijn dagelijkse app aan mij zo samen: „Moskovieten zeggen ‘dit is een oorlog van Rusland tegen Oekraïne; maar wat heeft Moskou daar eigenlijk mee te maken?’”
In nog geen twintig woorden legde deze Siberiak bloot dat de hoofdstedelijke elite na vierenhalf jaar oorlog zozeer is geperverteerd dat die zich onaanraakbaar waant. Poetin kan tevreden zijn. Dat is precies wat hij beoogde. De hoofdstad mocht niet te veel pijn lijden. Eén cijfer ter illustratie van die geprivilegieerde positie. In de oorlog zijn naar verhouding zevenmaal minder Moskovieten omgekomen dan gemiddeld in Rusland, terwijl in het islamitische Basjkirië anderhalf keer meer en ver weg in Boerjatië zelfs driemaal meer soldaten zijn gesneuveld dan doorsnee.
De Moskovieten weten op hun beurt te waarderen dat ze worden gespaard. Volgens de recentste peiling van onderzoeksbureau Levada wil 60 procent van alle Russen dat de oorlog via „vredesonderhandelingen” wordt beëindigd. Maar niet in Moskou: daar meent 53 procent van de burgers dat er moet worden doorgevochten, en ziet slechts 36 procent iets in een bestand.
Dat Oekraïne de oorlog naar Moskou probeert te brengen – in de hoop zo de Russische samenleving „op te schudden”, zoals Poetin een paar dagen na de droneaanval op de stad orakelde bij een diploma-uitreiking aan jonge militairen – is dan ook een logische strategie.
De vraag is wel of Poetin zich zo naar een onderhandelingstafel laat drijven. De hoofdstedelingen zullen hem niet snel dwingen. Afgelopen kwart eeuw heeft Poetin de financiële en bestuurlijke elite dermate gedepolitiseerd en gecompromitteerd, dat Moskou nu is bevolkt door een klasse egocentrische „loyale lafaards” die vooral bekwaam hun eigen verantwoordelijkheid weten af te schuiven, zoals econome Aleksandra Prokopenko de hoofdstedelijke elite omschrijft. Een alternatief heeft deze horige kaste daarom niet meer te bieden. In de woorden van schaakgrootmeester Garri Kasparov: „Doorfeesten tijdens de pest: dat is de kwintessens van hun imperiale bewustzijn”.
Dat wil niet zeggen dat er niets zou kunnen veranderen in Moskou. De stad mag niet rijp zijn voor beweging van onderop, ze is wel geschikt voor een paleiscoup van binnenuit. En die kan worden gevoed door voortdurende aanvallen op bijvoorbeeld de vliegvelden rond Moskou, zoals Oekraïne ook deze week uitvoerde. Effectiever is echter de dreiging dat Krim Nasj (‘onze Krim’, zoals Moskovieten 12 jaar geleden jubelden) verloren zou kunnen gaan. Het enige dat „de kaste bij de tijd kan brengen, is een (wapperende) Oekraïense vlag in Sevastopol”, aldus Kasparov.
Vandaar dat onderhorigen als buitenlandminister Sergej Lavrov („aan het werk, broeders”) en Kremlinwoordvoerder Dmitri Peskov („proces is onomkeerbaar”) nu doen alsof alleen Moskou kan escaleren. De FSB lijkt wel onraad te ruiken. Enerzijds wil de geheime dienst de Doemaverkiezingen dit najaar annuleren. Anderzijds zegt FSB-directeur Alexander Bortnikov: „Zelensky is een terrorist, maar in de huidige fase is er geen ander om mee te praten.”
Die verwarring is het eerste succesje dat Kyiv heeft geboekt op de lamlendige elite in Moskou.