Onderzoek De oorlog in Oekraïne duurt nu al langer dan de Eerste Wereldoorlog. Veel van de 134.000 Oekraïners in Nederland denken dat de oorlog niet snel stopt. Een groeiend aantal – twee derde – heeft last van depressieve gevoelens en angstklachten, blijkt uit onderzoek van het WODC.
In augustus van 2022 vierden honderden Oekraïners in Nederland hun nationale onafhankelijkheidsdag .
Op 11 juni duurde de oorlog in Oekraïne 1.569 dagen. Een mijlpaal: dat is langer dan de 1.568 dagen die de Eerste Wereldoorlog duurde, van de Oostenrijks-Hongaarse invasie van Servië op 28 juli 1914 tot de wapenstilstand van 11 november 1918. Bijna viereneenhalf jaar na de Russische invasie van Oekraïne gelooft een derde van de 134.000 Oekraïners in Nederland dat het conflict nog minstens twee jaar zal duren. 45 procent durft er niets over te zeggen.
Het was één van de vragen van onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), dat een representatieve groep Oekraïners die na 24 februari 2022 naar Nederland vluchtte ondervroeg. Over hun plannen om terug te gaan of te blijven, over hun gezondheid, over arbeidsparticipatie en het leren van de Nederlandse taal.
Het WODC sprak dezelfde Oekraïners ook al in 2023. „We volgen deze groep door de tijd heen. Hun verblijf in Nederland wordt gezien als tijdelijk – als de oorlog voorbij is gaan Oekraïners vrijwillig terug, is het idee – en in de tussentijd moeten ze zoveel mogelijk kunnen ‘meedoen en bijdragen’ in Nederland,” zegt onderzoeker Mieke Maliepaard. „Nu de oorlog voortduurt, vroegen we ons af: hoe gaat het daarmee?”
Sinds het laatste onderzoek is er in deze groep veel veranderd: 83 procent van de Oekraïners wil hoe dan ook de komende twee jaar nog in Nederland blijven, in 2023 was dat nog 72 procent. Bijna de helft wil langer blijven en eigenlijk óók niet terug als Oekraïne weer veilig zou zijn. 65 procent heeft last van depressieve gevoelens en angstklachten, nog meer dan in 2023 (58 procent). Wat hetzelfde bleef: slechts een kwart van de Oekraïners heeft dagelijks contact met Nederlanders, precies dezelfde hoeveelheid als in 2023 en de beheersing van het Nederlands is nauwelijks verbeterd.
Oekraïners vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), die bepaalt dat ze tot 4 maart 2027 in Nederland mogen blijven en intussen recht hebben op opvang, medische zorg en onderwijs. Ook mogen ze werken. Maar het is geen verblijfsstatus, zoals andere asielzoekers die krijgen, en Oekraïners krijgen dan ook geen inburgeringscursus. Taallessen worden voor deze groep niet door het Rijk georganiseerd.
Met het hoge percentage van Oekraïners dat niet terug wíl, moet van vrijwillige terugkeer „niet te veel worden verwacht”, zegt Maliepaard. Hoe langer mensen in Nederland zijn, hoe meer ze een leven opbouwen, hun kinderen hier naar school sturen, werk vinden. Want met het ‘bijdragen’ op de arbeidsmarkt gaat steeds beter: 67 procent van de Oekraïners heeft nu werk ten opzichte van 61 procent in 2023. Het weinige contact met Nederlanders wijst erop dat het ‘meedoen’ nog minder goed van de grond komt. „Mensen wonen in opvanglocaties waar ze weinig contact hebben met andere groepen in Nederland, de taalvaardigheid neemt nauwelijks toe, daarmee wordt het een groep die wat meer aan de zijlijn staat.”
Psychische klachten komen veel voor bij oorlogsvluchtelingen en die kunnen met van alles te maken hebben, zegt mede-onderzoeker Zenab Tamimy. 44 procent van de Oekraïners in Nederland zegt eenzaam te zijn, een percentage dat veel lager ligt onder Nederlanders (15 procent). Mensen hebben moeite met de weinige privacy in grote opvanglocaties, waar soms honderden mensen bij elkaar wonen – 13 procent van de ondervraagden had geen eigen kamer. Een derde klaagt over onveiligheid in de opvang, waar ze bijvoorbeeld te maken krijgen met drank- en drugsmisbruik en geweld.
Bijna een derde van de Oekraïners heeft „zeer veel stress”, met name over de oorlogssituatie in Oekraïne en de veiligheid van hun familie en vrienden daar.
Slechts een klein deel krijgt hulp om met hun psychische problemen om te gaan: 11 procent van alle mannen, 22 procent van alle vrouwen. Ongeveer de helft van hen gaat naar een psycholoog, de rest probeert het op de lossen met hulp van mensen om hen heen. „De taalbarrière zou een reden kunnen zijn”, zegt Tamimy.
De taalbeheersing van Oekraïners blijft achter, ook ten opzichte van andere vluchtelingengroepen. Syriërs die vier jaar in Nederland waren, gaven hun eigen Nederlands in een eerder WODC-onderzoek een 5,5, Oekraïners geven zichzelf na vier jaar hier gemiddeld een 3,0. Driekwart van de Oekraïners in Nederland wil de taal graag leren, maar de meesten zijn aangewezen op zelfstudie.
„In het Nederlandse beleid heeft taal, ook vanwege de tijdelijkheid van de opvang, geen prioriteit gekregen,” zegt Maliepaard. Maar de onderzoekers zagen hoe de gebrekkige beheersing van het Nederlands allerlei andere problemen veroorzaakt: het maakt het moeilijker om contacten te leggen met Nederlanders, „terwijl die alle kennis hebben over hoe de Nederlandse samenleving werkt, en ze kunnen helpen een betere baan te vinden”.
Hoewel veel Oekraïners in Nederland aan het werk zijn, werkte 62 procent van hen vóór het vluchten op een hoger beroepsniveau dan nu. Ze doen in Nederland vaak lichamelijk zwaar werk, zeggen ze tegen het WODC, en draaien lange uren. „Het fysiek intensievere werk is een groot verschil,” zegt Tamimy. „42 procent doet hier werk op het laagste niveau, in Oekraïne was dat maar 2 procent.”
„De opvang van Oekraïners in Nederland is opgezet met het oog op tijdelijkheid”, zegt Maliepaard, „en dat doel is gediend: er is snel opgevangen. Nu zien we dat het perspectief veranderd is, en dan moet je ervoor zorgen dat de opvang veilig is, dat het hier leefbaar is voor mensen. Daar hoort taalvaardigheid ook bij. De meeste Oekraïners wonen hier nu vier jaar en blijven misschien nog jaren langer.”