Er is maar één manier om ervoor te zorgden dat Europa niet verder afglijdt richting een eeuw van diepe duisternis, zei de Amerikaanse conservatieve schrijver Ross Douthat deze week op het podium van ARC, ‘het rechtse Davos’ in Londen. Er is volgens Douthat slechts één ding nodig om te zorgen dat er in Europa nog grote gedachten konden worden gedacht en grote dromen worden gedroomd. En dat is airconditioning.
Het was maar een halve grap. Het is absurd hoe een groot deel van Nederland, Engeland, Duitsland en de rest van Europa zweetnacht na zweetnacht, tropenrooster na tropenrooster, oversterfte op oversterfte, zelfs tijdens de negende hittegolf in tien jaar tijd, hardnekkig blijft weigeren een airconditioner aan te schaffen. Of kijk naar Frankrijk. Daar is het in het zuiden grote delen van het jaar onleefbaar geworden. Maar ze sluiten liever hun scholen dan dat ze aan ‘ la clim’ gaan.
Het resultaat is dat Europa, volgens Maarten Boudry die er zoals vaker in de Volkskrant een uitstekend artikel over schreef, een veel hogere sterfte kent dan landen als Japan en de VS. Als een infectieziekte binnen enkele maanden zestigduizend levens zou eisen – zoals de hitte in 2022 deed – waren we gisteren al begonnen met vaccineren. Maar in het Europese hittebeleid heeft de airco nog steeds geen prioriteit.
Rassemblement National, de partij van Marine Le Pen, heeft een ‘plan clim‘ voorgesteld. Ook elders in Europa omarmt rechts airconditioning, naast kernenergie, als één van de belangrijkste onderdelen van klimaatbeleid. Rechts ontkent opwarming van de aarde niet langer structureel, maar bagatelliseert haar eerder. Als je er maar slim mee omgaat, zonder dogma’s.
En rechts heeft een punt. Mijn neiging is ook groot om me hier achter de tech-fix te scharen. Maar eerlijk is eerlijk: ook in onze woonkamer is het ’s ochtends 27 graden en we zijn vooralsnog niet voornemens om zo’n lelijk wit ding aan te schaffen.
Boudry wijt die Europese airco-aversie aan klimaatideologie. Ik geloof daar zelf weinig van. Het zou een wonder zijn als consumenten in de westerse wereld zich zo massaal zouden keren tegen een elektrisch apparaat dat het leven aangenamer maakt, al was het maar een paar weken per jaar. Mensen kopen elektrisch verwarmde badkamerspiegels en handdoekenrekken, wijnkoelkasten, ijsblokjesmachines, sfeerhaarden, e-bikes, warmtekussens, Quookers, digitale deurbellen. Maar een airconditioning zouden we dan ineens uit ideologische zelfkastijding afwijzen?
Ik denk eigenlijk dat er iets anders, iets mooiers en sentimentelers, achter dat koppige vasthouden aan het aircoloze leven schuil gaat. Airconditioning betekent het afscheid nemen van het leven met de seizoenen, het betekent dat onze lichamen steeds meer op de papzakkenlichamen van de Amerikanen gaan lijken die nog geen kilometer kunnen lopen en geen trap op komen. Die ’s ochtends in hun geairconditionede garage in hun voorgekoelde auto stappen, om in weer een geairconditionede garage uit te stappen, door een geairconditionede loopbrug naar hun geairconditionde kantoor te lopen en ’s avonds precies de omgekeerde route bewandelen. Zo leven de mensen in Houston, in Miami, in Phoenix. Daarom zijn die plaatsen geen suffe jungle- of woestijnstadjes, maar steden waar mensen leven.
En dat leven lijkt ons geen goed leven. Airconditioning betekent afscheid van generatie-oude kennis over huizen koel houden, leven met de seizoenen, een middagdutje. Airconditioning betekent warme lucht naar de buren pompen. Het betekent dag en nacht, zomer en winter in dezelfde 20 graden vertoeven, alles ten behoeve van de laatst overgebleven heilige menselijke eigenschap, die van de economische productiviteit.
Die aversie zit zoveel dieper dan klimaatideologie alleen. Die is cultureel en identitair. Ik denk steeds weer aan wijlen David Graeber die in zijn laatste boek Het begin van alles schreef over hoe we – soms onbewust – keuzes maken alleen om maar niet te hoeven leven zoals de vermaledijde ander leeft. De antitypes: Sparta en Athene, Rotterdam en Amsterdam, Fransen en Amerikanen. Stoïcijns je driegangenlunch met wijn blijven savoureren, omdat ze aan de andere kant van de wereld achter een computer fabrieksbrood in hun mond proppen. Nederlanders die spartaans door de regen blijven fietsen, alleen maar om nooit te worden als die ander.
Ik mag dat wel. Maar het is niet langer houdbaar. Er is iets definitief veranderd. Het is tijd om het verzet te staken, om lijf en leden te behouden. Europa mag niet versuffen in de hitte. We moeten grote dingen blijven denken, en grote dromen blijven dromen.