Home

Activist Richard Bergman (1945-2026) heeft zich nooit ergens voor geschaamd

Ondanks een door de oorlog getekende afkomst had Richard Bergman geen jeugdtrauma’s, vond hij zelf. Hij combineerde sociaal werk met activisme en hippiecultuur. En was de ‘politieke muze’ van zijn dochter Sunny.

Richard Bergman met zijn dochter Sunny in 2023.

Toen Richard Bergman daags voor zijn dood zijn ogen opsloeg en zijn hele gezin rond het ziekbed verzameld zag, zei hij: „O. Nu jullie er allemaal zijn, moet ik zeker wel echt dood gaan.” De voormalige textielarbeider, communistische activist en sociaal werker stierf op 30 mei op tachtigjarige leeftijd in zijn stad, Amsterdam.

Bergman betekende veel voor de stadsvernieuwing in de Spaarndammerbuurt in de jaren zeventig, en kwam op voor de bewoners van de Bijlmer in de jaren tachtig. Al vroeg begreep hij de mogelijkheden van de computer, waarna hij zich omschoolde tot systeembeheerder. Ook richtte hij een van de eerste online nieuwssites op: De Nieuwsbank. Van 1978 tot 1981 schreef hij filmrecensies voor de communistische krant De Waarheid, onder meer onder de naam Rich. B.

Bergman had een wonderlijke jeugd, getekend door de Tweede Wereldoorlog. Zijn Nederlandse moeder Dina werkte als dienstmeid bij de nazi-burgemeester van het west-Duitse dorp Rahden, Heinrich Stender, die haar verkrachtte. Hieruit werd Bergman geboren. Na de oorlog trouwde zijn moeder met een andere man en parkeerde haar tweejarige peuter bij haar ouders, in het Twentse dorp Nijverdal.

Volgens zijn dochter Sunny heeft een en ander haar vader getraumatiseerd – zo scholden zijn halfbroers hem uit voor ‘rotmof’ en sloeg zijn stiefvader hem met een bezemsteel – maar daar wilde Bergman zelf niets van weten. In een interview met NRC in 2023 zei hij: „Ach, ik heb geluk gehad, moet ik zeggen. Ik ben bij mijn eigen familie terechtgekomen en ik had een leuke jeugd. We hadden een doodlopende straat, een voetbalteam, een bos met een kasteel. En een heel lieve opa.”

Wel zei hij in dat interview ook: „Ik heb altijd een ontheemd gevoel gehad. Dat ik alleen in de wereld sta, een stofje in het universum ben. Vrouwen kun je niet vertrouwen, dacht ik, omdat ze toch weer weggaan. Ik kon me moeilijk hechten.”

Een drugssmokkelaar van niets

Vanaf zijn veertiende was Bergman textielarbeider in Enschede, maar hij ontwikkelde zich, naar eigen zeggen, al snel tot de ‘dorpsgek’ van Nijverdal. Samen met zijn vriend Frank Wiering (later documentairemaker bij de VPRO) zwierf hij rond, schreef gedichten en verkocht schilderijen van deur tot deur. In Duitsland zat hij in de gevangenis wegens slapen in een leegstaand pand. „Ich habe es nicht gewußt”, zei hij tegen de rechter, die dat niet kon waarderen, waardoor hij een veel hogere straf kreeg dan Wiering die zich wijselijk gedeisd hield.

In Amsterdam zat hij in de gevangenis wegens het per post versturen van wiet. Hij werd gepakt omdat hij zijn volle naam op de envelop had gezet („ik ben een drugssmokkelaar van niks”). In de Amsterdamse gevangenis ontmoette hij een gedetineerde die dacht dat Bergman Jezus was. Bergman in NRC: „Hij had thuis twee gestolen koffers. Of ik daar iets aan kon doen, als Jezus zijnde.”

Intussen profileerde hij zich als activist, die in Enschede streed voor betaalbare woonruimte voor jongeren en voor een jongerencentrum. Hij ging politicologie en jongerenwerk studeren in Amsterdam, waar hij Provo ontdekte. Ook sloot hij zich aan bij de communistische partij CPN. Overtuigd communist is hij altijd gebleven.

Zijn vriend Jan Kuijpers leerde hem kennen toen ze in 1971 allebei vormingswerk deden met werkende jongeren in Velsen-Noord. Bergman deed dat in de geest van Marx, zijn groepje noemde hij De Rode Hamer, maar hij werkte ook zeker in de geest van de hippies. Kuijpers: „Hij inspireerde de jongeren op zeker moment om spiernaakt met veel kabaal door ons vormingsschooltje te rennen.” Volgens hem vonden de jongeren het prachtig, maar was de leiding van het naburige katholieke vormingswerk minder enthousiast.

Activisme en sociaal werk liepen bij Bergman in elkaar over. Volgens zijn vrouw Verena richtte hij doorlopend actiegroepen en buurtcomités op en bracht hij de noden van buurtbewoners over aan de gemeente. „Ries was een vrije geest, actief, betrokken. Hij was gedreven om mensen te helpen, vond dat de welvaart onrechtvaardig verdeeld was, en dat de underdog ook gehoord moest worden.” Zijn dochter Sunny dacht als kind dat ‘opbouwwerker’ inhield dat haar vader de hele dag op een steiger stond.

Marx’ dubbelganger

Bergman en zijn eerste vrouw Trilby Fairfax ontmoetten elkaar in tram 3 in Amsterdam. Ze viel voor hem omdat hij zo op Karl Marx leek, grondlegger van de leer die ze allebei aanhingen. Andere gedeelde interesses: geestverruimende middelen, communes, activisme. Beiden hadden, volgens hun kinderen Sunny en Tijmen, een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Ze scheidden na zes jaar. Volgens Bergman wegens „het klasseverschil” en doordat hij de radio te hard zette – twee zaken die volgens hem samenhingen.

Zijn kinderen vertrokken naar Friesland. Eens in de twee weken waren ze bij hun vader, die ze meenam naar het stamcafé waar hij politieke discussies voerde. Sunny: „Wij vonden het fantastisch bij papa in Amsterdam, want we mochten veel snoepen en tv-kijken – wat we niet mochten bij onze moeder.”

Zijn tweede vrouw Verena ontmoette hij in de actiewereld van de Spaarndammerbuurt. Ze vond hem meteen „een grappige, originele man met een twinkeling in zijn ogen”. Ze kregen twee kinderen, Coen en Lotte, en gingen wonen in een woongroep die Bergman had opgericht. Volgens Verena was hij een betrokken vader: „Hij deed de was, liep altijd met die kinderen rond te sjouwen. Hij leidde het voetbalteam, bracht zijn dochter naar de paarden. Als ze ziek waren, bleef hij thuis.”

Zijn dochter Sunny werd documentairemaker bij de VPRO en trad in Bergmans activistische voetsporen. Van hem leerde zij om altijd kritisch naar de wereld te kijken. Geregeld verscheen hij in haar documentaires, ze noemt hem „mijn politieke muze”. Zo was hij in Zwart als Roet te zien als Sinterklaas met een hamer en sikkel op zijn mijter. Ook vereeuwigde Sunny haar vader twee jaar geleden in het boek Mijn nazi-opa.

Na zijn pensioen was Bergman graag Sunny’s chauffeur, als zij ergens in het land moest spreken: „Hij ging altijd meteen op zoek naar de gratis broodjes.” Zij noemt haar vader lief en zorgzaam, maatschappijkritisch, wars van conventies. „En hij heeft zich nooit ergens voor geschaamd.”

Autonoom

Hoewel Bergman altijd groepen mensen om zich heen verzamelde, noemt zijn vrouw hem een einzelgänger: „Hij kon goed alleen zijn, was autonoom. Hij was in elke situatie altijd zichzelf.” Nadat hij tien jaar geleden in een rolstoel terechtkwam, en vooral de laatste jaren veel pijn leed, raakte hij meer naar binnen gekeerd. „Ries was geen klager”, zegt ze. „Als je zoveel pijn hebt, jarenlang, dan is het verbazingwekkend dat hij het zo lang heeft uitgehouden.” Verena verzorgde haar man al die jaren, „mijn leven, mijn grote liefde”.

Zelfs in uitzichtloos lijden behield Bergman zijn gevoel voor humor. Toen de arts op het laatst aanraadde om hem methadon te geven, zei Bergman vanaf zijn ziekbed: „Kom ik eindelijk van mijn heroïneverslaving af.”

In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next