Home

‘De kunst is de kracht van de samenleving aan te boren’

‘Er zit ongelooflijk veel kracht bij burgers. Alleen voelen zij zich vaak geminacht.’ Na haar ministerschap is Jet Bussemaker (65) zich op wijkniveau gaan bezighouden met verschillen in levensverwachting. Het leerde haar veel over de kloof tussen Haags beleid en de praktijk.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Geregeld heb ik meegemaakt dat ambtenaren, zowel bij gemeenten als op ministeries, oprecht enthousiast waren over een initiatief van burgers, maar vervolgens constateerden: het past niet binnen onze beleidsregels, dus kan het niet. Terwijl je natuurlijk zou willen dat hun reflex is: wat goed, hoe gaan we het nu mogelijk maken dat dit soort initiatieven en daarmee burgers verder tot bloei kunnen komen?’

Durf buiten de gebaande paden te denken, luidt een van haar hartstochtelijke pleidooien – haar boek uit 2021 waarin ze terugblikt op haar politieke loopbaan, draagt niet voor niets de titel Ministerie van Verbeelding. Jet Bussemaker legt daarin niet alleen verantwoording af over haar tijd als staatssecretaris (Volksgezondheid, 2007-2010) en minister (Onderwijs, 2012-2017) voor de PvdA, maar ze laat vooral zien hoe haar idealisme met een weerbarstige praktijk in botsing is gekomen. Achterliggend idee: toekomstige generaties idealisten hun voordeel laten doen met haar ervaringen. Op 65-jarige leeftijd is ze, met een hoogleraarschap aan de Universiteit Leiden en een trits aan maatschappelijke functies, nog onverkort gedreven. ‘Ik kan onrecht niet aanzien’, luidt haar bondige antwoord op de vraag wat haar voortdrijft.

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Sinds 2019 gaan de verschillen in levensverwachting tussen Nederlanders haar aan het hart. Die zijn schrikbarend groot, constateerde ze toen ze na haar ministerschap afdaalde naar wijkniveau, in haar rol als voorzitter van de netwerkorganisatie Gezond en Gelukkig Den Haag. Inwoners van de wijken Laak en Moerwijk bleken acht jaar korter te leven en maar liefst 24 minder gezonde levensjaren te hebben dan de gemiddelde Nederlander. Als voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heeft ze sinds 2019 aandacht voor deze verschillen gevraagd: ‘Die zijn lange tijd een blinde vlek in het politieke debat geweest. Dat heeft met hun complexiteit te maken: achter gezondheidsverschillen gaan andere ongelijkheden schuil, zoals inkomen en woonomstandigheden. De politiek vat dat vaak als individuele problemen op, terwijl er bredere, maatschappelijke oorzaken aan ten grondslag liggen. De blinde vlek daarvoor heeft geleid tot verwaarlozing van die grote gezondheidsverschillen.’

Als rode draad in haar leven ziet ze ‘de strijd tegen kansenongelijkheid’, met name van vrouwen, migranten en minderbedeelden. ‘Ik denk dat ik altijd een scherp oog heb gehad voor wat er om mij heen gebeurde.’ Ter illustratie haalt ze de dropjes aan die ze op haar basisschool bij ieder goed cijfer van haar juf kreeg. ‘Ik zat met een berg dropjes en vond dat onrechtvaardig tegenover een klasgenootje dat veel harder werkte, maar er nooit eentje kreeg.’ Als dochter van ‘betrokken en liefdevolle ouders’, van wie de vader een hoge ambtenaar was en de moeder medisch analist, ontbrak het haar in haar jeugdjaren in Oegstgeest aan niets. Toch voelde ze ‘groot ongemak’ in het welgestelde dorp, ‘met aan het einde van de straat het hockeyveld en tennisbanen. Met die wereld wilde ik niets te maken hebben.’

Waardoor werd dat ongemak veroorzaakt?

‘Ik werd omringd door mensen die wel érg goed voor zichzelf wisten te zorgen – goed gebekt en met mooie banen waren het mensen die alles uit de kast haalden om hun kinderen nog meer kansen te geven dan ze toch al hadden. Ik vond dat ze hun bevoorrechte posities veel te veel als vanzelfsprekend zagen. Dat het leven ook anders kon zijn, ervoer ik zelf niet aan den lijve. Maar ik kreeg wel mee wat er zich in de wereld afspeelde en verwonderde me erover hoe weinig anderen in mijn omgeving zich iets daarvan aantrokken. Het zette me aan tot acties, zoals de boycot van de Zuid-Afrikaanse Outspan-sinaasappelen, als onderdeel van de strijd tegen apartheid, en activiteiten voor het Medisch Comité Nederland-Vietnam. Daarmee zette ik me af tegen de eenvormigheid om me heen.’

U liep ook een krantenwijk, waarbij u aan het einde van het jaar bij de grootste villa’s de kleinste fooien kreeg. Wat leerde u dat?

‘Rekenkundig zou je verwachten dat de kapitaalkrachtigste mensen het hoogste bedrag zouden geven, maar dat bleek niet het geval. Zij benaderden het transactioneel: jij bezorgt de krant, daar geef ik je nu 2 gulden voor. Terwijl een lieve oude mevrouw me liet merken hoe blij ze werd van het feit dat ik dagelijks bij haar langskwam. Het leerde me dat sociaal gedrag en sociale rechtvaardigheid allerminst vanzelfsprekend zijn. Wie gericht is op het vooral zelf goed hebben, vervalt maatschappelijk al snel in egoïstisch gedrag.

‘In mijn proefschrift citeer ik Alexis de Tocqueville (Franse politiek filosoof (1805-1859), red.), die een onderscheid tussen egoïsme en individualisme aanbrengt. Individualisme ziet hij als een manier om te overdenken wie je bent en waar je staat, maar zonder dat je de samenleving uit het oog verliest. Bij egoïsme is dat wel het geval. De individualisering van de jaren zestig was in mijn ogen grotendeels positief: voor vrouwen die zich van hun mannen losmaakten, jongeren van hun ouders, gelovigen van strenge kerkgemeenschappen. Maar het individualisme is helaas ook vaak doorgeslagen in egoïsme. Dat zag ik al in de jaren zeventig tijdens mijn middelbareschooltijd, die erg vormend voor me is geweest.’

Als een rode draad door uw loopbaan loopt uw strijd tegen kansenongelijkheid. In hoeverre is in de voorbije decennia vooruitgang op dat vlak geboekt?

‘Objectief bezien is die er onmiskenbaar. Kijk maar naar de armoedecijfers, collectief zijn we veel rijker geworden. Of neem de kansenongelijkheid in het onderwijs, waar indertijd een eindtoets aan het einde van de basisschool is ingesteld om de dochter van de melkboer evenveel kans te geven als de dochter van de hoogleraar. Helaas is het toetsen een doel op zich geworden en zien we de afgelopen jaren een toename van kansenongelijkheid. Ook is het zo dat vrouwen tegenwoordig gelijkwaardig een pensioen kunnen opbouwen, terwijl dat voor de generatie van mijn moeder nog niet het geval was. Natuurlijk is er nog veel te wensen, maar de balans is zeker positief.’

Hoe kijkt u naar de grote en groeiende ongelijkheid in levensverwachting tussen Nederlanders?

‘Dat heeft verschillende oorzaken. Eén factor is dat we bij het waarschuwen tegen de gevaren van bijvoorbeeld roken of ongezond eten uitgaan van een calculerend, rationeel mensbeeld. Als je herhaaldelijk betoogt dat iets ongezond is, zullen mensen wel luisteren, is de gedachte. Maar de geschiedenis van het antirookbeleid toont dat die benadering de gezondheidsverschillen heeft vergroot. Theoretisch opgeleiden volgen gezondheidsadviezen goed op, maar mensen met een laag inkomen veel minder, omdat ze daarvoor vaak niet de ruimte in hun leven hebben. Wanneer je door tal van problemen chronisch stress ervaart, komen adviezen om aan yoga te doen of meer te bewegen simpelweg niet aan. Je primaire zorg is dan eten voor je kinderen op tafel te krijgen, niet of dat ook nog gezond is.

‘De neiging van beleidsmakers is gezondheidsverschillen als een individueel probleem te zien, terwijl er bredere oorzaken aan ten grondslag liggen. Als je in een buurt woont met een slechte luchtkwaliteit, in een huis vol schimmels en je je fysiek of mentaal ziek voelt door voortdurende stress over financiële problemen, is dat terug te voeren op allerlei maatschappelijke ongelijkheden. Gezondheidsverschillen moet je niet alleen medisch bekijken, maar ook vanuit het perspectief van de leefomgeving en van schulden met hun ziekmakende effecten. Helaas is ons gezondheidssysteem niet op die bredere benadering ingericht.’

Kunt u dat met een concreet voorbeeld uitleggen?

‘In een Haagse wijk nam een voormalig ggz-cliënt het initiatief met andere oud-cliënten om samen dingen aan te pakken, zoals huizen opruimen en klussen doen. Hun beroep op de zorg nam daardoor af, hun medicijngebruik ging omlaag – het werd een win-win-winsituatie met lagere zorgkosten, gezondere mensen en een veiliger buurt. Maar hun initiatief past niet binnen de beleidsregels, waardoor financiële steun moeilijk is.

‘Dat gold ook voor een ander initiatief, het Schuldenlab, dat een zorgverzekeraar indertijd samen met de gemeente Den Haag had opgezet. Door schulden aan te pakken verbeterde de gezondheid van mensen. Het was een succes, maar ook daar werkte het systeem niet mee, omdat de regels verboden dat zorggeld aan een sociaal doel werd uitgegeven. Gelukkig zijn er toch in diverse steden Schuldenlabs gekomen. Ik zou willen dat beleidsmakers dit soort vernieuwingen meer met vertrouwen begroeten.’

Politiek Den Haag zou kunnen helpen door breder naar gezondheid te kijken.

‘Die bereidheid merk ik zeker bij de top van departementen en zorgverzekeraars, het inzicht wint terrein dat er een samenwerking nodig is tussen de zorg, het sociale domein en volkshuisvesting. Maar er ontstaan problemen zodra er harde afspraken over financiën en over de verantwoording moeten worden gemaakt. Dan dreigen goede initiatieven tussen regels en cijfers te worden vermalen.’

Wat is de oplossing?

‘We moeten meer ruimte voor eigen initiatieven creëren en daarbij durven accepteren dat je daarmee risico’s loopt. Laat zorgverzekeraars vrij een paar procent van hun budget aan burgerinitiatieven te besteden en ga dat niet na een jaar alweer controleren – heb vertrouwen. Daarvoor zijn ministers en wethouders nodig die weg durven te bewegen van hun vertrouwde Excel-sheets. Dat vertrouwen is gerechtvaardigd, er zit ongelooflijk veel kracht bij burgers. Alleen voelen zij zich vaak geminacht. ‘Jullie kijken naar ons als dik, dom en bijna dood’, zei een wijkbewoner eens. We moeten leren beter naar burgers te luisteren. Je moet geen zelfredzaamheid van ze verwachten, maar samenredzaamheid. De kunst is die kracht van de samenleving aan te boren.’

Heeft u voor uw idealisme ook een prijs betaald?

‘Het heeft me in mijn leven vooral veel gegeven – ik denk dan aan saamhorigheid, vriendschappen, plezier. Natuurlijk is het af en toe ook zwaar geweest, wanneer ik bijvoorbeeld na middernacht in de Tweede Kamer debatteerde zonder het gevoel te hebben een spat verder te komen. Maar kijk ik naar mijn werkzame leven dan voel ik toch vooral voldoening. Soms kom ik mensen tegen die hun leven lang voor een multinational pakjes boter hebben verkocht en die dan alsnog maatschappelijk van betekenis willen worden. Ik prijs me gelukkig dat ik daar mijn hele leven voor heb gekozen.’

Welke hoop koestert u voor Nederland?

‘Mijn hoop is vooral gericht op de jongere generaties. Bij mijn studenten, maar ook bij jongeren in Haagse wijken zie ik de bereidheid niet primair aan zichzelf te denken, maar vooral iets voor anderen te willen doen. Daar word ik ontzettend blij van. Verder hoop ik dat de overheid op alle niveaus beter in staat zal worden te leren, in plaats van steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Zo’n lerende cultuur is in de zorg nodig om te komen tot een nieuw systeem waarin menselijke waardigheid en bestaanszekerheid een hoofdrol kunnen vervullen.’

Boektip: Politieke emoties van Martha Nussbaum.

‘Martha Nussbaum toont waarom politiek meer moet zijn dan technische en financiële afspraken, emoties zijn ook van belang. Empathie en liefde helpen het streven naar rechtvaardigheid, maar antiliberale krachten kunnen juist bij afgunst en woede baat hebben. Daarom moet de politiek oppassen met onrealistische beloften. Die werken boosheid in de hand.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next