Home

Opinie: Het is code rood, maar we investeren veel te weinig in hittebestrijding

Nog te weinig gemeenten hebben een hitteplan en de ambities zijn te laag. We moeten ons eindelijk net zo serieus tegen hitte beschermen als tegen water, voordat code rood de normale zomer wordt.

Voor het eerst sinds de invoering van het weercodesysteem heeft het KNMI code rood voor hitte afgegeven. Tot deze week konden we onszelf nog wijsmaken dat we het niet zo zwaar hadden als Frankrijk. De hittekrachtindex bereikte 9 of 10, woensdag 24 juni was de warmste dag sinds 1901 en afgelopen nacht was de eerste officiële tropische juninacht ooit gemeten.

Geniet ervan, zou je zeggen? Hitte is nu het dodelijkste klimaatrisico in Nederland. Dit is de zeventiende hittegolf sinds 2000, tegenover 23 in de hele 20ste eeuw. Het risico om op een warme dag te overlijden is sinds 2010 gedaald, maar het RIVM telt voor dat decennium nog steeds zo’n 4.300 hittegerelateerde sterfgevallen.

Over de auteur
Lydie Cabane is universitair docent crisisbeheersing aan de Universiteit Leiden. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Maar code rood gaat niet over temperatuur. Het gaat, in de woorden van het KNMI zelf, om de impact op de samenleving. Het waarschuwingssysteem erkent hitte nu als een maatschappelijk probleem, maar onze hitteplannen voldoen daar niet aan.

Lokale hitteplannen

Lokale hitteplannen zijn één van de redenen waarom het aantal sterfgevallen door hitte is gedaald. 128 gemeenten hebben er nu een, 38 meer dan een jaar geleden, en hittecoördinatoren werken het hele jaar door om zorgverleners voor te bereiden op de zomer. Ze beperken het aantal slachtoffers opmerkelijk goed, maar vaak kunnen ze weinig doen om de hitte zelf te voorkomen en de steden te koelen die de warmte vasthouden.

En terwijl we ons aanpassen, blijft het risico stijgen: Nederland kent nu zo’n vijf tropische dagen per jaar; volgens de scenario’s van het KNMI zijn dat er in 2100 tussen de 8,5 en 35, met tot wel 19 tropische nachten waarin het lichaam nooit afkoelt.

Crisisplannen

Het probleem is dat onze hitteplannen crisisplannen zijn. Ze treden in werking zodra de hitte toeslaat – drink water, zoek de schaduw op, kijk even bij je buren – en worden weer opgeheven zodra ze voorbij is. Ze helpen mensen een hete week te doorstaan, maar doen weinig aan de stad, de gebouwen, de woningen en de infrastructuur – elektriciteit, tramrails, waterpompen – die die week gevaarlijk maken. We denken pas aan hitte als het al een probleem is.

Hitteplannen richten zich op ouderen, zieken en daklozen. Terecht, want zij zijn het meest kwetsbaar. Maar door alleen naar de kwetsbaren te kijken, wordt verdoezeld dat hitte ons allemaal treft. Huurders in slecht geïsoleerde woningen raken uitgeput; kinderen in oververhitte klaslokalen lopen gezondheidsrisico’s én leren slechter, net zoals de rest van ons aan productiviteit inboet. Hitte legt de ongelijkheden in onze samenleving bloot, en laat zien hoe onzichtbaar het risico blijft voor wie de wetten maakt. Uiteindelijk is het een kwestie van bescherming: wie wordt beschermd, en wie moet het alleen zien te redden.

Aan ideeën ontbreekt het niet. Vorige maand waarschuwden de Gezondheidsraad en de Wetenschappelijke Klimaatraad in een gezamenlijk advies dat het huidige beleid de bevolking onvoldoende beschermt, en noemden zij de ontbrekende maatregelen: woningen hittebestendig maken, te beginnen bij huurwoningen; scholen en zorggebouwen hittebestendig maken; groenere wijken met ruimte voor water; hitte vastleggen in het arbeidsrecht.

Begrotingsneutraal

Het ontwerp van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie wijst dezelfde kant op. Toch is de Hittestrategie van vorig jaar volgens het Klimaatverbond begrotingsneutraal, zijn de meeste gemeentelijke hittebudgetten minimaal en heeft twee derde van de gemeenten nog helemaal geen plan alsof dit een crisis is die we later wel aanpakken.

Vergelijk dat met water. Tegen overstromingen beschermen we ons voorbeeldig: ruim 1 miljard euro per jaar, plus zeventig miljoen voor bosbranden. Voor hitte, die nu meer mensen doodt dan overstromingen, is er geen vergelijkbaar structureel budget. Bescherming tegen water is vanzelfsprekend; tegen hitte blijkbaar nog niet.

Ambitie

Zelfs de ambitie in de strategie schiet tekort: Dat pas in 2035 de helft van de gemeenten hitte als integraal onderdeel van beleid behandelt, is te weinig en te laat. Elk jaar dat we wachten verrijzen er meer gebouwen die niet tegen hitte bestand zijn. Steden ontworpen voor het verleden.

Hitte als structurele omstandigheid behandelen betekent nu bouwvoorschriften die de huizen van vandaag over dertig jaar leefbaar houden; groenere en blauwere steden; arbeidsregels voor wie aan hitte wordt blootgesteld, zoals Frankrijk en Spanje die al kennen. Een tropenrooster op school heeft weinig zin als ouders nog steeds op het gebruikelijke tijdstip moeten inklokken. Aanpassing moet collectief en vooruitziend zijn, niet aan individuen overgelaten.

Vandaag is het code rood. De vraag is niet langer óf het komt, maar of we ons eindelijk net zo serieus tegen hitte beschermen als tegen water, voordat code rood de normale zomer wordt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next