Home

Dat van 1988 was het lelijkste én het succesvolste: de bontgekleurde geschiedenis van het Oranjeshirt

In een kloek boekwerk is de geschiedenis van de shirts vastgelegd waarin het Nederlands elftal sinds eind 19de eeuw zijn interlands speelt. Niet altijd waren die oranje, vaak kwam er kritiek en het lelijkste shirt is tot nu toe het succesvolste – waarin tegelijk een slecht voorteken schuilt.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

In een kloek boekwerk is de geschiedenis van de shirts vastgelegd waarin het Nederlands elftal sinds eind 19de eeuw zijn interlands speelt. Niet altijd waren die oranje, vaak kwam er kritiek en het lelijkste shirt is tot nu toe het succesvolste – waarin tegelijk een slecht voorteken schuilt.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Een zwaar katoenen oranje overhemd droeg Harry Dénis tijdens de doelpuntloze interland Duitsland - Nederland op 10 mei 1923 in Hamburg. Pronkstuk is de badge op het borstzakje: een prachtig satijnen schild met daarop gestikt een handgemaakte leeuw van zijdekoord.

Het is het oudste bestaande shirt van het Nederlands elftal en er hangt nog een schitterende anekdote aan vast. Toen Groningen in 1945 werd bevrijd, moest de zoon van Dénis het shirt aantrekken van zijn vader. ‘Maar een paar uur later kwamen die Duitsers weer terug. ‘Ausziehen’, zeiden ze. Sindsdien heb ik het nooit meer aan gehad’, vertelde de 90-jarige Rob Dénis vrolijk bij de presentatie van het lijvige boekwerk Het Oranjeshirt.

Op de voorkant van het boek staat niet de blouse van het Haagse voetbalwonder Harry Dénis, maar het enige tricot waarin Nederland een finale van een groot landentoernooi won, dat van het EK 1988 dus. Aanvankelijk een fel bekritiseerd shirt, maar succes bepaalt uiteindelijk welk tricot een verkoopsucces wordt.

Een beetje ophef en discussie kan overigens ook geen kwaad. Die was er genoeg over het shirt waarin het Nederlands elftal momenteel op het WK speelt. Nimmer werd er voor een fellere kleur oranje gekozen.

Op de site van de KNVB waren bij de introductie ronkende zinnen verschenen. ‘Ons voetbal kleurt de wereld Oranje, maar nog nooit zo fel als nu. De heldere, nieuwe Oranjetint is ontwikkeld om maximale zichtbaarheid te creëren.’ Toch was lang niet iedereen enthousiast.

Pil van stoeptegelformaat

Hoe het allemaal begon en zover kwam met het shirt van het Nederlands elftal is in Het Oranjeshirt over liefst 560 bladzijden uitgesmeerd, al komen ook zij die alles willen weten over de prestaties van het Nederlands elftal (en de intriges die er speelden) door de jaren heen aan hun trekken in de pil van stoeptegelformaat.

Het is een bonte reis geweest. De spelers van Het Bondselftal (voorloper van het Nederlands elftal) traden eind 19de eeuw nog doodleuk aan in het tenue van hun eigen club.

Pas op 30 december 1900 is er in een wedstrijd tegen Preussen Berlin voor het eerst sprake van uniformiteit. Geen oranje nog, maar verticale rood-wit-blauwe strepen – vermoedelijk waren de shirts geleend van de Enschedese club PW (Prinses Wilhelmina).

Daarna wordt het shirt achtereenvolgens zwart, wit, wit met een rood-wit-blauwe sjerp (dat shirt keerde in 2006 nog terug als uitshirt) en op 14 april 1907 (België - Nederland 1-3) voor het eerst oranje, met een rode gloed. Op een luttel uitstapje naar wit-blauw gestreept kiest de voetbalbond daarna steevast voor het zeer herkenbare oranje.

Drie en twee strepen

Het shirt zelf verandert nog wel voortdurend van vorm, stof, design en oranjetint. Kragen met touwtjes werden ronde boordjes en daarna weer kragen, op zeker moment werden de oranje shirts voorzien van smalle streepjes en van drie strepen op de mouwen – dat laatste was een idee van kledingsponsor Adidas. In die tijd droeg Johan Cruijff overigens een shirt met maar twee strepen, omdat hij onder contract stond bij Adidas’ concurrent Puma.

Ook interessant is de reis van de kenmerkende KNVB-leeuw, die dan weer zwart en dan weer wit of nassaublauw is. In 1979 werd de leeuw vrij letterlijk in zijn hempie gezet. Bij de ene speler zat hij op het hart (waar hij feitelijk hoort), bij de andere half onder de rechteroksel. Waarbij dan ook nog de bek van de leeuw op het ene shirt naar links wees en op het andere naar rechts. Op het huidige shirt is de leeuw naar het midden verhuisd.

Ook de uitshirts worden in het boek besproken. In 1980 speelde Nederland in een exemplaar dat sprekend lijkt op het shirt van Duitsland. Daarom werd er een oranje broek onder gedragen. De evolutie van de shirts van de oranje vrouwen vormt het slothoofdstuk.

Het idee voor het boek kwam van shirtverzamelaars Brian Borghardt en Remco van Vliet, de eerder het succesvolle boek Het Ajax Shirt het licht deden zien. Voor Het Oranjeshirt werd de hulp ingeroepen van Erik van Goor, een Oranjeshirtverzamelaar die uitgerekend tijdens het vorige WK in de Verenigde Staten (in 1994) begon met verzamelen en zeker tweehonderd verschillende Oranjeshirts in zijn collectie heeft. Daarnaast beschikt hij over een imposant netwerk van betrouwbare shirtverzamelaars.

Bergkamp, Van Hanegem en Van Ginkel

Met hulp van AI zijn oude shirts die niemand meer heeft redelijk levensecht weergegeven en zwart-witfoto’s prachtig ingekleurd. Borghardt: ‘Maar het was de kunst zo veel mogelijk bestaande shirts te verzamelen zodat we die allemaal op dezelfde manier konden laten fotograferen door modefotograaf Julie Vielvoije.’

Soms werd een shirt geleend van de professionele partij Match Worn Shirts. Soms trok Dennis Bergkamp zijn kast open, kwam Willem van Hanegem met een shirt op de proppen of stuurden de ouders van Marco van Ginkel een ontbrekend tricot op. Er kwamen shirts van verzamelaars uit Hongkong, Australië, het Midden-Oosten en Zwitserland.

Tegenwoordig zijn bijzondere shirts honderden, soms duizenden euro’s waard. Shirts zijn ook steeds meer gepersonaliseerd, met spelersnamen achterop en vlaggetjes van de landen die de wedstrijd spelen voorop. Dat laatste is een idee van de recent overleden oud-teammanager van Oranje, Hans Jorritsma.

Shirt met diepte

Het is de kunst echt van nep te onderscheiden. Borghardt: ‘Je kijkt naar de stof, het logo, de kleur, het neklabeltje, het rugnummer, de stiksels. Alles moet kloppen.’

Het beroemde shirt van 1988 blijkt bedacht door een ontwerper van Adidas, Ina Franzmann. Door het geometrische patroon van gebroken en gevouwen chevrons zou een bepaalde diepte moeten ontstaan, die nog wordt versterkt door het kleurverloop. Ondanks die fraaie uitleg kwam er onmetelijk veel kritiek op het shirt. De spelers noemden het misprijzend ‘schubbenshirt’ of ‘goudvissenshirt’ en wilden er eigenlijk niet in spelen.

Toch werd het door de eraan vastzittende herinnering een bestseller. Zeker twee jaar geleden, toen het EK net als in 1988 in Duitsland plaatsvond, was het schubbenshirt overal. Van officiële replica’s tot goedkope Chinese varianten.

Voor de voorkant van Het Oranjeshirt is het shirt van 1988 gebruikt dat Marco van Basten droeg in de tweede helft van de EK-finale. Enigszins zorgwekkend feitje met het oog op het huidige WK: het was het minst felle oranje shirt dat het Nederlands elftal ooit heeft gedragen.

Jaap Visser e.a., Het Oranjeshirt. Kick Uitgevers; 560 pagina’s; € 59,95.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next