Home

Liefde en jaloezie op een eiland dat gaat verdwijnen

Stefan Popa In zijn nieuwe roman vertelt de Nederlands-Roemeense schrijver een verhaal vol verrassende vondsten over de bewoners van een eiland dat in 1970 onder water verdween.

Het eiland Ada Kaleh in de Donau, rond 1900. In 1970 verdween het eiland onder water toen er een waterkrachtcentrale werd geopend.

Het was de schuld van Underground (1995) dat ik De laatste eilanders van Stefan Popa veel te lang als pure fictie las. In de slotscène van die film van de Servische Emir Kusturica zie je een aantal Joegoslavische feestvierders op een stuk land staan dat afbreekt van het vasteland, waarna het langzaam maar zeker verder wegdrijft het water op. Kusturica wilde er iets mee zeggen over de verbrokkeling van Joegoslavië, waar op dat moment een burgeroorlog woedde. Zo zal dat eiland in de roman van Popa ook wel een metafoor zijn, denk je lang, die bedacht is om iets te symboliseren.

Stefan Popa: De laatste eilanders. HarperCollins, 319 blz. €22,99

Tot je aan het googelen slaat en vindt dat Ada Kaleh, het eiland in kwestie, echt bestaan heeft. En dat het er ook precies zo tragisch mee afliep als in het boek: het in de Donau gelegen stuk land, een kleine twee kilometer lang en ongeveer een halve kilometer breed, verdween in 1970 onder water omdat er in de nabijheid een waterkrachtcentrale werd geopend. De paar honderd mensen die er woonden, moesten maar elders hun heil zoeken. Schijnbaar, al kan dat ook een slimme zet zijn van marketingbureau Vakantieland Roemenië, kun je het eiland soms nog zien als het water helder is. 

Stefan Popa (1989) is van Nederlands-Roemeense komaf en schreef al meerdere romans over zijn halve moederland. Drie jaar terug verscheen bijvoorbeeld het tragikomisch getoonzette In de schaduw van de eik, waarin hij onder andere schreef over een Roemeense moeder met een bedenkelijke geschiedenis en de al te geestdriftige kap van bossen in Roemenië. Dat klinkt misschien allemaal wat zwaar op de hand, maar Popa beschreef het geestig en levendig en hij voerde er allerlei kleurrijke personages op die je niet snel bij een Nederlandse collega tegen zou komen. Zo kwam er bijvoorbeeld een man in voor die zich dood probeerde te drinken met 150 kopjes koffie. 

Melting pot

Vergelijkbaar fris en kwiek is ook De laatste eilanders, waarin Popa een drietal tieners opvoert, die op Ada Kaleh opgroeien vlak voor de ongewenste onderdompeling. Twee jongens (Ibrahim en Deniz) en één meisje (Azra): het zal niet verbazen dat de roman behalve de komst van de waterkrachtcentrale ook een verhaal bevat over liefde, jaloezie en wraak. Ooit was Ada Kaleh een etnische melting pot: er woonden vooral (islamitische) Turken, maar het was, ook in de roman, een komen en gaan van allerlei verschillende etniciteiten. De komst van het communisme maakte een einde aan die diverse eenheid en eiste dat iedereen hetzelfde was, waarna men elkaar opeens met afgunst ging bejegenen. 

Als een slome wals (de machine, niet de dans) komt het moment dichterbij waarop de waterkrachtcentrale geopend zal worden. De bewoners van Ada Kaleh lijken het niet helemaal te geloven, zo gelaten springen ze ermee om. Wat moet er met de moskee gebeuren? Of met al die mensen die er op het eiland begraven zijn?

Leugens

Popa levert prachtige, betrokken passages af over het leed dat de eilanders overkwam. „Er zijn honderden manieren om een volk te laten verdwijnen. De elegantste is om hen te laten geloven dat ze ergens anders thuishoren. Dat hebben ze bij ons geprobeerd. Maar we werden anderen tussen de anderen. Op land waren we niet langer eilanders, we werden opgejaagde patrijzen. Ze verdeelden ons over het land (…). De communisten gaven ons niets, helemaal niets, behalve hun breedsprakige, loze leugens. Ze zeiden dat we nooit meer huur of energierekeningen hoefden te betalen, omdat de elektriciteit voortaan ten koste van onze huizen zou worden opgewekt. Alsof we een loterij hadden gewonnen.” 

Dat zijn dan nog woorden waarmee de grote geschiedenis van Ada Kaleh gevat wordt (ze hadden bij wijze van spreken ook in de non-fictie van Geert Mak kunnen voorkomen), maar Popa is minstens zo bedreven in het weergeven van de intieme, kleine gebeurtenissen die een roman zoveel kleur geven. Hij is scherp, dat is het goede woord, hij schrijft scènes zelden op routine uit, er zit bijna altijd wel een verrassende vondst in, van een meisje dat tijdens de seks opeens blij is dat Stalin dood is, tot de komst van een aanmerende boot met kerstbomen, om de moslims op Ada Kaleh zogenaamd subtiel duidelijk te maken dat er een andere tijd is aangebroken. Ja, Popa is een heel fijne schrijver en het zal eens tijd worden dat er meer mensen zijn die dat zien.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next