Column Toen de Straat van Hormuz werd afgesloten werd een enorme energiecrisis voorspeld. Waarom vielen de gevolgen uiteindelijk mee?
En wéér bleken economieën taaier dan gedacht.
Nadat de Straat van Hormuz eind februari dichtging, klonk maandenlang alarm. Dit was de ergste energiecrisis ooit, volgens Fatih Birol van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). De energiemarkten stonden op de rand van een ramp, schreef weekblad The Economist eind april. De enige manier waarop de schade mee kon vallen: een snel einde aan de oorlog tegen Iran.
Na vier maanden blokkade klinken de analyses totaal anders. Ja, er viel plots veel olie weg. Vóór de oorlog kwamen er zo’n 20 miljoen vaten per dag uit de Straat van Hormuz. In maart, april, mei waren dat er gemiddeld nog maar 2,7 miljoen, volgens het IEA. Maar de catastrofe bleef uit. De wereld wist zich verrassend goed aan te passen aan de historisch grote daling.
Deze week zakte de olieprijs voor het eerst weer naar het niveau van vóór de oorlog. Natuurlijk mede vanwege de deal tussen de VS en Iran. Maar de markt ontmantelde de Hormuzcrisis ver voordat de diplomaten dat deden, schreef het Amerikaanse zakenblad Forbes.
Overal ter wereld kwamen bedrijven, olieproducenten, raffinaderijen, kopers van olie en overheden in actie om het gat te vullen en te verzachten dat de blokkade veroorzaakte. Markten bleken „opmerkelijk wendbaar en vindingrijk”, schreef het voorheen zo sombere IEA deze week.
Ik heb een voorstel: zullen we deze economische veerkracht onderdeel maken van ons collectieve bewustzijn? Want dit is de zoveelste keer dat de klap mee blijkt te vallen.
Het valt ongeveer iedereen op die de afgelopen jaren intensief naar de (wereld)economie heeft gekeken: de relatieve onverstoorbaarheid temidden van oorlogen, crises en handelsoorlogen.
De economische klap viel mee nadat Donald Trump vorig jaar zijn handelsoorlog inzette, zijn bondgenoten van zich vervreemdde en aan de poten van het financiële systeem zaagde. De coronacrisis was economisch minder schadelijk dan gevreesd. Ook na het wegvallen van het Russische gas in 2022 bleken Europese economieën veerkrachtig.
Maar eerst even terug naar nu. Wat gebeurde er dat de oliemarkt zo lenig en vindingrijk maakte?
Het was in elk geval een samenspel tussen overheden en bedrijven. Overheden in dertig landen gaven vaten olie uit hun noodvoorraden vrij. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten wisten de Straat van Hormuz te omzeilen door via pijpleidingen veel meer olie te vervoeren. Venezuela, Noorwegen, Kazachstan, Canada en Brazilië gingen snel meer olie produceren. De grootste klapper kwam uit de VS: de export van olie nam met bijna een kwart toe volgens het IEA. Drill, baby, drill.
Tegelijk daalde de vraag naar olie sterk, vooral in Azië. China importeerde 40 procent minder ruwe olie in mei dan in februari volgens IEA. Deels doordat de vraag naar olie in China daalde, deels doordat China in 2025 grote voorraden aanlegde toen olie door overaanbod relatief goedkoop was.
Ook Europese energiebedrijven pasten zich snel aan. Olieraffinaderijen schakelden over op het maken van vliegtuigbrandstof kerosine. Een jaar of tien, twintig geleden hadden raffinaderijen dat niet zo snel gekund, zei een manager van BP deze week in de Financial Times. Nu zijn ze veel flexibeler. Ook hier lijkt het alarm achteraf overdreven: Europa zou eind mei met kerosinetekorten te maken kunnen krijgen, waarschuwde Birol van het IEA.
Tijdens deze energiecrisis gebeurde precies wat je wil: meer aanbod, minder vraag. De beste remedie tegen een hoge prijs is een hoge prijs. Die stimuleert bedrijven om meer te produceren en afnemers om minder te vragen. Dan dalen prijzen weer. Dat luchtvaartbedrijven vluchten schrapten, werd in april gezien als zorgelijk. Maar als dat grotendeels lege vluchten zijn en passagiers worden herverdeeld, is dat helemaal niet erg. Het is een efficiënter gebruik van middelen. De vraag naar olie zou door deze crisis wel eens permanent lager kunnen blijven omdat bedrijven en burgers overstappen op duurzamere energie. Het lijkt me een uitstekende uitkomst.
Dit mag dus de grootste energieschok in de geschiedenis zijn geweest, overheden en markten dansten er lenig omheen. Nou kan je je afvragen: is dit vindingrijkheid van de markt of waren het toch vooral overheden die de markt redden? Ik denk beide. Het moderne kapitalisme is een symbiose tussen markt en overheid.
Dus kabinet en Tweede Kamer, wees niet zo bang. De economie kan best wat stevig beleid gebruiken, bijvoorbeeld om de uitstoot van stikstof en broeikasgas te beteugelen. Anders worden we een economie van zombiebedrijven en raken we ons aanpassingsvermogen kwijt.