Home

Opinie: Onderzoeksrelaties zijn ons venster op de wereld

De Nederlandse Vereniging van Universiteiten waarschuwt dat zonder buitenlands talent de wetenschap en de economie verzwakken. Maar het gaat om veel meer dan dat. Nu economische en politieke zwaartepunten in de wereld verschuiven, moeten we investeren in relaties buiten de continentgrenzen.

Zo’n vijftien jaar geleden vertrok ik voor mijn promotieonderzoek naar Burkina Faso. Bij aankomst ontving ik een sms van mijn begeleider: ‘Dit is het telefoonnummer van het ministerie van Landbouw, noem mijn naam en dan wil hij je vast wel een interview geven.’ Zenuwachtig belde ik een dag later de minister op zijn persoonlijke nummer. ‘Eric? Wageningen Universiteit? Natuurlijk, deel me je vragen en dan maken we een afspraak.’ De minister was een oud-student van mijn begeleider. De toegang die hij me bood tot een leger aan lokale ambtenaren was goud waard voor mijn onderzoek.

Het bleek niet uitzonderlijk. Ook later in mijn carrière zou ik profiteren van de internationale netwerken van oudere collega’s. Hun studenten – inmiddels onderzoekers, ondernemers, directeuren en adviseurs – waren de bruggenbouwers in langdurige samenwerkingen op het vlak van onderwijs of onderzoek.

Ook van diplomaten en Nederlandse ondernemers vernam ik soortgelijke ervaringen. Een oud-student werd een business companion in een nieuwe vestiging. Een contact met een minister verliep soepeler wanneer die in Nederland had gestudeerd. En het allerbelangrijkste: er werd samen geleerd en aan gedeelde problemen gewerkt.

Over de auteur

Ellen Mangnus is onderzoeker en docent bestuurskunde aan de Wageningen Universiteit.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De persoonlijke relaties, ontstaan in onderzoek en onderwijs, vormden een softpowerfundering waarop projecten en investeringen werden gebouwd. Ze waren de ‘intelligence’ die ons hielpen begrijpen hoe er op andere plekken in de wereld tegen ons aangekeken werd. Die netwerken zijn nu rap aan het eroderen.

Daling in Nederland

Voor het eerst in jaren daalt de instroom van internationale studenten in Nederland. Het is het resultaat van Nederlands beleid om het aantal internationale studenten te verminderen. De instroom van studenten van buiten Europa daalt met 1,3 procent.

Dat heeft vooral te maken met het opheffen van verschillende grote studiebeurzenprogramma’s, zoals het Orange Knowledge Programme, waarmee zeven jaar lang jaarlijks honderden studenten uit het mondiale Zuiden naar Nederland kwamen. Het programma sloot zijn kantoren in Benin, Ethiopië, Jordanië, Libanon en Zuid-Afrika, waarmee ook de werving stopte. De effecten waren meteen zichtbaar: het veroorzaakte een halvering van het aantal studenten bij het International Institute of Social Studies in Den Haag en het Institute of Housing and Urban Development Studies in Rotterdam.

Ook universiteiten zelf namen de afgelopen jaren maatregelen. Ze werven niet langer in het buitenland. Ambassades kregen de opdracht studenten te ontmoedigen om in Nederland te gaan studeren.

Daarnaast zijn er steeds meer barrières voor korte academische uitwisselingen, zoals het bezoeken van een conferentie in Europa. De visaprocedures voor collega’s uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika zijn vaak lang en zeer onzeker.

Nieuwe bestemmingen

Het staat in schril contrast met de strategie die veel opkomende economieën hanteren. Hoewel West-Europa nog steeds een voorkeursbestemming is voor studenten uit het mondiale Zuiden – met Frankrijk en Duitsland als de belangrijkste gastlanden voor Afrikaanse studenten – winnen andere landen snel aan populariteit.

Turkije, Cyprus, Hongarije, Georgië, Polen en Malta in Oost-Europa, evenals Dubai, Maleisië en India zijn bestemmingen waar, naast betaalbaar collegegeld, de kans op goedkeuring van een studentenvisum groot is. Bovendien bieden veel van deze landen goede carrièreperspectieven en mogelijkheden om na de studie in het land te blijven. Sommige universiteiten hanteren zelfs lagere collegegelden om leergierige studenten uit midden- en lage-inkomenslanden aan te trekken.

China

China spant de kroon. In tien jaar tijd steeg het aantal internationale studenten van 265 duizend naar 380 duizend. Het merendeel van de studenten komt uit andere Aziatische landen, maar een groeiend aantal komt uit Afrika. China biedt steeds meer studiebeurzen speciaal voor Afrikaanse studenten. Het land windt er geen doekjes om: het doel van de beurzen is de soft power van China te versterken en mensen strategisch te positioneren in Afrika, zodat zij deuren kunnen openen voor Chinese bedrijven en industrie.

Vergeleken met Europa – 300 duizend Afrikaanse studenten per jaar – is het aantal van 50 duizend studenten misschien niet indrukwekkend, maar de samenwerking reikt veel verder dan beursstudenten.

In 2023 lanceerden Chinese en Afrikaanse universiteiten een China-Afrika Consortium voor Universitaire Uitwisseling met als doel het versterken van onderwijscapaciteit, gezamenlijke onderzoeksprojecten, uitwisselingsprogramma’s en wetenschappelijke publicaties tussen universiteiten in China en Afrika.

Het 100 Universiteiten-programma (het 100+100 Plan) koppelt honderd Chinese en honderd Afrikaanse universiteiten met als doel langdurige samenwerking door middel van uitwisseling van docenten en onderzoekers, digitale lesruimtes en het opzetten van gezamenlijke onderzoekscentra. Meer recent hebben het African Talents Programme en het China-Africa Higher Education Partnership Plan de samenwerking uitgebreid naar technisch en beroepsonderwijs, landbouwkundige voorlichtingsdiensten en initiatieven voor technologieoverdracht.

Het is een bewuste strategie van de Chinese overheid – via onderwijs en onderzoek poogt zij de banden met het Afrikaanse continent te versterken.

Nieuwe relaties

Willen we kunnen navigeren in een wereld waarin economische en politieke zwaartepunten verschuiven, dan doen we er goed aan te investeren in relaties buiten de continentgrenzen. Onderwijs en onderzoek bieden mogelijkheden om banden te versterken, door samen te leren en te werken aan gedeelde problemen.

Dat vraagt om meer dan het aantrekken van buitenlands talent. Voor duurzame relaties is wederkerigheid essentieel. Wil Nederland werkelijk topwetenschap blijven bedrijven, dan zal het moeten inzetten op gezamenlijke onderzoeksprojecten, institutionele samenwerkingen en uitwisselingen met landen in het mondiale Zuiden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next