Home

Als je moe bent, ga slapen. Als je hangry bent, pluk een appel. Voor chagrijn is geen excuus

De chagrijnmaatschappij We hebben de samenleving zo ingericht dat we voortdurend op ons tandvlees lopen. Dat maakt chagrijnig, maar in plaats van dat gevoel te bestrijden, zetten we de homo chagrijnicus juist op een voetstuk, ziet Arjen van Veelen.

Ik was een jaar of negen en fietste over de stoep in Rotterdam. Een wat ouder stel liep me tegemoet. Ik zwierde met een ruime boog om ze heen, maar de man gaf me in het voorbijgaan een elleboog. Nog steeds is  die man een schrikbeeld: ik ben doodsbenauwd dat ik ook zo word. Nu al zijn er dagen dat elk rood stoplicht voelt als een persoonlijk affront. Dan zie ik overal aso’s, hufters en rotkoppen – zoals de spookrijder in de mop van Herman Finkers die wel duizend spookrijders ziet. In de supermarkt ben ik bits tegen de kinderen die me controleren bij de scankassa. In de keuken vervloek ik de magnetronmaaltijd omdat ik niet binnen vier seconden zie waar ‘zes minuten op 800 watt’ staat. Ik vul het huis met een gifwolk van misnoegen en wee wie haar woorden niet foutloos afweegt.

Vandaag ben ik in zo’n stemming, lieve lezer. Want de wereld faalt en ik doe alles goed. Dus hoed u. Vandaag ontsteek ik al in razernij omdat ik moet opzoeken of het nu chagrijnig, sacherijnig, saggerijnig of sjaggerijnig is. Zelfs de taal maakt me een sikkeneurige iezegrim met een graftakkenrothumeur. Strontchagrijnig, kortom – maar meer dan dat woord haat ik het gevoel. Dus koel ik vandaag mijn furie op het chagrijn zelf.

Spugen op de chocoladetaart

Chagrijn is zinloos geweld, spelbederf. Het is spugen op de chocoladetaart. Chagrijn veroorzaakt onnodig lijden en verft goddelijke zomerdagen zwart. Een mens kan zijn been of zijn baan verliezen, kan kanker krijgen of zomaar een hartaanval – dat is doorgaans botte levenspech, je doet er weinig aan. Maar chagrijn is een ziekte die niet hoeft. Want je kunt er wel iets aan doen. Slechts een klein deel van onze stemmingswisselingen zijn hormonaal bepaald; het leeuwendeel komt door slaapgebrek, stress, zuipen, sociale media: dingen die we ten dele echt zelf in de hand hebben.

Zwartgalligen sleuren bovendien hun omgeving mee in hun ellende. Zoals er passief roken bestaat, is er ook passief chagrijn. Eén booskijker kan een heel huis bedrukken. In de gezondheidsindustrie werkt men met zogeheten QALY’s (Quality-Adjusted Life Years). Dat is een vuistregel om te becijferen of een medische ingreep het geld waard is. Momenteel geldt dat een behandeling tot ongeveer 80.000 euro mag kosten per gewonnen QALY. Als je tachtig jaar leeft en daarvan 10 procent van de tijd humeurig bent, zijn dat acht jaren van verspild levensgeluk. Per chagrijn is dat al gauw een half miljoen schade. Die je dus moet vermenigvuldigen vanwege alle collateral damage.

Er is kortom alle reden om chagrijn te bestrijden als de mazelen, maar er bestaat geen Nationaal Plan tegen Chagrijn. Er zijn geen epidemiologische studies over het rothumeur. In de DSM, het handboek voor de psychiatrie, bestaat chagrijn niet. Chagrijn is een ziekte die we niet eens proberen te genezen. We zeggen: ‘Waait wel over’. ‘Ben je boos, pluk een roos, zet ‘m op je hoed, ben je morgen weer zoet.’ 

Of we zeggen dat het ‘door de hormonen’ komt. Anders gezegd: het is de natuur, je doet er niets aan, je moet het uitzitten. Inderdaad bestaat er de onvermijdelijke schommelingen van het gemoed, zelfs de meest serene zenmonnik heeft soms een klotedag. Gelukkig maar, de schommelingen herinneren ons er aan dat we mensen zijn en geen machines. En inderdaad ervaren sommige vrouwen extreem hevige stemmingswisselingen vanwege de menstruatiecyclus of de overgang. Maar gemiddeld genomen valt die hormonale tristesse in het niet bij factoren als werkstress en slaaptekort, waar vrijwel iedereen last van heeft: daarom zien onderzoekers geen significante verschillen in de emotionele turbulentie van mannen en vrouwen.

In plaats van chagrijn te bestrijden, zetten we de homo chagrijnicus juist op een voetstuk. In Hollywoodfilms zijn de grumpy old man een soort knuffelberen. Bij Sesamstraat is buurman Aart een goedzak – geen sfeerspons. Op het gymnasium leren kinderen dat de mokkende Achilles – die verongelijkt wegloopt van de strijd nadat hij zijn seksslavin kwijt is – een superheld is in plaats van een paardenlul. Op tv zijn mopperkonten miljonair en zijn zeiksnorren nastrevenswaardig archetypes: Jan Mulder, Youp van ’t Hek, Johan Derksen, Wierd Duk. Voor mannen is de hangende mondhoek een businessmodel. Vrouwen moeten glimlachen. Althans, tot voor kort. Een jaar of tien geleden gold de Resting Bitch Face (RBF) nog als een seksistische diagnose: vrouwen die niet lachten, dat was fout. Nu eisen vrouwen het recht op om net als mannen een tikkie chagrijnig te kijken. Dat is goed nieuws voor de gelijke behandeling; slecht nieuws voor de algehele sfeer: straks lacht niemand meer.

In de politiek werd de kankerpit het moreel kompas. De gekwetsten, de lichtgeraakten, de klagers, de gedupeerden, de lange tenen: ze zijn heilig. De burger is een klant die koning is gemaakt, een consument die als de spreekwoordelijke ‘Karen’ uit de internetmeme compensatie eist. Ik eis genoegdoening voor al het chagrijn om me heen. Zelfs de auto’s lachen niet meer, de koplampen die ooit rond waren zijn worden express boos ontworpen.

In het bedrijfsleven is hard werken en weinig slapen een statussymbool. Boven aan de apenrots staat dus vaak zo’n strontchagrijnige, doodvermoeide aap die niet eens meer zijn eigen emoties onder controle heeft, laat staan dat hij of zij een heel bedrijf kan leiden. Kunstenaars met een gekwelde blik gelden nog te vaak als genieën die worstelen met de existentie in plaats van mensen die slecht voor zichzelf en dus hun omgeving zorgen. Omdat Beethoven met dingen smeet ben jij nog niet geniaal als je ook iets kapot hebt gemaakt.

Boze blik is beschermend schild

Zeker, chagrijn kan nuttig zijn. Je kunt er grenzen mee aangeven, alarm slaan, voorkomen dat mensen over je heen lopen. De boze blik is soms nodig als een beschermend schild. Woede is soms een breekijzer om dingen gedaan te krijgen. Woede ruimt op, denk aan opruimwoede. Jezelf kwaad kunnen maken, even schijt hebben aan de sociale normen, de blikvernauwing van de chagrijnige mens: het zijn eigenschappen die evolutionair voordeel opleverden, bijvoorbeeld in tijden van schaarste. Als je honger hebt, moet je zorgen dat je calorieën binnen krijgt. Fuck de sociale normen.

Maar er is iets anders aan de hand als mensen zich kwaad maken in tijden van overvloed. De meeste Nederlanders hebben vrijwel onbeperkt toegang tot stromend water, chocoladebonbons,  douchecrème met goudparels – ze zouden jubelend, dansend en high fivend door het leven moeten gaan, maar mopperen te vaak. De buienrader zei dat het ging regenen dus wij die paraplu mee maar het bleef droog, nou, helemaal voor niks meegenomen dus. 

Ons chagrijn is allang geen verfrissend buitje meer, het is het klimaat. Ik heb geen harde cijfers – er bestaat dus gek genoeg geen chagrijnigheidsonderzoek – maar heb wel vijf sterke aanwijzingen.

Ten eerste: slaaptekort. Ruim een kwart van de Nederlanders heeft slaapproblemen. Denk daar aan als je in de spits fietst: 1 op de 4 passanten had een rotnacht.

Ten tweede: de drukte. Nederlanders wonen in één van de drukste delen van Europa. Door de sterke bevolkingsgroei is de beschikbare ruimte per Nederlander sinds 1900 met ruim twee derde afgenomen, aldus het Compendium voor de Leefomgeving. We leven hutje mutje. De beschikbare natuur – bij uitstek een plek om te kalmeren – is nóg dramatischer gedaald. Dan is er nog huizentekort, het bedraagt  ongeveer 400.000 aldus CBS, wat betekent dat een veelvoud aan Nederlanders te dicht op elkaar woont (of noodgedwongen met mensen die ze niet mogen). Ook dat is een boost voor chagrijn.

Verder: vergrijzing. Sinds 1950 verdubbelde de hoeveelheid 65-plussers. Dat zijn niet allemaal wrokkige mannen die ellebogen geven. Maar oude mensen hebben doorgaans wel meer strijd te leveren met pijntjes, hebben meer verdriet in hun lichaam verzameld. Chagrijn komt van chagrin en betekent niet voor niets ook ‘verdriet’. Over hun grimmige grimassen moeten we mild zijn. Ze verbijten iets wat we niet zien. Bovendien: de ouderen leerden op school niet hoe ze hun emoties konden reguleren, wel dat ze die moesten opkroppen, dat ze zich zich moesten ‘vermannen’. Mijn zoontjes leren op de basisschool bij de les ‘rots en water’ hoe ze boosheid kunnen wegademen. (Heel simpel: zeven seconden inademen, vier seconden vasthouden, acht seconden uitblazen en dán pas je klasgenootje terug meppen.)

Ten vierde: klimaatverandering. In hete zomers zijn er meer schietpartijen. Maar ook over de hele linie maakt klimaatverandering de hele wereldbevolking letterlijk heethoofdig.

Ten vijfde: we zijn veel harder gaan werken. Dat zie je niet terug in de officiële uren. Maar bedenk hoeveel mensen ’s avonds op de bank nog doorwerken. Ons was beloofd dat computers ons werk zouden overnemen, maar die apparaten laten ons juist overwerken. En tel het bijwerken van je LinkedIn-profiel of het tellen van Insta-likes ook mee als werk: alleen in een wereld waar we permanent in competitie zijn met alles en iedereen is het nodig zo angstvallig je etalage te boenen.        Volgens het CBS groeide ‘vermoeidheid door werk’ met 20 procent in de afgelopen tien jaar.

Het is helemaal niet raadselachtig dat mensen klagen juist als de economie groeit en er volop banen zijn; zo’n economie dat iedereen heel hard aan het stressen is. Dan slapen mensen te weinig. Worden ze sjaggo. Gaan ze chips eten en bier drinken en slapen ze slechter: voilà de eet-slaap-werk-repeat-cyclus van het kapitalisme die ons zoveel humeurschommelingen bezorgt.

De chagrijnmaatschappij

Zei ik kapitalisme? Ja. Op één punt heeft de homo chagrijnicus gelijk. De buitenwereld faalt inderdaad. We hebben de samenleving zo ingericht dat we voortdurend op ons tandvlees lopen. We noemen het eufemistisch ‘overprikkeling’ of de ‘hypernerveuze samenleving’. Maar het is gewoon de georganiseerde chagrijnmaatschappij. We zijn wel degelijk arm: we komen altijd tekort, de essentiële zaken: slaap, huizen, natuur, tijd voor elkaar, tijd voor je zelf.

Stel je een experiment voor met muizen als proefdier. Honderd muizen zitten in een bak. Je doet er honderd bij, verkleint de ruimte, houdt ze wakker met lichtflitsen, hitst ze tegen elkaar op. Gooit er nog duizenden liters alcohol, cocaïne, chips en snoep in. Laat die bloedsuikerspiegels lekker heen en weer schieten, maakt de muizen katerig, draait de temperatuur omhoog. Dat komt de sfeer in de bak niet ten goede, me dunkt.

Die bak is ons land. Maar wij – wij zijn geen muizen. We moeten niet piepen. Ja, de wereld maakt ons chagrijnig. Dat wil nog niet zeggen dat we chagrijn hoeven te tolereren. We kunnen uit de bak ontsnappen.

Deze zomer is mijn goede voornemen om nooit meer te mokken. Een wilsbesluit om pertinent vrolijk te zijn. Ik weet niet of het lukt, maar de poging zelf maakt me al vrolijk. Ik heb voortaan zero tolerance voor alles wat het levensfeest verstiert. Een elleboog voor elke sikkepit op mijn pad. Chagrijn is het enige waar een mens chagrijnig over mag zijn. De chagrijnige rotkop is het gelaat van een pervers systeem. Alle chagrijnen het land uit. Of nu ja, net als rokers: doe maar lekker buiten, waar niemand er last van heeft.

Als je moe bent, ga slapen. Als je stress hebt, zeg werk af. Als je hangry bent, pluk een appel. Als je kookt van razernij, houd je hoofd onder de koude kraan, beter nog, spring in de rivier. Adem langzaam uit. Vertel je nervus vagus maar dat je in het meest onbekommerde deel van de wereld leeft, in de meest comfortabele periode uit de geschiedenis van de mensheid. Eis dat leven op. Pluk de dag. Pluk een roos. Wees als de sodemieter weer zoet, voel de krul in je mondhoek. Er bestaat geen excuus voor de totale zonsverduistering van een strontchagrijnig mens, het is een zonde tegen het heilige leven.

Psychologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next