Voor mij fietsen een jongetje en een meisje. De een draagt een Ajax-shirt van Brian Brobbey, de ander een FC Barcelona-exemplaar van Frenkie de Jong. De jonge beentjes kunnen de trappers maar net bijhouden. De witte paardenstaart van Brobbey danst in de wind, De Jong draagt een pet waar zwarte krullen onder vandaan dwarrelen.
‘Mag jij vanavond opblijven voor Nederland - Zweden?’, vraagt Brobbey aan De Jong. Ze komen net van een wedstrijdje met vriendjes en vriendinnetjes op het trapveldje om de hoek. ‘Ja’, zegt Brobbey, ‘jij ook?’ ‘Ik ook’, zegt De Jong.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
’s Avonds zullen ze met familie en vrienden plaatsnemen op een grote bank voor een televisiescherm, stel ik me zo voor. Bak chips op schoot, de voeten bungelend boven het vloerkleed. De clubshirts die ze ’s middags nog droegen, hebben ze verruild voor een oranje variant.
In 47 andere landen zal een vergelijkbaar ritueel plaatsvinden, op een ander tijdstip, omringd door andere kleuren, geuren en geluiden.
Jongetjes en meisjes van over de hele wereld kijken hoe hun spelers het veld oplopen, zich nog onbewust van de ongelijkheid in de wereld. Ze zien de vlag van hun land uitrollen over de ene helft van het veld, ze horen het volkslied, misschien zingen ze zelfs mee. Dat moment is telkens weer maagdelijk, zo vlak voor de aftrap, met altijd die hoop op een goede afloop.
Op dit WK zijn de doorgaans onzichtbare landen zichtbaar voor de hele wereld. ‘Het toernooi brengt nieuwe helden voort’, zei Gianni Infantino afgelopen dinsdag tegen journalisten in New York. Hij noemde de keepers Vozinha (Kaapverdië) en Eloy Room (Curaçao). De resultaten en prestaties zouden de uitbreiding van het toernooi naar 48 teams volgens de Fifa-voorzitter volledig rechtvaardigen.
Gatver, nu heb ik mijn stukje besmet met de woorden Gianni en Infantino. Helaas heb ik eerder gedacht: hier heeft hij een punt. Dat was tijdens zijn toespraak voorafgaand aan het WK in Qatar in 2022, waarin hij de dubbele moraal van Europa hekelde en stelde dat Europeanen eerst nog drieduizend jaar excuses zouden moeten aanbieden voor wat ze de afgelopen drieduizend jaar wereldwijd hebben gedaan.
Hij doelde hier uiteraard op het koloniale verleden van de ‘grote’ voetballanden, waarmee landen als Engeland, Frankrijk en ook Nederland doorgaans worden aangeduid. Landen als Curaçao en Kaapverdië zijn de ‘kleine’ voetballanden, waar wij als West-Europeanen nu zo intens van genieten.
Hun voetbal is immers ook ons voetbal, gezien het aantal spelers dat in Nederland is opgegroeid, deels dóór dat koloniale verleden. We krijgen er maar geen genoeg van, de ontroering van Dick Advocaat, de reddingen van Room, het dansen van de koning en koningin in de kleedkamer, want ook zo leuk: op Curaçao is altijd iedereen vrolijk, en er wordt altijd gedanst! En het is zo’n heerlijk vakantieland!
Natuurlijk, het is prachtig dat er nu, dankzij voetbal, aandacht is voor landen waar we zelden oog voor hebben, behalve als we er in een resort aan de adembenemende kust kunnen verblijven. Collega Marjolein van de Water schreef woensdag in deze krant een reportage over het toerisme op Curaçao, waar Ad van der Valk, zoon van de Nederlandse hotelmagnaat Gerrit van der Valk, het resort Baoase runt. ‘Met een nepwaterval en boeddhabeelden op het strand wordt een ‘Balinese sfeer’ neergezet. Op de wijnkaart staan flessen tot 1.445 euro’, schrijft ze. Een Balinese sfeer op Curaçao voor superrijke Nederlandse toeristen. Zoveel lijkt er soms niet veranderd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant