Home

Voor Paul Mertz (1938-2026) ging reclame niet alleen om verkopen, een goede campagne moest een hart hebben

Paul Mertz was een buitenbeentje in de snelle reclamewereld. Een estheet, kunstliefhebber en taalpurist die zich kon ergeren aan makkelijke slogans en gebakken lucht. ‘Hij was de goede smaak in de reclame.’

Het was in de Mad Men tijd, die roemruchte tv-serie vol reclametypes met dunne stropdasjes. Zes mannen die in de jaren zestig de Stichting Ideële Reclame (SIRE) begonnen. Paul Mertz, copywriter, ontwerper, bedenker van het woord vlavlip, was een van hen. SIRE was een gebaar van de reclamewereld naar de ‘echte wereld’, gratis campagnes maken over maatschappelijke kwesties om de sociale kant van het vak te laten zien.

De op 87-jarige leeftijd overleden Mertz was als estheet en taalpurist een buitenbeentje in de snelle reclamewereld. Hij kon zich ergeren aan makkelijke slogans als Brood daar zit wat in of De bus is goed op weg. Daarnaast was hij groot kunstliefhebber en verzamelaar en gold hij als bruggenbouwer tussen kunst, ontwerpen, reclame en het grote publiek.

De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl

‘Hij was uitgesproken’, zegt SIRE-directeur Lucy van der Helm. ‘Voor Mertz ging reclame niet alleen over verkopen, goede reclame heeft een hart.’ Als jonge copywriter was hij succesvol met commerciële opdrachten. Mertz legde de 10-jarige melkverslinder Joris Driepinter (‘drie glazen per dag’) de tekst ‘Ik drink melk, u ook?’ in de mond. Maar maakte ook een campagne voor de PvdA, met de slogan ‘Kies de kwaliteit van de PvdA’.

Economische opleiding

Mertz werd geboren in een arbeidersgezin in Amsterdam. Op de HBS bracht zijn tekenleraar hem liefde voor kunst bij, maar hij belandde op een economische beroepsopleiding. Daar werd hij alsnog gekaapt door de creatieve sector dankzij een inspirerende gastles van een reclameman. Mertz ging werken bij PRAD (Progressive Advertising) dat lange tijd een toonaangevend bureau in Nederland zou zijn. Hij bleef er tot 1984, de laatste jaren als directeur. Daarna ging hij voor zichzelf werken.

De eerste SIRE-campagne dateert uit 1967, met meteen een heftige binnenkomer. ‘Man lag vijf dagen dood in woning’, luidde de kop. Vormgegeven als een krantenbericht, met als doel tot meer medemenselijkheid aan te zetten.

Van de hand van Mertz zouden meerdere SIRE-campagnes het licht zien. Zoals de stijlvolle bomen-over-bomencampagne, net na het Rapport van Rome over een dreigende milieucrisis. Mertz liet de bomen zichzelf liefdevol beschrijven: ‘Ik ben een boom. Ik heb wortels, takken, bladeren en een stam. Ik leef.’ met tekenwerk van illustratrice Marjolein Bastin. De krant die na plaatsing slordig was met het beeldmateriaal kon rekenen op pittige brief: ‘Instede het tonen van waardering heeft men van uw kant gemeend de illustratie te moeten weggooien’. Mertz stuurde een dikke rekening.

Kunst

‘Kunst was altijd belangrijk voor hem, zegt Van der Helm. De begane grond van het PRAD-kantoor hing hij vol kunst. Hij trok grafisch ontwerpers als Swip Stolk en Anthon Beeke de reclamewereld binnen. En organiseerde thuis met zijn man Henny Rorimpandey in de Wolkenkrabber – het eerste hoge woongebouw in Amsterdam – feestjes en designcompetities voor studenten om de ‘Wolkenkrabber-prijs’. Ontwerpgrootheid Benno Premsela was vaste gast.

Liefde voor kunst stopte hij ook in zijn werk. Voor het Mauritshuis maakte hij een campagne met sterk uitvergrootte details van de zestiende eeuwse schilder Hans Holbein. Vergezeld van speelse teksten als: ‘Dat handje!’, ‘Die neus!’, ‘Dat blosje!’.

Mertz had volgens Van der Helm afschuw van reclamejargon en gebakken lucht. ‘Waarom slecht, snel en zonder respect voor esthetica als het mooi en goed kan?’, is een van zijn uitspraken. Hij schreef er columns over en vervulde tal van bestuursfuncties in de vakorganisaties. ‘Hij was de goede smaak in de reclame. En waakte daar ook over bij SIRE’, zegt Van der Helm, ‘Daar bleef Paul tot op hoge leeftijd bij betrokken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next