Voor het eerst code rood wegens warmte, voor het eerst tropennachten in juni. Record na record smolt deze week weg in de hitte, in een tempo dat zelfs experts verrast. ‘Je ziet een soort acceleratie in de extremen.’
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Het was een stunt ter gelegenheid van de klimaattop in Chili, twaalf jaar geleden. Een gefingeerd weerbericht vanuit de toekomst, gepresenteerd door weervrouw Evelyne Dhéliat van de Franse televisiezender TF1.
Op 18 augustus 2050, vertelde Dhéliat, zou een ‘extreem warme luchtmassa die heel Europa omvat’ leiden tot temperaturen van 40 graden in Parijs, en helemaal in het zuiden van Frankrijk zelfs 43 graden. Deze week ging het oude filmpje ineens weer rond – de werkelijkheid heeft de fantasie ingehaald. In Bordeaux werd het deze week 44,6 graden, een uitschieter die, zelfs in het huidige klimaat, eigenlijk maar eens in de 87 duizend jaar hoort voor te komen.
Daarin zit een pijnpunt: wat ís het huidige klimaat? Er zijn steeds meer aanwijzingen dat klimaatverandering een verontrustende slag sneller gaat dan wetenschappers verwachtten.
Volgens berekeningen van het KNMI zou Nederland in het huidige klimaat maar eens in de twintig jaar code oranje wegens extreme hitte hoeven te verwachten. Afgelopen tien jaar gebeurde dat al zes keer. ‘Wat klopt er dan niet?’, vraagt Madeleen Helmer van Klimaatverbond Nederland zich retorisch af. ‘De aanname, of het weer?’
Misschien toch dat laatste, blijkt bij nadere inspectie van de KNMI-klimaatscenario’s. Zo waren de afgelopen tien jaren opvallend vaak warmer, zonniger en droger dan de scenario’s voorzagen. Intussen waren de winters opvallend zachter, met minder vorstdagen en zachtere temperaturen dan in de klimaatmodellen.
‘Het gaat sneller dan ik had verwacht. Elke zomer is er wel weer iets waar we tegenaan lopen’, zegt hydroloog Niko Wanders (Universiteit Utrecht) desgevraagd.
Natuurlijk: uitschieters vallen meer op, zeker in het tijdperk van memes en snelle filmpjes. Dat neemt niet weg dat de werkelijkheid soms op de verwachting vooruitloopt, ziet ook Wanders. ‘Bijvoorbeeld de droge voorjaren die we nu al een paar keer hebben gehad. Die zouden we pas in de toekomst krijgen’, zegt hij. ‘Je ziet een soort acceleratie in de extremen. Als wetenschapper verbaast het me.’
Deels komt dat doordat het veranderende klimaat soms nu eenmaal onverwachte kaarten speelt, zoals groteske stortregens op plaatsen waar men dat niet had verwacht. Een andere oorzaak ligt bij de, soms nog onbekende, zelfversterkende effecten in het systeem: hittegolven zijn heter als de bodem is uitgedroogd, én drogen de bodem nog verder uit.
Er zijn aanwijzingen dat de opwarming zélf versnelt. Enkele maanden geleden kwamen Duitse onderzoekers met een opzienbarende bevinding: afgelopen tien jaar is de opwarming met zo’n 75 procent versneld. ‘Je kunt dat bijna met het blote oog zien’, aldus een van hen, Stefan Rahmstorf van het Potsdam Instituut voor Klimaatonderzoek (PIK).
Terwijl de werkelijkheid steeds meer op de verwachting vooruitloopt, is er één ding dat daar juist hopeloos achteraan sukkelt: klimaatbeleid. Bij de klimaattop van afgelopen winter, in Brazilië, kreeg de internationale gemeenschap de woorden ‘fossiele brandstoffen’, oorzaak van alle problemen, niet eens over de lippen.
De VS verkeren in algehele ontkenning, en in Europa is de politieke aandacht verschoven naar migratie en defensie – terwijl legers nu al 5,5 procent van alle broeikasgassen uitstoten.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft er intussen geen cent meer voor dat het Nederland lukt zich aan zijn eigen Klimaatwet te houden, die voorziet in 55 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2030. Het vorige kabinet zette de bouw van windparken op een lager pitje, het huidige kabinet struikelde deze week over zijn eigen voeten bij de zoektocht naar een plek voor kerncentrales.
Dat wordt dus schuilen. Met airco’s, hitteplannen, meer groen, tropenroosters en koelteplekken, nieuw in de strijd tegen de warmte. ‘Europa is beter voorbereid dan ooit’, signaleerde onderzoeker Carolina Pereira Marghidan van het Rode Kruis deze week in een gesprek met klimaatjournalisten. ‘Maar het is niet genoeg. De uitdagingen worden steeds groter.’
Als de hittegolf van deze week iets laat zien, is het dat het klimaat niet van zins is zich veel aan te trekken van het politieke gedraal. Het doet precies datgene waarvoor klimaatwetenschappers al sinds de jaren 1980 waarschuwen: opwarmen door broeikasgassen, de naam ‘broeikas’ zegt het al. Met als gevolg smeltende ijsmassa’s, kwakkelwinters, een golfstroom die dreigt stil te vallen, en verbijsterende uitschieters in hitte, regen en droogte.
En meer is op komst. Momenteel is er bij Chili een griezelig sterke El Niño in de maak, die de extremen komende jaren verder zal aanblazen. Wellicht blikken we ooit met enige nostalgie terug op 2026, mijmerde de Britse klimaatwetenschapper Friederike Otto deze week: wat zaten we te klagen, toen waren de zomers nog best lekker koel.
Zo’n 1,4 graad gemiddeld is de wereld nu opgewarmd, gerekend sinds het begin van het fossiele tijdperk. Zelfs mét klimaatbeleid erbij, kunnen we eind deze eeuw uitkomen op 2,8 graden, een verdubbeling.
De opwarming is nog niet eens echt begonnen – en nu al zuchten we en puffen we dat het zo warm is.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Source: Volkskrant