Home

Racisme, pleiten voor een autoritaire staat en vijanddenken. Het is tijd FVD een extreemrechtse partij te noemen, zeggen deze wetenschappers

Uiterst rechts Uiterst rechts, radicaal-rechts, extreemrechts: hoe moet je partijen rechts van de VVD noemen? Voor wetenschappers is er geen twijfel. FVD is een extreemrechtse partij. „We zien dat het verschil van wat ze voor en achter de schermen zeggen wegvalt.”

Lidewij de Vos, fractievoorzitter FVD, samen met Kamerleden Tom Russcher en Peter van Duijvenvoorde in de Tweede Kamer.

„Nederland is voor de Nederlanders”, zei fractievoorzitter Lidewij de Vos (FVD) eind mei in de Tweede Kamer. „Dat zijn mensen die hier al decennia, al generaties wonen. Dat zijn ook mensen die, weet ik het, een keer een Indonesische grootouder hebben of wat dan ook.” De leider van een andere uiterst rechtse partij, Gidi Markuszower van de Groep Markuszower, zei in mei dat er „maximaal geweld” moet worden gebruikt tegen Palestijnse vluchtelingen. Geert Wilders, leider van de PVV, plaatste deze maand een X-bericht over een taakstraf voor een partijgenoot die was ingereden op een actievoerder van Extinction Rebellion: „Waren er geen lintjes meer?”

Drie extreme uitspraken van uiterst rechtse politici. Maar hoe moet je zulke uitspraken wegen? Hoe moet je de partijen aan de uiterste rechterflank wegen? Waar ligt de grens tussen radicaal-rechts en extreemrechts? En hoe bepaal je dat?

NRC stelde deze vraag aan vijf Nederlandse wetenschappers, van wie drie in het buitenland werken, die in uiterst rechts gespecialiseerd zijn. Ze zijn behoorlijk eensgezind. Zo vinden ze allemaal dat het traditionele onderscheid tussen radicaal-rechts en extreemrechts vervaagt. Radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV, JA21 en Groep Markuszower gaan in stijl en boodschap meer en meer op extreemrechts lijken.

Geert Wilders van de PVV tijdens de stemmingen in de Tweede Kamer

Opschuiven naar extreemrechts

Er is nu één extreemrechtse partij in de Tweede Kamer vertegenwoordigd: FVD. Dat zeggen vier van de vijf wetenschappers. Een van hen, onderzoeksprofessor politieke wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen Maurits Meijers, wil alleen zeggen dat FVD „steeds verder opschuift naar extreemrechts”, maar vindt „labellen” niet zinvol. Het is een „semantische discussie die niet makkelijk te voeren is”, zegt hij. „Het is beter om te laten zien welke woorden en acties de democratie ondermijnen.”

Bij de andere vier academici bestaat geen twijfel. „Ook al doen ze mee in de parlementaire democratie, in de basis verwerpen ze de beginselen van die democratie”, zegt Léonie de Jonge, hoogleraar rechtsextremisme-onderzoek aan de Universiteit van Tübingen (Duitsland). Vorig jaar nog zei Thierry Baudet dat het „niet zo erg” zou zijn als er onder de autoritaire president Nayib Bukele in El Salvador geen verkiezingen meer zouden zijn.

De Jonges collega Sarah de Lange, hoogleraar Nederlandse politiek aan de Universiteit Leiden, zegt: „Ik ontkom er niet aan ze in die categorie in te delen. Dat komt doordat de partij politiek geweld niet afwijst, doordat ze zich nationaal en internationaal in extreemrechtse netwerken bevindt, en door aspecten van de partij-ideologie, zoals antisemitisme en klassieke vormen van racisme.”

Matthijs Rooduijn, hoogleraar Transdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam: „Je moet terughoudend zijn om een partij aan te duiden als antidemocratisch, of te zeggen dat ze sympathiek staan tegenover geweld. Maar juist omdat het onderscheid tussen radicaal-rechts en extreemrechts zo fundamenteel is, is het belangrijk om dat onderscheid soms wel te maken.”

Een ‘consequent patroon’

Zijn collega Catherine de Vries, hoogleraar politicologie aan IE University in Madrid, zegt: „FVD is sterk geradicaliseerd. In andere partijen, zoals de PVV, komen extreemrechtse uitspraken of ideeën ook voor, maar het patroon daar is niet zo consequent als bij FVD.” Labels plakken is ingewikkeld, dat zijn de wetenschappers eens met Maurits Meijers. Bijvoorbeeld omdat partijen zichzelf eigenlijk nooit radicaal- of extreemrechts noemen, zoals liberale of conservatieve partijen dat wel doen met hún identiteit. In de buitenwereld wordt soms fel of boos op zo’n definitie gereageerd, zegt Léonie de Jonge, alsof die bedoeld is om een partij weg te zetten. „Maar achter labels zitten nu eenmaal wetenschappelijke criteria.”

‘Uiterst rechts’ is de verzamelterm voor alle radicaal- en extreemrechtse partijen. Wetenschappers zijn de term gaan gebruiken omdat ze zien dat het onderscheid tussen radicaal- en extreemrechts vervaagt. „Partijen in dit hele spectrum radicaliseren”, zegt Catherine de Vries. „Het gaat al jaren volgens de wetten van de aandachtseconomie: hard schreeuwen is goed, nog harder schreeuwen is beter. Ze worden steeds extremer, om zich te onderscheiden. Partijen zoeken steeds de grenzen op en rekken die op.”

Uiterst rechtse partijen onderscheiden zich in Nederland met „een heilige drie-eenheid”, zegt De Vries: anti-immigratie, anti-Europa en anti-gevestigde orde. In het buitenland profileren uiterst rechtse partijen zich ook sociaal-conservatief, bijvoorbeeld als het om vrouwen- of lhbti+-rechten gaat, maar in Nederland zijn de meningen op uiterst rechts verdeeld, zegt ze. De uiterst rechtse partijen in Nederland zijn, zeggen de wetenschappers, ‘nativistisch’. Dat wil zeggen dat ze hun nationalisme koppelen aan minder rechten voor immigranten, en dat ze migratie als een bedreiging voor de ‘eigen bevolking’ zien. Ook gaan ze uit van ‘autoritair’ leiderschap, en zijn ze voor een samenleving met een strikte hiërarchie.

Caroline van der Plas, Henk Vermeer en Femke Wiersma van de BBB, met achter hen Kamerlid Mona Keijzer.

BBB als ‘borderline case’

De uiterst rechtse familie is groot. Aan de rechterzijde van de VVD in de Tweede Kamer heeft zich een blok van 46 zetels gevormd, de SGP niet meegerekend. Dit blok is een stabiele factor in de Nederlandse politiek, en groeit gestaag. Er zijn grote verschillen in beleidsideeën en stijl. JA21 is neoliberaal en stelt zich constructief op. De PVV doet harde uitspraken, vooral over de islam, en de partij is niet uit op parlementaire invloed. De Groep Markuszower wijkt in ideeën niet af van moederpartij PVV, maar zegt wel meer open te staan voor compromissen. Over sociaaleconomische en culturele onderwerpen denken deze partijen heel verschillend.

De consensus onder academici is dat de PVV, FVD, JA21, de Groep Markuszower en het onafhankelijke Kamerlid Mona Keijzer in de categorie ‘uiterst rechts’ horen. Over de status van BBB is debat. Sarah de Lange: „BBB is een borderline case. Ze zitten er heel dicht tegenaan, ze zijn veel nativistischer geworden dan toen ze enkele jaren geleden doorbraken.”

Catherine de Vries: „Ze passen met hun stemgedrag en ideologie, anti-Europees en anti-gevestigde orde, onder radicaal-rechts.” Toch, zegt Matthijs Rooduijn, „moeten we kijken of zij niet terugkeren naar hun conservatief-agrarische boodschap, zeker nu Mona Keijzer weg is. BBB is een grensgeval.”

Léonie de Jonge: „Het is zeker een twijfelgeval, maar als ik naar hun acties en uitspraken kijk, deins ik er niet voor terug dat stempel te geven. Ze hebben remigratie opgenomen in hun verkiezingsprogramma. Sinds ze in het kabinet-Schoof zijn gestapt, zijn ze een soort PVV-light geworden.”

Overigens: vijf partijen hadden ‘remigratie’ vorig jaar in hun verkiezingsprogramma staan, naast BBB ook PVV, FVD, JA21 en BVNL, dat geen zetel behaalde. Het is volgens de AIVD een „op zichzelf neutrale term”, die „in het narratief van rechts-extremisten staat voor het massale vertrek van mensen met een migratieachtergrond uit Europa”. Een hondenfluit dus.

Annabel Nanninga en Joost Eerdmans van JA21 in de Tweede Kamer

Geweld als criterium

Wanneer is een partij niet langer radicaal-rechts, maar extreemrechts? Van oudsher gold daar één criterium voor: geweld. Als een uiterst rechtse partij daartoe opriep, of bijvoorbeeld geweld door aanhangers goedpraatte, dan was sprake van rechts-extremisme. Ook de veiligheidsdiensten gebruikten dit criterium.

Tegenwoordig geldt dit als een te beperkte blik. De AIVD schrijft in het laatste jaarverslag: „Niet alle rechts-extremisten willen geweld gebruiken om hun doelen te bereiken. Een bredere, niet-gewelddadige beweging maakt opportunistisch gebruik van politiek-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen.”

Het gaat dus niet om geweld, maar om een combinatie van factoren: racisme, denken in een autoritaire staat en denken in ‘vijanden’ van een natuurlijke orde. De AIVD schrijft, gesteund door de wetenschap, dat rechts-extremisten minderheidsgroepen of andersdenkenden zien als „bedreiging”. De „bedreiging van ‘het blanke ras” staat centraal, en ze streven naar „een blanke etno-staat”. De wetenschappers voegen daaraan toe dat het moet gaan om een patroon, een ideologie. Een extreemrechtse uitspraak van een politicus geeft een partij niet automatisch dat stempel. Vandaar dat de wetenschappers de Groep Markuszower niet extreemrechts noemen. Er is simpelweg nog te weinig bekend over deze afsplitsing van de PVV.

Lidewij de Vos in Loosdrecht.

Waarom FVD in de ogen van Maurits Meijers „opschuift”: op kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen stonden politici die verbonden zijn aan extreemrechtse of neonazistische groeperingen. Op het Kerstgala van JFVD, de jongerentak van FVD, waren neonazistische en extreemrechtse kopstukken uit Europa aanwezig, schreef de Volkskrant. Lidewij de Vos weigerde hier afstand van te nemen. Ze heeft het verder over ‘remigratie’ en ‘omvolking’, een extremistische complottheorie die ervan uitgaat dat er een van boven gestuurd plan is om de ‘eigen bevolking’ te vervangen door immigranten. De Vos bezocht een ‘remigratietop’ in Porto. En het bezoek van De Vos aan de gewelddadige asielprotesten in Loosdrecht noemt Meijers „een legitimering van politiek geweld”.

Voor en achter de schermen

De wetenschappers zien dat FVD is geradicaliseerd in coronatijd en tijdens boerenprotesten. Maar, zegt Léonie de Jonge, er is ook iets anders gaande bij FVD. „Extremisme zat er altijd al in, maar de boodschap naar buiten toe was verhullend. We zien nu dat het verschil van wat ze voor en achter de schermen zeggen wegvalt. Een paar jaar geleden wilde een partij altijd sterk benadrukken dat er geen banden waren met extremisten. Ze waren bang voor het stigma van extreemrechts en antisemitisme. Bij FVD is dat niet langer zo.”

Matthijs Rooduijn: „In Nederland hebben we nu gezien dat FVD echt kleur bekent. Het is niet één incident, of één connectie, maar een heleboel incidenten, uitspraken en connecties. De bijeenkomst in Porto heeft dat nog eens benadrukt. Daar presenteerde Lidewij de Vos zich als een van hen, als onderdeel van de groep rechts-extremisten. Daarmee heeft de partij definitief kleur bekend, niet langer impliciet, maar expliciet.”

Een veelbesproken documentaire van Powned over het extremisme en racisme binnen FVD bevatte voor Sarah de Lange „zeker geen nieuws”. „Voor de wetenschap zijn ze al jaren een constante factor op extreemrechts. Het is alleen veel minder omfloerst geworden. Ze zijn veel opener over het karakter van de partij. Vroeger zeiden ze: het was ironie, een kwinkslag, we werden verkeerd begrepen. Die laag is eraf.”

Trekken van extreemrechts

De wetenschappers zien dat uiterst rechtse partijen veel op elkaar zijn gaan lijken. Tegelijk maken ze een strikt onderscheid tussen FVD en de overige partijen. Waarom FVD wél en de PVV níet extreemrechts is? Rooduijn: „De PVV heeft zeker trekken van extreemrechts, maar Geert Wilders doet wel zijn best om afstand te nemen van geweld of vergaande antidemocratische ideeën. Dat neemt niet weg dat radicaal-rechts ook al heel radicaal kan zijn als het gaat om het aantasten van rechten van minderheden, of met plannen die strijdig zijn met de rechtsstaat.”

De Lange: „Wat Wilders op X zei over het lintje voor het Statenlid was een grensgeval, je zou het een extreemrechtse uitspraak kunnen noemen. Deze man was veroordeeld voor het gebruik van geweld, en Wilders verheerlijkte dat. Maar je moet bij een classificatie niet naar individuele uitspraken kijken. Het gaat om het totaalbeeld.” 

Het maakt uit hoe je een partij classificeert, zeggen vier van de vijf wetenschappers. Een extreemrechtse partij is volgens hen mogelijk gevaarlijk voor de democratische rechtsorde, en daar moeten politiek en media zich bewust van zijn, vinden ze. Bijvoorbeeld door FVD niet als een gewone partij te behandelen, maar altijd de context van het gedachtegoed te benoemen.

Desondanks, zegt De Vries: „De grenzen van het acceptabele verschuiven als het over grondrechten en migratie gaat. Het debat is enorm verhard, ook buiten FVD is het vaak heftiger dan in andere Europese landen. Door de enorme concurrentie op uiterst rechts zijn extreme posities gangbaar geworden in het politieke debat.”

Politiek Den Haag

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next