Onafhankelijke filmmakers die met een onafgemaakt project in hun maag zitten, kunnen terecht op het Unfinished Film Festival. Daar bekijken en bespreken ze hun films met andere experimenterende makers. ‘Ik geloof dat ik mijn film nu heb.’
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
In Sep Friesema’s korte film There Is an End verdwijnt een groepje vriendinnen in het zwarte gat na het afstuderen. Letterlijk. Als afscheid van de studietijd maken ze een lange wandeltocht door de Schotse Hooglanden, om onderweg te beseffen dat ze helemaal niet terug willen. Liever kiezen ze ervoor om voor altijd aan het kampvuur te blijven zitten. Ter plekke weg te rotten. Te vervloeien met het landschap.
Een spannend, hallucinant gegeven, kenmerkend voor het nog prille oeuvre van de 21-jarige Friesema, een veelbelovend visueel kunstenaar uit Enschede. Alleen: die film ís er nog niet.
There is an End werd geselecteerd voor het Unfinished Film Festival (UFF), net als dertien andere onvolledige, in het luchtledige hangende filmprojecten. Afgelopen week werd het UFF voor de vijfde maal georganiseerd in het Odapark, een glooiend gebied van bospartijen en zandverstuivingen dat lange tijd aan de Orde van de Ursulinen (een vrouwelijke kloosterorde, red.) toebehoorde. Tegenwoordig functioneert het als beeldentuin en centrum voor hedendaagse kunst.
Alleen al de naam van het festival prikkelt. Wanneer is een film onvoltooid, of juist af? Wat valt er überhaupt te zien tijdens zo’n evenement?
We schuiven aan op de eerste dag van het UFF, in het theehuis van het park. Terwijl in de tentoonstellingsruimte druk wordt gewerkt aan een nieuwe expositie, zitten de UFF’ers in een kring op het terras: een internationaal gezelschap van jonge, onafhankelijke artiesten, de meesten met een kunstacademische achtergrond. Om de beurt vertellen ze wat hen drijft en uitdaagt. Ze willen de juiste vertelvorm vinden voor de chaos in hun hoofd. Beter leren denken door te maken. En hoe bescherm je je geloof in dat ene, superpersoonlijke project, terwijl de wereld in brand staat?
De Chinese Jiayue Chen (21) bekent dat ze twijfelt of ze wel echt filmmaker wil worden, maar ze weet wél dat ze deze ene film per se moet voltooien. Solace on the Edge moet hij gaan heten en hij handelt over de helende kracht die het hobby-kunstschaatsen voor haar heeft. ‘Ik had eerst slechts twee minuten’, zegt ze. ‘Dit jaar heb ik het tot vijf gebracht.’
Spontaan begint iedereen te klappen. Een ontroerend moment: alsof de voltooiing van die ene film weer een stukje dichterbij is gekomen.
Het UFF werd in 2022 opgezet door Odapark-curator Joep Vossebeld en Tim Rutten en Daan Milius van het Limburgse productiecollectief Video Power. ‘Aanvankelijk hadden we alleen de naam, zonder dat we wisten wat we wilden gaan doen’, vertelt Vossebeld. ‘Moest het een festival voor publiek worden, met alleen maar onaffe films?’
Uiteindelijk besloten ze zich te concentreren op de positie van de onafhankelijke, experimenterende filmmaker. Milius: ‘Op een filmacademie of kunstacademie is er een dagelijks gesprek over je werkproces, terwijl je dingen maakt die vaak niet verder komen dan een schets, en het helemaal oké is om halverwege je idee radicaal om te gooien. In het professionele circuit is dat vaak nauwelijks meer mogelijk; een project dat niet afraakt wordt gezien als een mislukking. Het omgooien van ideeën kan vaak niet, omdat fondsen of producenten het niet toestaan.’
Het UFF wil tegenwicht bieden aan die situatie, door makers samen te brengen in een gelijkwaardige, gemoedelijke sfeer. De deelnemers werden geselecteerd na een oproep op internet, of zijn afkomstig uit het netwerk van Video Power.
Misschien is het UFF ook niet zozeer een festival, als wel een zorgvuldig opgebouwde bubbel die de participanten de ruimte biedt om frisse perspectieven te vergaren en de creatieve blokkades te doorbreken. Er wordt uitgebreid voor hen gekookt; hun tenten staan opgeslagen aan de rand van het park, op het veldje waar ooit de nonnen rolschaatsten om hun conditie op peil te houden.
Een intensief zomerwerkkamp voor filmmakers die zichzelf in een hoek hebben geschilderd, zo zou je het UFF óók kunnen omschrijven.
De Pakistaanse journalist, fotograaf en cineast Danial Shah (37) hoorde vier jaar geleden voor het eerst van het festival, via vrienden die deelnamen. ‘Zelf durfde ik niet’, zegt Shah, gestoken in een blauw trainingsjack. ‘Nu heb ik eindelijk de moed verzameld. Want als ik het nu niet doe, als ik er nu niet met anderen over praat en hun laat zien wat ik heb, dan komt mijn film nooit af.’
Al jaren sleutelt Shah aan een complex documentaireproject rondom een familie die fysiek is verscheurd door het Pakistaans-Indiase conflict: de bejaarde Zaiba en haar 96-jarige moeder wonen aan weerszijden van de rivier die in hun regio de landen van elkaar scheidt. Shah publiceerde er artikelen over – die voor de reünie van het tweetal zorgden - en maakte vervolgens een kortfilm. Maar het onderwerp verdient ook een avondvullende documentaire, vindt hij.
De reeds gemaakte maar nooit gebruikte opnamen van 20 Miles Apart drukken als een steeds grotere last op zijn geweten, blijkt tijdens Shahs presentatie in de kapelachtige toonzaal van het theehuis. Het verhaal heeft inmiddels allerlei andere wendingen genomen. Zaiba’s moeder is overleden en haar eigen zoons hebben een café voor toeristen geopend. Voortdurend bieden ze Shah aan de film dan maar zelf te voltooien.
‘Zal ik op dat aanbod ingaan’, legt hij aan zijn toehoorders voor, ‘en dan de versie van de zoons in mijn eigen film verwerken?’ Iedereen reageert enthousiast. De feedback doet Shah zichtbaar goed. ‘Ik geloof dat ik mijn film nu heb’, zegt hij aan het einde van de presentatie. ‘En anders zien jullie me volgend jaar weer terug.’
Films raken nooit daadwerkelijk af tijdens die drie dagen van het UFF. Daar gaat het ook helemaal niet om, volgens de organisatoren. Wat hen betreft is het festival geslaagd wanneer de deelnemers naar huis gaan met een hernieuwde energie om de film aan te pakken. Als ze niet langer het gevoel hebben dat ze de enige zijn die met twijfels en onzekerheden zitten. En vooral: als ze geleerd hebben hoeveel het kan opleveren om die kwetsbaarheid openlijk te delen met anderen.
Iemand die dat volmondig kan beamen is Elinice Adeyemi (25), een Nigeriaanse die eerst rechten studeerde in Maastricht en nu een filmopleiding volgt in Brussel. Op het UFF presenteert ze Good Girl No Dey Pay, haar te voltooien documentaire over de betekenis van het archetype van de badgirl, zoals dat in de jaren negentig veelvuldig opdook in de films van haar land.
Het is al de derde maal dat Adeyemi – paarse dreads, paars shirt, paarse slippers – deelneemt aan het festival. Toen Adeyemi in 2023 voor het eerst aan het UFF meedeed, studeerde ze nog rechten. Films maakte ze in haar vrije tijd. ‘Ik nam allerlei onvoltooid werk mee naar het UFF, maar wilde daar toen nog geen aandacht voor vragen. Ik voelde me toch een beetje een bedrieger naast de andere, in mijn ogen veel ervarener deelnemers. Een jaar later deed ik opnieuw mee, en ondanks alle zenuwen kreeg ik mezelf wél zover om een project te presenteren.’
Dat was Voice Messages from my Mom, een film die uiteindelijk door Video Power zou worden geproduceerd en die uitgroeide tot een ontroerend egodocument van vijftien minuten. Terwijl op de soundtrack veelal dwingende en geagiteerde spraakberichtjes klinken van Adeyemi’s moeder in Nigeria, zie je in de beelden hoe de twintiger haar studentenleven in Maastricht vormgeeft. Een fraaie, gelaagde minidocumentaire, die niets verraadt van de zelftwijfel die aan het voltooien voorafging. Adeyemi: ‘Inmiddels voel ik me geen bedrieger meer.’
Voice Messages from my Mom beleefde in 2026 zijn première op het Nijmeegse kortfilmfestival Go Short. Veel projecten die tijdens de eerdere edities van het UFF voorbijkwamen, werden uiteindelijk geselecteerd door ‘voltooide film’-festivals als Go Short, het IFFR en de Berlinale. De bekendste UFF-titel is ongetwijfeld Soundtrack to a Coup d’État, Johan Grimonprez’ monumentale archiefdocumentaire over de Congocrisis, die tweemaal in de prijzen viel op het Idfa van 2024 en vervolgens ook een Oscarnominatie voor Beste documentaire in de wacht sleepte.
Enkele jaren vóór die triomftocht presenteerden Grimonprez en editor Rik Chaubet op het UFF de eerste ruwe versie van de film. Dit op uitnodiging van Daan Milius, die als producent en dramaturg aan Soundtrack to a Coup d’État verbonden was. ‘De film was destijds meer dan drie uur lang en erg zwaar te verteren’, aldus Milius. ‘De presentatie leverde zeer sterke reacties op, waarbij vele morele vraagstukken aan de orde kwamen. Hierna besloot Johan om minder ruimte te geven aan de racistische huurmoordenaars die aanvankelijk het laatste uur van de film domineerden. Aan dat besluit gingen dus pittige discussies met de andere UFF’ers vooraf, tot diep in de nacht.
Zo fel gaat het er tijdens de editie van 2026 niet aan toe, in ieder geval niet op dag 1. Tussen de presentaties door scheppen de deelnemers een luchtje of verdwijnen ze even achter hun laptop of telefoon. Af en toe gaat iemand languit liggen op het luchtbed dat in een hoek van het theehuis staat. Iedereen maakt enthousiast kiekjes van een naar binnen gevlogen koolwitje, doodstil rustend op een notitieboek.
Na de uitgebreide lunch geven alle deelnemers zich over aan een zangworkshop. De oefeningen stimuleren zichtbaar het groepsgevoel en functioneren ook als speelse gelijkmakers: wat hun achtergrond of ervaring ook mag zijn, dit zijn allemaal mensen met een onvoltooide film in hun systeem, die ze op de een of andere manier moeten zien los te weken. Desnoods zingend, kloppend, stampend en kreunend.
De workshop wordt gevolgd door nog drie presentaties, die de deelnemers met een onuitputtelijke energie en aandacht tot zich nemen. Zo ook Sep Friesema’s There is an End, de film rond het studentengroepje dat voor altijd aan het kampvuur in Schotland blijft zitten. Ietwat schuchter, maar toch ook zeker van zichzelf, toont Friesema hoever ze tot nu toe is gekomen met haar ‘experimentele docu-speelfilm-collage’: een associatieve montage van beelden en poëtische teksten, waarbij de plek van nog ontbrekende opnames wordt ingenomen door placeholders. Beeld van spiegelende bergtoppen, staat er dan. Voorbeelden van verschillende shots van hetzelfde landschap.
Na afloop vertelt Friesema dat ze worstelt met de overgang van het kampvuur naar het fysieke verval van de vriendengroep. Ze vraagt zich af hoe ze de derde acte, een semi-documentaire impressie van een bioloog in de winterbossen van Vancouver, met het voorafgaande zal verbinden. En of ze dat ene beeld, van een hertenskelet in het gras, niet beter helemaal kan weglaten.
Bijna een half uur lang delen de aanwezigen hun gedachten over het project. De feedback is altijd even beschaafd, weloverwogen en eerlijk. Sommigen snappen niet hoe de Canadese bioloog in het geheel past. Iemand suggereert dat Friesema de verschillende verhaalelementen makkelijker kan combineren wanneer ze zichzelf letterlijk in de film plaatst. ‘Dat we bijvoorbeeld zien hoe je de voice-over inspreekt terwijl je met een microfoon door het landschap loopt. Misschien zelfs terwijl je over die ontbonden lichamen stapt. Ik noem maar iets, natuurlijk.’
Films hoeven niet voltooid te zijn om tot de verbeelding te spreken, zo blijkt steeds weer tijdens het UFF. Al die nog openliggende mogelijkheden. Al die vertakkingen die een film kan maken voordat hij zijn uiteindelijke vorm bereikt.
Juist vanwege hun onafheid zijn onvoltooide films een genereuze bron van creativiteit, zegt Joep Vossebeld tijdens de groepswandeling door het park, vlak voor het avondeten. ‘Het is ontzettend leuk om gezamenlijk te zoeken naar het potentieel dat in het ruwe materiaal en idee verborgen zit. Het voelt vaak toch als een soort code die gekraakt moet worden. Zodra je toegang krijgt tot het onvoltooide werkproces van iemand anders, slaat je fantasie al gauw op hol, alsof zich meteen méér mogelijkheden aandienen dan wanneer het je eigen film zou zijn.’
Friesema is in ieder geval dankbaar voor alle feedback. Ze voelt zich gestimuleerd om haar project met volharding op te pakken. ‘Alsof ik net een goede therapiesessie achter de rug heb.’
De volgende editie van het Unfinished Film Festival zal plaatsvinden in juni 2027.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant