Home

Een kale vlakte waar ooit het 200 jaar oude Sterrebos lag. En dat voor een fabrieksuitbreiding die er nooit kwam: ‘Het is van de knorre’

Ken je die mop over de geplande fabrieksuitbreiding van VDL Nedcar in het Limburgse Born? Die kwam er dus niet, in 2022. Het beloofde contract met een groot Amerikaans autobedrijf ging niet door en een deel van de bestaande fabriekshallen is nu in gebruik voor de bouw van drones voor Oekraïne.

Maar de kap van het naastgelegen Sterrebos ging wel door. Drie van de zeven hectare, vanwege de fabrieksuitbreiding die er nooit kwam. Een tweehonderd jaar oud bos vol kronkelige eiken, ondoordringbaar en vol leven. „Voor niks dus”, zegt René Janssen, turend over de kale vlakte met aan de horizon de fabrieken. „Hier stond het Sterrebos.”

Net als vier jaar geleden struin ik met Janssen, voorzitter van Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland, door het hoge gras. Destijds was ook Har Pluijmakers erbij, de buurtbewoner die de milieubeweging eens had geattendeerd op de aanstaande kap, waarna tientallen actievoerders vanuit zijn woning nog dagenlang de bezetting van het Sterrebos hebben gecoördineerd, hangend in de bomen. Maar Pluijmakers is inmiddels overleden, 73 jaar – daar branden we nog een kaarsje voor.

Ook onbebouwd groeit op deze vlakte geen bos meer terug, zegt Janssen. Geen eenbes, boszegge of maagdenpalm; het Sterrebos stond er vol mee. „Deze bodem is zo diep omgeploegd” – hij wijst op de bandensporen van zware machines – „daar zit geen bosflora meer in”. Wel staat er op het open veld nog één imposante eik. „Daar hadden ze de binnentuin bedacht, met rondom gebouwen.”

Eigenlijk had VDL Nedcar niet drie, maar vier hectare bos willen kappen. Janssen wijst op wapperend plastic hoog in de eiken van het plukje Sterrebos dat nog staat. „Daarmee hadden ze alvast de verblijfplaatsen voor vleermuizen afgesloten.” Maar nadat bleek dat er een bosuil broedde, mocht dit stukje bos wettelijk niet gekapt. Terwijl het met de bosuil in Nederland volgens Janssen best goed gaat, en de kolonie rosse vleermuizen, die er ook zat, weer géén reden was voor tegenhouden van de kap. „Schiet mij maar lek.”

We struinen verder, naar het beloofde compensatiebos op een voormalig maisveld naast het resterend Sterrebos. We passeren jonge aanplant van esdoorn, populier, berk, kers, els en abeel. En dat is mooi hoor, zegt Janssen. „Snelle groeiers voor snel succes.” Maar op deze typische landbouwgrond is het vooral de akkerdistel die welig tiert.

Naar de zestig oudere bomen die na alle commotie voor twee ton zijn verplaatst uit het Sterrebos, kijkt Janssen liever niet. Ze staan in rijen met ijzeren tuidraden vastgeklonken in de grond, „anders waaien ze om”. De enige eik is „meer dood dan levend” en de meeste bomen hebben amper takaanzet en bladgroei. Wijzend in de verte: „Ik tel daar twee, vier, zes, acht, tien, twaalf, veertien dode bomen op een rij. Blakerend in zon.”

„Greenwashing” noemt Janssen zulke natuurcompensatie. „Het is van de knorre.” Terugkijkend had de vleermuiskenner, ooit ingehuurd om het Sterrebos op vleermuizen te inventariseren, nooit verwacht dat het werkelijk plat zou gaan. Dankzij de belofte van werkgelegenheid kreeg VDL Nedcar dat voor elkaar. Maar vorig jaar concludeerde de controlecommissie van de Provinciale Staten in Limburg dat de uitvoering van de beloofde compensatie van het Sterrebos bij lange niet voldoet. En daarmee hoopt Janssen dat de hele episode toch een les is geweest: „Niet compenseren, maar bescherm liever wat je hebt.”

Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next