Home

De game die ik zelf had gekocht was opeens niet meer beschikbaar

Eigendom Games, muziek, boeken; voor steeds meer producten geldt dat je ze na aankoop nog steeds niet echt bezit. Met zo’n abonnementsmodel worden we te afhankelijk van bedrijven, schrijft Arnoud Heinen.

Bij veel mensen thuis liggen nog harde schijven met mp3’s die ze begin jaren 2000 hebben gekocht. Onhandig gekopieerd van cd’s, of legaal gedownload voor 99 cent per stuk. Mijn ouders hebben ze nog. Die bestanden zijn van hen, zonder server, zonder abonnement, zonder dat een bedrijf iets overeind moet houden. Zelf had ik nooit eerder bij die gedachte stilgestaan, tot ik een videogame niet meer kon openen.

Arnoud Heinen (2009) zit in VWO 5 van de GSG Guido in Amersfoort. Hij heeft interesse in computers, technologie en games.

In 2024 sloot gameontwikkelaar Ubisoft de servers van The Crew, een bekende racegame die mensen gewoon met geld hadden gekocht. Niet gehuurd – gekocht. Toch werd het spel op afstand onbruikbaar gemaakt, door een besluit van het bedrijf. Ook al had Ubisoft de technische mogelijkheid om het spel offline te laten werken, ze kozen er niet voor.

Dit was voor Youtuber Ross Scott aanleiding om in april 2024 de campagne Stop Killing Games te starten en de bijbehorende Europese petitie Stop Destroying Videogames te lanceren. In het begin nam niemand de campagne serieus. Eind 2025 had de petitie 1,29 miljoen handtekeningen. De petitie leidde uiteindelijk tot politieke aandacht binnen de Europese Unie. Het verzoek was even simpel als principieel: als je iets verkoopt, laat het dan ook echt van de koper zijn en zorg dat het blijft werken nadat je de stekker eruit trekt.

Een YouTuber is erin geslaagd de EU in beweging te brengen. Toch behandelen serieuze commentatoren dit als een nichekwestie van boze gamers. Dat is een vergissing. De Stop Killing Games-beweging raakt iets fundamentelers dan games alleen, namelijk de vraag of het woord ‘kopen’ nog iets betekent.

In de juridische werkelijkheid van 2026 koop je geen digitale goederen. Je koopt toegang: een herroepbare licentie, beschreven in de algemene voorwaarden die niemand leest. Amazon werd vorig jaar in Californië aangeklaagd omdat het de knop ‘Kopen’ gebruikt op zijn videoplatform, terwijl klanten feitelijk slechts toegang huren, wat het bedrijf naar eigen wil kan intrekken. Dat Californië in 2025 een wet moest aannemen die bedrijven verplicht dit expliciet te vermelden, zegt al genoeg.

En het zijn allang niet meer alleen games en films. Adobe verkoopt Photoshop niet meer. Microsoft duwt bedrijven richting abonnementen voor Word en Excel. Spotify heeft de fysieke muziekwinkel effectief buitenspel gezet. Meer dan de helft van de markt voor digitale goederen draait op abonnementsmodellen. De gemiddelde westerse consument heeft 5,6 actieve abonnementen voor zaken die twintig jaar geleden gewoon eenmalig werden gekocht en daarna altijd van jou waren.

‘1984’ op afstand verwijderd

Het meest absurde voorbeeld is ook het meest veelzeggend. In 2009 verwijderde Amazon op afstand het boek 1984 van George Orwell van de Kindle-apparaten van duizenden gebruikers die er gewoon voor hadden betaald. Ironisch: een boek over totalitaire controle, verdwenen zonder toestemming. Amazon bood zijn excuses aan en gaf het geld terug, klaar. Toch vroeg niemand zich hardop af hoe zoiets überhaupt mogelijk was. Het antwoord is simpel: we hebben eigendom ingeruild voor toegang.

De Britse filosoof John Locke, op wiens ideeën een groot deel van de westerse vrijheidsopvatting is gebouwd, stelde het zo: eigendom is geen gunst van de staat, maar een natuurrecht. Wie de vrucht bezit van zijn arbeid, is soeverein. Wie dat bezit verliest, door belasting of door het opzeggingsbeleid van een technologiebedrijf, verliest meer dan spullen. Hij verliest een stukje onafhankelijkheid.

De abonnementseconomie is ons niet opgelegd, het is onze eigen schuld. Het is verkocht als gemak, en dat klopt ook: voor 12,99 euro per maand heb ik toegang tot meer muziek dan ik ooit zou kunnen bezitten. De bibliotheek is groter dan ooit. Toch is er iets verdwenen.

Toegang maakt afhankelijk

De muziek op die harde schijf van mijn ouders kunnen zij nalaten aan hun kinderen. Ze kunnen erbij als de stroom uitvalt, als het internet wegvalt, als het bedrijf failliet gaat. Wie toegang huurt, heeft dat niet. Wie zijn kritieke software en data onderbrengt bij tientallen externe partijen, maakt zijn voortbestaan afhankelijk van aandeelhoudersvergaderingen die hij niet bijwoont. Dat is zorgelijk voor particulieren, maar denk ook aan bedrijven die zich voor hun databeveiliging afhankelijk maken van een abonnementsmodel.

De grote techbedrijven doen iets wat geen democratische staat ongestraft zou kunnen doen: eigendom als praktisch concept uit het dagelijks leven laten verdwijnen. De gewone consument heeft steeds minder werkelijk eigendom van wat hij dagelijks gebruikt, van muziek tot films tot software. Streaming maakt inmiddels 84 procent uit van alle muziekinkomsten in de VS. Dat is dezelfde markt die twintig jaar geleden volledig op fysieke verkoop draaide. En we hebben het zelf laten gebeuren. Sterker nog, we hebben er zelf voor betaald.

De enigen die er serieus over hebben geklaagd, en die de Europese Unie uiteindelijk aan het denken hebben gezet, zijn mensen die betaalden voor een game waar ze vervolgens geen toegang meer tot kregen. Bezit maakt onafhankelijk. Toegang maakt afhankelijk. Stilletjes zijn we het aan het opgeven, voor 12,99 euro per maand.

Gaming

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next