Hoogleraar AI en samenleving Claes de Vreese ontving vrijdag de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland. Vroeger koesterde hij het conflict, nu vindt hij het weer tijd voor meer gemeenschappelijkheid.
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
‘Ik heb besloten dat ik de komende tijd niet meer naar de Verenigde Staten ga.’ Claes de Vreese zegt het met een mengeling van weemoed en verbazing. Het is voor hem een bewijs van het tempo waarin de wereld is veranderd. En daarmee ook van de onmogelijkheid een blik in de al te verre toekomst te werpen.
‘Ik vertrouw het Amerikaanse regime oprecht niet.’ Vrijdag werd bekend dat de hoogleraar AI en samenleving aan de Universiteit van Amsterdam een van de vier ontvangers is van de Stevin- en Spinozapremies, de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap, met 1,5 miljoen euro te besteden voor onderzoek. De kersverse winnaar had pakweg twee jaar geleden niet kunnen bevroeden dat hij deze zin zou uitspreken, maar hij doet het wel.
Zijn wantrouwen is om meerdere redenen verklaarbaar. De Vreese is allereerst Deen van geboorte; hij kwam in de jaren negentig als uitwisselingsstudent naar Amsterdam, om er nooit meer weg te gaan. ‘De hele situatie rondom Groenland laat zien hoe totaal onvoorspelbaar dat regime is’, zegt de hoogleraar in zijn comfortabele koele werkkamer in het moderne complex van de UvA – buiten is het bloedheet.
Hij doelt op de diplomatieke spanningen tussen de VS en Denemarken – Washington sloot zelfs militaire opties niet uit – na Trumps hernieuwde wens om Groenland onder Amerikaanse controle te krijgen.
Maar er speelt meer. De Vreese werd slachtoffer van de strijd die de Amerikaanse regering voert tegen de in haar ogen strenge Europese regelgeving. ‘Het begon allemaal met een senaatscommissie die onderzoek deed naar Europese regelgeving rondom sociale media. De kring rond Trump ziet dat als censuur.’
Techbedrijven als Microsoft en Meta deelden namen van ambtenaren en wetenschappers met deze commissie. Waaronder die van De Vreese. Sommigen van hen kregen een inreisverbod voor de VS. Vandaar dat hij ervoor past het land nog te bezoeken. ‘Echt niet omdat ik denk dat ik interessant genoeg ben om vastgezet te worden, maar ik heb geen zin dat ze door al mijn documenten en correspondentie gaan neuzen. Daarmee zou ik Amerikaanse collega’s in gevaar zou kunnen brengen.’
Het maakt hem alleen maar strijdbaarder, voegt hij er voor de zekerheid aan toe: ‘Ik laat me de mond niet snoeren.’
Het lijkt wel alsof we in Europa nog steeds niet kunnen geloven wat er in de VS gebeurt, toch?
‘Wereldwijd staan democratieën onder druk. Uit recent Zweeds onderzoek (het Democracy Report 2026 van V-dem, red.) blijkt dat het aantal landen met echte liberale democratieën schrikbarend kleiner is geworden, bijvoorbeeld omdat journalisten en wetenschappers onder druk worden gezet. Een daarvan is de VS, die nu voor het eerst niet meer in de hoogste categorie zitten.’
Moeten wij ons in Europa ook zorgen maken?
‘Ik ben een optimistisch mens. En we zijn ook gewoon verwend geraakt door een lange periode van zekerheid en stabiliteit. Ik ben daar zelf, geboren in de jaren zeventig, een product van. Toen ik studeerde in de jaren negentig en naar Amsterdam verhuisde, was dat een tijd van groot optimisme na de sombere jaren tachtig. Misschien komt daar ook wel mijn idee vandaan dat onze democratie ontzettend weerbaar en krachtig is.’
U doet onderzoek naar de rol van technologie, specifiek AI, in onze samenleving. Hoe groot is die bij de vlucht van de VS richting autocratie?
‘Technologie is nooit de hoofdoorzaak. Maar ze speelt onmiskenbaar een rol. Alleen al vanwege de vervlechting van techbedrijven met de politieke machthebbers. Hun directe invloed is heel groot. Nu is de invloed van mediamagnaten op de politiek niets nieuws, hoor. Maar de schaal waarop dit nu gebeurt is ongekend. Ook de rijkdom van de techmiljardairs is zonder precedent. Bovendien is de allerrijkste van hen, biljonair Elon Musk, gewoon eigenaar van een van de grootste socialemediaplatforms, X. Dezelfde Musk heeft directe lijntjes met het Witte Huis.’ Lacht: ‘Ik weet niet of dit eigenlijk wel een goede opstap is naar een verhaal over optimisme.’
Laten we een poging doen. Waar put u optimisme uit?
‘In kleine kring ging het er al veel langer over, maar nu is eindelijk de discussie over digitale autonomie in het publieke debat losgebarsten. Wie had anderhalf jaar geleden kunnen denken dat dit op de agenda zou staan? Wat betekent een partij als Microsoft voor onze democratie? Dat we dit gesprek überhaupt hebben, is pure winst.’
Net als andere universiteiten gebruikt De Vreeses eigen universiteit de software van hetzelfde Microsoft. Ongemakkelijk, geeft hij toe. ‘Samen met een paar andere universiteiten beginnen we daarom een proef met het Europese Nextcloud. Op zich kun je daarmee hetzelfde doen als met Microsoft of Google, maar overstappen is natuurlijk altijd irritant en lastig. Toch moeten we dit proberen. Het kan niet bij mooie praatjes blijven.’
Op persoonlijk niveau maakte De Vreese al eerder een overstap. Op de dag dat Musk eigenaar werd van Twitter, zoals X toen nog heette, nam hij afscheid van het platform. Nu zit hij op Mastodon, LinkedIn (ook van Microsoft trouwens) en Bluesky. Leuk en aardig, geeft hij zelf toe, maar het zet weinig zoden aan de dijk zolang politici en journalisten elkaar gevangen houden op X omdat ze elkaar nodig zeggen te hebben. ‘Eigenlijk zouden politici gezamenlijk moeten zeggen: we zijn weg hier. Of journalisten.’
Hoe is uw overstap bevallen?
‘Het was best lastig. En ook wel een beetje een dilemma, want Twitter was lang een plek waar wetenschappers, politici en journalisten samenkwamen. Het was trouwens nooit een echt dorpsplein hoor, geen afspiegeling van de hele maatschappij. Maar wel een interessante plek waar deze groepen elkaar ontmoetten. Dat was toen ineens over. Wat ik nog steeds jammer vind, is de enorme fragmentatie die daarna is ontstaan.
‘Maar ik had geen andere keus, vond ik, met een privépersoon met banden met de regering die eigenaar werd van een discussieplatform en daar ook zijn eigen regels voor maakte. Musk is ook nog eens iemand die zich mengt in politieke debatten in andere landen, waarin hij exact het buitenlands beleid van de VS echoot. Het is een officieel doel van de Amerikanen om de democratie in Europa te ondermijnen en de radicaal-rechtse partijen te steunen.’
Het is allemaal nogal een contrast met het optimisme dat rond 2010 nog leefde over de rol van sociale media. U schreef uw oratie in 2006 over politieke communicatie. Hoe u zag u dat destijds?
‘Dat was eigenlijk net voor de grote doorbraak van sociale media. Het was meer de tijd van blogs. Die waren allemaal leuk en aardig, maar het zou pas echt interessant worden als er een interactie zou komen met de gevestigde media. Pas dan zou een boeiende dynamiek ontstaan, hoopte ik.’
Hoe pakte dat uiteindelijk uit?
‘Deels is dat inderdaad gebeurd, maar het speelveld is daarna ingrijpend veranderd. Er is een hele groep influencers die gebruikmaken van de aanwezige infrastructuur van bijvoorbeeld Instagram of TikTok, maar helemaal geen contact hebben met de traditionele media. Zij hebben hun eigen doelgroep.’
Je kunt je afvragen hoe erg dat is.
‘Wat we in ieder geval weten uit recente rapporten is dat er, zeker onder jongeren, steeds meer mensen zijn die traditionele media links laten liggen en al hun informatie rechtstreeks halen bij de mensen die zij op sociale media volgen. Ook voor politiek nieuws. Heel lang dachten onderzoekers, en ik ook, dat het effect hiervan wel meevalt; we zitten niet zo snel in een filterbubbel. Maar ik begin me zo langzamerhand zorgen te maken, ook omdat burgers hun nieuws steeds vaker uit AI-overzichten en chatbots halen. Het landschap raakt dus nog verder gefragmenteerd. Als de gezamenlijke middenwereld steeds kleiner wordt, wat gebeurt er dan? Is die nog groot genoeg om voor verbinding in de maatschappij te zorgen? Daarover maak ik me wel zorgen.’
Dat had u in 2006 niet verwacht, vermoed ik?
‘Totaal niet. Integendeel zelfs. Mijn oratie was heel erg een reflectie op de jaren negentig, waar de ideologische veren werden afgeschud. Partijen bewogen zich naar het midden en er was veel consensus en tevredenheid. Dat lijkt goed, maar het was slecht voor de democratie. Als er nauwelijks nog debat is en mensen niet meer voelen dat ze echt een keuze hebben, dan leidt dat tot lagere politieke betrokkenheid. Dus destijds zei ik: koester het conflict!’
Maar?
‘Daarvan hebben we de afgelopen tijd genoeg gekregen. En misschien is het nu wel weer tijd om te kijken naar gemeenschappelijkheid, naar wat ons verbindt. We moeten ook niet overdrijven hoe groot de polarisatie is; mijn stellige overtuiging is dat zo’n 80 procent van de mensen in het redelijke midden zit. Maar mensen hebben wel degelijk het gevoel dat de polarisatie sterk toeneemt. En wat ik net al zei: ik maak me ook zorgen. We kunnen de pendule dus maar weer beter de andere kant op laten gaan, naar minder conflict. De democratie is weerbaar, maar ook fragiel en broos.’
Vrijdag was de bekendmaking van de Stevin- en Spinozapremies, die gelden als de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap. Elke ontvanger krijgt 1,5 miljoen euro voor onderzoek. Bij de Spinoza’s ligt de focus op wetenschappelijk onderzoek, bij de Stevins op het benutten van kennis voor de samenleving. Claes de Vreese kreeg de Stevinpremie, net als hoogleraar psychiatrie Iris Sommer. De Spinoza’s gingen naar Hermen Overkleeft (chemische biologie) en Karin Roelofs (psychologie en hersenonderzoek).
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant