Home

Fiep en Ed en hun revolutionaire inborst

Fiep, dat is Fiep Westendorp. En Ed, dat is Ed van der Elsken. Maar ze zijn voor iedereen Fiep en Ed. Hun voornamen zijn genoeg, zo vertrouwd voelen ze voor een publiek dat groot is en dat generatie na generatie met hun werk is vergroeid. Het Rijksmuseum gaat hun beider werk tentoonstellen, hoorde ik een tijdje terug. En ik dacht: die twee samen, dat is een prachtidee. De nozem en de dame, geworteld in dezelfde bodem. Tijdgenoten. Weliswaar scheelden ze tien jaar, maar ze ontbloeiden eensgezind in de jaren vijftig en brandden los in de jaren zestig, waar naoorlogse levenslust hun kunst tatoeëerde. Allebei gingen ze de werkelijkheid te lijf. Op het eerste oog heel anders. Ze zijn zo anders en ze zijn zo verwant. Hoe kan dat? Welke echo’s over en weer zou het Rijks blootleggen? Pluk in Saint-Germain, een liefde in de Petteflet…  

Niet dus. Ik zat mis. Geen dubbelexpositie, het zijn afzonderlijke tentoonstellingen met een trap ertussen. Ed is de bovenbuurman met het uitzicht, Fiep is de onderbuurvrouw met de tuin. In Holland staat hun huis.

Ik houd van hun werk, en dat slijt niet. Alleen al dat filmpje met Ed aan het werk op de veemarkt. Hij steekt zijn tong uit zoals er zo vaak een tong naar hem wordt uitgestoken. Alleen al Fieps tekening van de vader en de moeder in Jip en Janneke, de enige die ze ooit maakte. Doorsnee ouders, spectaculair nondescript.

Ik zie Eds foto van de worstelaar in tranen en zijn troostende trainer. Dat is een Fiep.

Ed van der Elsken, ‘Verslagen worstelaar’, Parijs, 1953.

Ik zie Fieps aquarel ‘De oude visser’, een impressie van een verweerde man die even opkijkt, met geschiedenis in zijn kromme rug. Dat is een Ed.

Ik duik onder in Fieps onmiskenbare stijl. Ik geniet van haar rake impressies van vrouwen die de schijn ophouden maar zich geen bal aantrekken van wat er van ze wordt verwacht. Van Pim en Pom, van Floddertje. Ik stort me in Eds foto’s. Een straatfotograaf heet hij vaak, maar dat doet zijn psychologisch inzicht tekort. Hij wijdde zich aan mooie, lelijke, malle, lieve en rot-mensen, en op elke foto borrelt zijn zachtmoedigheid. 

Die zachtigheid delen Fiep en Ed. En hun bravoure. Hun onvermogen tot afstandelijkheid. Hun revolutionaire inborst. Hun onbedwingbare spot. Ze zijn allebei intens Nederlands.

Wie wil weten hoe Nederlanders denken, hoe ze kijken, hoe maf ze kunnen zijn en hoe gevoelvol, hoe licht in hun hoofd en zwaar op de hand, die gaat naar het Rijksmuseum en telt Fiep en Ed bij elkaar op – en hij weet het.

Ed kwispelt, Fiep spint. Hij blaft, zij blaast. Bijten of krabben doen ze niet. Overdonderend direct dwingen ze je om je persoonlijk te verhouden tot wat ze laten zien. Ik ben zo niet, zeg je. Wel waar, wrijven ze je in. Zo ben jij. En wij ook.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next