Home

In 1969, toen het teer door hitte de klas in druppelde, was er ook discussie over tropenroosters

Vanwege de grote hitte passen veel scholen deze week hun lestijden aan en voeren tropenroosters in. Of dat zomaar kan, is al sinds de jaren zestig een terugkerende vraag.

is sportverslaggever van de Volkskrant en historicus.

Warm was het in augustus 1969 in Nederland. De zon trok zich er niets van aan dat het schooljaar alweer begonnen was. ‘In een school in Barendrecht werd het zo heet dat de teer van het dak door de luchtroosters in de klassen druppelde’, schreef De Tijd.

Ook andere schoolklassen zuchtten onder de verzengende warmte van de eerste schooldagen, en directeuren voerden ‘tropenroosters’ in. De krant legde uit wat dat betekende. ‘De lessen beginnen vroeger en ’s middags zijn de kinderen vrij. De schooluren variëren van half acht tot één uur.’

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Deze week was het tropenrooster onderwerp van debat in de Tweede Kamer. De vraag was of scholen dat zomaar konden invoeren. Aanleiding was een stuk in De Telegraaf met de kop: ‘Een op de drie scholen heeft tropenrooster, werkende ouders met handen in het haar: ‘Mag dat zomaar?’’

Het antwoord van staatssecretaris Judith Tielen (VVD) was in de meest bondige vorm: ja, dat mag. Het is aan schoolbesturen om de noodzaak in te schatten.

Dovemansoren

In 1969 bleek een oproep tot een landelijke lijn in de omgang met zomerhitte ook aan ministeriële dovemansoren gericht. ‘De minister van Onderwijs kan geen beslissing over een landelijk tropenrooster nemen. Iedere inspecteur moet over een verzoek tot wijziging van het lesrooster afzonderlijk beslissen.’

In de jaren ervoor had ‘tropenrooster’ al vaak de krantenkolommen gehaald, maar niet vanwege hittegolven. De term werd als synoniem gebruikt voor wat tegenwoordig een ‘continurooster’ heet: een schooldag zonder grote lunchpauze waarin de scholieren naar huis gingen voor het middagmaal.

Pleidooien voor het continurooster waren vanuit schoolleiders niet alleen op educatieve argumenten gebaseerd, zoals uit een stuk in maart 1965 in het Limburgsch Dagblad blijkt. De krant citeert een directeur van een lyceum uit Heerlen: ‘Vroeger hadden we altijd klachten van de politie. Onze leerlingen haalden in de vrije middagpauze (die anderhalf uur of soms twee uur duurt) de gekste dingen uit. Ze hingen overal rond, ook daar waar ze beter niet konden zijn.’

Een Nijmeegse politiechef had volgens de verslaggever nog een ander argument om schoolhoofden over te halen: de drukke avondspits. ‘Uw leerlingen lopen minder kans slachtoffer van het verkeer te worden.’

Logistiek lastig

Toen het continurooster in de jaren zestig ingeburgerd was geraakt, kreeg ‘tropenrooster’ uitsluitend de betekenis die het nu heeft. Elke keer dat de zomerwarmte buiten schoolvakanties toesloeg was het opnieuw voer voor discussie. Al was er niet altijd evenveel oog voor wat de aangepaste schooltijden betekenden voor de ouders, die plots de logistiek van werk en kroost omgewoeld zagen worden.

Als Het Parool in 1984 over maatregelen in Utrecht schrijft, blijft vooral het plezierige gevoel hangen dat bij ieder kind (en voormalig kind) het woord ‘ijsvrij’ ook kan oproepen. ‘Vakantie is aardig, nog leuker is vrij hebben terwijl de vakantie al voorbij is.’ Een tropenrooster noemde de krant ‘buitengewoon genoeglijk’.

Met enige spijt werd vermeld dat Amsterdamse leerlingen op zo’n buitenkansje niet hoefden te rekenen. ‘B en W voelen daar, op grond van de adviezen van scholen, niets voor. Alleen als het echt niet te harden is op school, zoals in noodgebouwen met een zinken dak, kan er vrij worden gegeven.’

Nauwelijks 30 graden

In 1997 ziet briefschrijver Adriaan Meij in het Algemeen Dagblad de bezwaren voor ouders wel, al meent hij dat die geen reden mogen zijn om kinderen op school te houden. Hij vraagt zich in de eerste zin van zijn bijdrage af of de minister maximumtemperaturen hanteert, maar formuleert daarop even later zelf zijn eigen antwoord. ‘De minister, de wethouder, de schooldirecteur overleggen niet. Ze verschuilen zich achter elkaar en laten kinderen in te hete klassen zitten.’

In 1969 was het amper een graad of 30 toen het tropenrooster ter sprake kwam, in 1984 ook maar net, en in 1997 werd de 30 niet eens gehaald. Een maximumtemperatuur voor onderwijs gold niet. En wie deze week zwetend bij bijna 40 graden op de site van de Rijksoverheid kijkt, ziet hetzelfde: ‘Er is geen maximumtemperatuur waarboven zo’n rooster verplicht is. Schoolbesturen moeten wel zorgen dat leraren en leerlingen veilig en gezond kunnen werken en leren.’

Over teer dat door de luchtroosters drupt of bloedhete zinken daken geen woord.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next