Vannacht wordt duidelijk of Nederland tegenover Marokko komt te staan in de eerste knock-outronde. Voor velen een beladen scenario, omdat een eventuele wedstrijd over meer dan voetbal gaat.
Ik ben niet voor Marokko, ik ben niet voor Nederland. Ik ben ook niet tegen de Oranje Leeuwen, en ook niet tegen de leeuwen van de Atlas.
Maar tijdens een WK merk ik steevast dat het landentoernooi met die achter een bal aan rennende mannen op het veld steeds weer over meer gaat dan alleen raak in het doel schieten. En dat die mannen rennen met de ziel van een samenleving aan hun voeten.
Voor sommige wedstrijden geldt dat nog meer dan bij andere, bijvoorbeeld in het scenario waarbij Nederland tegenover Marokko komt te staan. En die kans is groot: misschien wel al volgende week in de zestiende finales.
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zelfs voor mij, als voetballeek, is de lading daarvan heel helder: een wedstrijd die op papier minimaal negentig minuten duurt, maar in de hoofden en harten van miljoenen mensen al generatieslang wordt gespeeld.
Want lange tijd was Nederland de eeuwige voetbalfavoriet die ‘ons’ vermaakte. Marokko was de sympathieke speler; het land dat leuk meedeed maar vroegtijdig strandde. Maar sinds de historische prestatie van Marokko op het WK van 2022 in Qatar, waar Marokko als eerste Afrikaanse land ooit de halve finale bereikte, zijn de rollen verschoven. Marokko is inmiddels een volwaardig voetbalteam dat meedoet in de top en momenteel zelfs hoger dan Nederland genoteerd staat op de Fifa-ranking.
De spelers van Marokko dragen niet alleen de hoop van hun land op hun schouders, maar ook de hoop van het Afrikaanse continent, de Arabische wereld én de Marokkaanse diaspora in Europa. Andersom komt Nederland mogelijk tegenover een gelijkwaardige ploeg te staan die we decennialang vriendschappelijk op de schouder klopten. Wat doet dat met ons zelfbeeld?
Juist die sportieve kanteling legt een pijnlijke zenuw in de samenleving bloot. In de aanloop naar het WK klonk in de Nederlandse media steevast dat bekende sentiment: ‘Wij hebben die jongens toch opgeleid? Waarom spelen ze dan niet voor Oranje?’ Het is een vals beroep op hun loyaliteit, verpakt in schijnliefde.
Maar achter die vraag schuilt een realiteit die de talkshowtafels liever negeren. Veel Marokkaans-Nederlandse jongeren voelen zich niet thuis in Nederland. Dit sluit aan bij cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), waaruit blijkt dat juist de in Nederland geboren tweede generatie zich vaker uitgesloten en onbehaaglijk voelt in onze samenleving dan hun ouders. ‘We hebben ze opgeleid’, totdat je kijkt naar de dagelijkse werkelijkheid buiten het stadion.
Dat contrast tussen stadion en daarbuiten is scherp: binnen de lijnen ben je ‘van ons’ (zolang je scoort), maar daarbuiten (op de arbeidsmarkt, in de politiek en in de media) ben je al snel weer de eeuwige buitenlander. Waarom zou een topsporter zijn hart schenken aan een vlag die hem omarmt bij succes, terwijl zijn gemeenschap daarbuiten steevast wordt weggezet als last?
Ondertussen draait de voorspelbare angstmachine op volle toeren bij het scenario van een wedstrijd tussen Nederland en Marokko. Gesprekken met politiechefs, camera’s die al preventief worden opgesteld, ouders die hun kinderen toespreken en wanhopig willen beschermen.
Die zorgen zijn begrijpelijk, gezien eerdere incidenten die uit de hand liepen. En tegelijk: angsten voor rellen overschaduwen het vooruitzicht op een historisch potje topvoetbal. Angsten voor vernieling overschreeuwen de miljoenen huiskamers waar vaders, zonen, moeders en dochters simpelweg met een bonzend hart en een mix van muntthee en bitterballen op de bank zitten.
Maar wat als we die kramp nu eens durven los te laten?
Mijn droomscenario is een samenleving waarin we verstikkende identiteitspolitiek voor negentig minuten naar de zijlijn dirigeren. Dat we, als één groep, kunnen kijken naar de schoonheid van het spel. Dat de kijker met evenveel passie kan genieten van een strakke pass van een Oranje-middenvelder als van een buitengewone interceptie van een Atlas-verdediger. Dat we naar het veld kijken en de essentie van de sport zien: de techniek, de prestaties en de pure emotie.
Het feit dat velen hier zo ontzettend mee worstelen, zegt eigenlijk alles. Waarom hechten we zoveel waarde aan die nationale labels? Waarom hebben we die onbedwingbare drang om succes exclusief toe te eigenen en het vervolgens triomfantelijk in het gezicht van de ander te drukken?
Volgens mij moet het over goed voetbal en saamhorigheid gaan. Dus mocht Nederland tegen Marokko spelen, dan hoop ik op een wedstrijd waarin we het beste in elkaar naar boven halen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant