is socioloog.
Kloven en bubbels veroorzaken troubles. Aldus, kort, de zorg om de kloven tussen Randstad en platteland, praktisch en theoretisch, tussen hoge en lage inkomens, en om de ‘bubbels’ waarin we te veel onder ‘ons soort mensen’ verkeren. Hoe waar misschien ook, ik krijg bij dergelijke algemeenheden steevast behoefte aan precisie en historische feiten.
Zo erger ik me aan de klacht van demografen dat mensen tegenwoordig vaker trouwen binnen hun eigen inkomensgroep. Wat zij erg vinden, lijkt mij vooruitgang. Denk even na. Trouwden onderwijzeressen vroeger vuilnismannen, bibliothecaresses schoonmakers? Nee. Wie buiten hun sociale laag trouwden, waren chirurgen (met verpleegsters) en directeuren (met secretaresses). De nostalgisch bejubelde financiële vermenging is simpelweg het conservatieve kostwinnersmodel waarin meisjes moesten zien een beter gesitueerde man aan de haak te slaan. Obsceen. Gelukkig zijn er tegenwoordig ook mannen die hun leven willen delen met een gelijke.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hier wil ik het hebben over de plek bij uitstek waar uiteenlopende milieus elkaar volautomatisch ontmoeten, maar die in het kloven-en-bubbelsgesomber vaak buiten beschouwing blijft: het openbaar onderwijs. Via openbare scholen komen volwassenen in de dop bij elkaar thuis en praten, spelen en werken ze samen.
‘Onverdeeld naar de openbare school’ luidde in mijn jeugd de tekst op een affiche dat je in Amsterdam – toen nog prettig atheïstisch – overal zag hangen. Drie vrolijke kinderkopjes – twee jongens, één meisje – op een rood-wit-blauwe basis. Het affiche was een uitgave, leert het internet, van de ‘Vereeniging tot bevordering van het Volksonderwijs’, die in 1866 werd opgericht als verdediging tegen de christelijke aanvallen op het openbaar onderwijs. Die strijd werd verloren in 1917, toen de confessionelen in ruil voor het accepteren van wat ‘algemeen kiesrecht’ heette, maar mannenkiesrecht was, eisten dat hun aparte scholen door de overheid zouden worden betaald. Dat is ‘vrijheid van onderwijs’ gaan heten.
Onlangs werd bekend dat maar liefst 2.800 kinderen op levensbeschouwelijke gronden niet naar school gaan. In het beste geval krijgen ze thuis onderwijs. Dat mag: ouders kunnen vrijstelling vragen van de leerplicht als zij in de buurt geen school kunnen vinden die aansluit bij hun geloofs- of levensovertuiging. Maar of zij hun kind nu wel of geen les geven: het is een ongewenste situatie, die bovendien terrein wint: tien jaar geleden betrof het nog zo’n 700 kinderen. Vermoedelijk zitten onder de ouders nu naast diverse soorten gelovigen ook soevereinen.
Gelukkig wil staatssecretaris van Onderwijs Judith Tielen (VVD) hier iets tegen doen. Zij wil af van de uitzonderingsbepaling die deze mogelijkheid biedt. Dat leverde haar op de website Wynia’s Week het verwijt op van antiliberaal beleid. Pardon? De liberale minister H. Goeman Borgesius, die de leerplichtwet invoerde, was voorzitter van de Vereniging Volksonderwijs.
Bezien we de terminologie. Met de leerplichtwet beschermt de overheid kinderen tegen verwaarlozende, uitbuitende, seksistische of godsdienstfanatieke ouders. Zij mogen hun kinderen (m/v) onderwijs niet onthouden. De leerplicht voor ouders is een recht voor kinderen. Daarentegen is de heilige ‘vrijheid van onderwijs’ vrijheid voor de ouders, maar onvrijheid voor de kinderen. Die worden daarmee niet alleen thuis, maar ook op school ondergedompeld in de ouderlijke geloofsovertuiging.
Hun wordt een kans ontnomen op kennis, een bredere blik en het belangrijke besef dat je ook anders over jezelf en de wereld kunt denken dan thuis gebeurt. Soms (denk aan homoseksuele kinderen) betekent dat zelfs de kans op geluk. Met thuisonderwijs wordt de ouderlijke blik haast absoluut. En dat is de bedoeling. Joke Sperling (Stichting Keurmerk Thuisonderwijs) noemt het zelfs een fundamenteel recht van ouders om ‘onderwijs te kiezen dat hun overtuigingen actief ondersteunt’.
Het verwijt aan Tielen kwam van de conservatieve christen Bart Jan Spruyt, docent aan een protestantse theologische opleiding. Dat verklaart veel. Zijn ondermijning van de leerplicht is ten diepste patriarchaal. Kinderen, stelt Spruyt, ‘zijn niet van de staat maar van de ouders’. Tweemaal mis. Openbaar onderwijs is geen staatsonderwijs maar neutraal, en kinderen zijn niet van hun ouders. Evenmin behoren ze toe aan een cultuur, bevolkingsgroep of religie. Kinderen zijn louter van zichzelf en het is de taak van degenen die hen op de wereld zetten om hen zo goed mogelijk voor te bereiden op het leven.
Zet ’m op, staatssecretaris!
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant