Acteur Thijs Römer, die in 2023 werd veroordeeld voor onlinemisbruik van minderjarigen, staat weer op het podium met de voorstelling Een vorm van eenzaamheid. De voorstelling is omstreden, bij de ingang staan demonstranten. Wat wilde hij ermee bereiken?
is verslaggever bij Volkskrant Magazine en columnist.
‘Welkom bij Thijs’ pedoparadijs’, zegt een demonstrant bij het betreden van het studioterrein waar acteur Thijs Römer dinsdagavond zijn nieuwe voorstelling speelt. ‘Geen applaus voor kindermisbruik’, staat links van de poort op een bord, en rechts: ‘Een perverse voorstelling’.
De weerzin tegen dit door Römer geschreven stuk kon je nauwelijks ontgaan: de Dolle Mina’s wisten wel tien dingen die Römer beter had kunnen doen dan een voorstelling maken, AD-columnist Angela de Jong vond het schaamteloos dat televisieproducent (en oom) Paul Römer in een Radio 1-interview zijn ‘vieze neefje’ probeerde te rehabiliteren, en dan waren er nog de slachtoffers in deze zaak, die overrompeld waren door het stuk en bij monde van hun advocaat spraken van ‘een trap na’.
Over de auteur
Emma Curvers is verslaggever en columnist bij de Volkskrant. Zij schrijft over popcultuur, internetcultuur, sociale media en emancipatie.
Dat zij er niets van willen weten, is invoelbaar. Tegelijk zijn de samenleving en het maatschappelijk gesprek juist gebaat bij doordachte verhalen van daders: hun perspectief lijkt me onmisbaar. Wat er nodig is voor bekende daders om terug te mogen keren (anders dan onbekende daders die hun straf hebben uitgezeten), hoe vergiffenis van zoiets amorfs als ‘het publiek’ werkt, wie de poortwachters zijn, of de kruiwagens: blauwdrukken zijn er niet, en dat gesprek is de moeite waard. Kijken en luisteren naar een dader is ook niet hetzelfde als applaus voor kindermisbruik.
Juist op een podium kan het particuliere boven zichzelf uitstijgen of kunnen we diep in de donkerte van de psyche duiken: ja, dat kan ongemakkelijk zijn, en misschien wordt het ook wel boeiend, baanbrekend of zelfs troostend? Dat is het principe: het kan.
Het lastige bij dit stuk is: we zitten met een karrenvracht context. Römer is veroordeeld voor het plegen van onlinezedenmisdrijven met minderjarigen gedurende een periode van twee jaar, zoals het geven van ‘vingertips’ en het verwerven van kinderporno, in een Thijs-Römer-fangroep met 14- en 15-jarige fans. In de uitspraak werd nog genoteerd dat Römer ‘de schuld met name {zoekt} buiten zichzelf, bijvoorbeeld in zijn Amsterdamse opvoeding en in de volgens hem in zijn beroepsgroep geldende vrije seksuele moraal’.
Het had de kijker misschien geholpen als het hoofdpersonage van Een vorm van eenzaamheid beeldend of vertellend een beetje was losgeweekt van de concrete lotgevallen van die acteur Thijs Römer, maar met het stuk wil Römer juist zijn gevangenisbeleving dicht benaderen.
Rondom gedetineerde Römer tapet een beveiliger (regisseur Yorick Zwart) op de grond een cel af, en dan steekt de gedetineerde van wal, grotendeels in monoloog. Over cel 16: het matras is klein, ledikantformaat, er is een ‘vies wastafeltje’, er is ‘satanskoffie’ en ‘op mijn kamer ruikt het naar vis’. Het is wat statisch, en de beveiliger zorgt nu en dan met wat tough love voor welkome onderbrekingen.
Veel, te veel van de 75 minuten worden besteed aan nieuwe gevangenismaatjes. Die vriendschappen en de dertig dagen detentie moeten de voorstelling structuur geven, maar verhullen niet de besluiteloosheid van de andere, meer contemplatieve delen. ‘Wat doe ik hier?’, vraagt gedetineerde Römer, en de beveiliger zegt streng dat hij de verkeerde vragen stelt. ‘Zou het betekenis kunnen krijgen?’, wordt zijn volgende vraag, en die vraag speelt bij de toeschouwer natuurlijk ook.
‘Het spijt me!’, heeft de gedetineerde al drie keer gezegd, want dat hij straf heeft verdiend ontkent hij niet. Of toch wel? Even later horen we dat hij ‘het’ niet allemaal weer wil oprakelen, ‘want dan lijkt het alsof ik alsnog wil vechten voor mijn gelijk. Ik sta hier omdat ik juist niet wil vechten. Ik weet niet of ik zelf aangifte tegen mezelf zou hebben gedaan, ik denk wel dat dat de laatste, de allerlaatste stap zou zijn. Want als je het gaat uitvechten, wordt alles zwart-wit.’
Je hoopt dat dit een pastiche is op een acteur in crisis, maar vreest het ergste: dat het betekenis geven al is gestopt. In de ene zin niet vechten, in de volgende zeggen dat het allemaal misschien in alle redelijkheid zonder een aangifte had gekund. Je neerleggen bij een vonnis (bij uitstek een zwart-witkwestie, zou je zeggen), maar toch wat grijstinten willen aanbrengen. Ja, toe dan, denk je als kijker steeds, we zitten klaar.
Voor grijs zul je toch moeten oprakelen, hup die grijze drab in, dreg het op, takel iets hoekigs of goors naar boven en pulk het uit elkaar, iets waar Angela de Jong met een lange tang naar zou wijzen en zeggen: jakkes, pedo. In plaats daarvan mijmert Römer over een reis naar Parijs met dochter Sammie, ‘herinneringen in goud gegoten’, en een hier en nu ‘waar schuld is gesmolten’. De gedetineerde wil vlot naar de uitgang.
Wie was dat toch, vraagt Zwart hem, dat afstandelijke, gevoelloze mannetje dat het publiek zag in de rechtszaal? Römer schuift hem ver van zich af, dat was Mr. Hyde, hier zit alleen Dr. Jekyll. Theater, zegt de acteur tot slot, is het mooiste wat er is, en hij vraagt het publiek min of meer om vergiffenis: ‘Hopelijk tot een volgende keer.’ Dat verzoek is gebaat bij relativering, bij afstand, bij tijd die verstrijkt – maar dat is het tegendeel van wat je nodig hebt om iets gelaagds te vertellen over straf, spijt en terugkeer in de maatschappij. Het blijft wringen.
De vraag is wie hiermee is geholpen. Thijs Römer zelf vroeg zich woensdagnacht al af of hij het juiste had gedaan, bij Mischa op NPO Radio 1. Het publiek blijft er ook mee zitten, gevangen in de cel, gevangen in dit eenzame perspectief, met iemand die zich gevoeglijk losmaakt van het levensgrote, maatschappijbrede, klasse-overstijgende probleem van kindermisbruik. De terugkeer van een dader, vergiffenis van het publiek, misschien zelfs ooit van misbruikslachtoffers: het blijft allemaal interessant, maar deze voorstelling biedt geen aanknopingspunten.
Source: Volkskrant